Feature —

Afstandsbediening voor de stad

Michiel van Iersel

Over een paar jaar navigeren we allemaal door de stad met een smartphone. De Amsterdamse versie van de mobiele architectuurapplicatie van het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) laat daar geen misverstand over bestaan, ondanks de kinderziektes en beperkte gebruiksmogelijkheden. Met je telefoon als afstandsbediening kun je straks door de stad zappen. Maar kan deze technologie het contact tussen mensen en hun omgeving en (daarmee) de kwaliteit van de architectuur vergroten?

Er is al heel veel gesproken en geschreven over UAR, de interactieve mobiele architectuurapplicatie van het NAi. Kortgezegd stelt UAR architectuurliefhebbers in staat om via hun smartphone, zoals bijvoorbeeld de iPhone, plaatsgebonden informatie op te vragen over bestaande, verdwenen of mogelijke (toekomstige) gebouwen. Het werkt heel simpel: je loopt door Amsterdam of Rotterdam en ziet een interessant gebouw, je richt de lens van je smartphone erop en er verschijnt informatie over het betreffende gebouw als laag over het beeld op je scherm.

De letters UAR vormen de afkorting van Urban Augmented Reality, verwijzend naar de technologie die het mogelijk maakt om via een beeldscherm tekst en (bewegend) beeld te bekijken als extra laag over de fysieke wereld om je heen. Vooralsnog kan dat alleen met een smartphone met camera, kompas, GPS en het juiste toepassingsprogramma (ook wel ‘app’, van application, genoemd). Bij de lancering in ARCAM leek een deel van het publiek nog geen afstand te willen doen van het recente verleden, waarin we afhankelijk waren van ons richtingsgevoel, de papieren stadsplattegrond en reisgidsen om niet verdwaald te raken in een stad. Net als met de introductie van sms en e-mail, zal er de nodige tijd overheen gaan voordat iedereen het nut van UAR zal inzien. Uiteindelijk gaat iedereen overstag.

Deze eerste berichten benadrukken het revolutionaire en speelse karakter van UAR, en terecht. Maar omdat deze jonge technologie nog volop in ontwikkeling is, kampt het met tal van kinderziektes. Als er een tram voorbij komt wordt het magnetische kompas verstoort en vliegt de informatie letterlijk uit beeld. Door de grote belasting raakt je telefoon oververhit en snel(ler) leeg. De beelden zijn hoekig, de schaduwingwerking klopt vaak niet en de beschikbare informatie beperkt zich veelal tot de (bouw)geschiedenis, officiële (pers- en archief-) foto’s en een sobere reeks van namen en data. En verder is er nog de beperking van het kleine beeldscherm en het feit dat de gps-data onnauwkeurigheden bevat, waardoor informatie vaak net naast de beoogde plek wordt geprojecteerd.

Uitgesproken als ‘you are’ roept UAR bovendien de associatie op met andere online media die de gebruiker (jij) centraal stellen en individuele creativiteit stimuleren of op zijn minst suggereren, zoals MySpace en YouTube. Ole Bouman, directeur van het NAi, had het tijdens de lancering in Amsterdam erover dat UAR je in staat stelt om jezelf (terug) te geven aan de stad en, andersom, de stad naar je toe te halen. Dat klinkt mooi, maar is helaas (nog) niet waar.

Het klopt dat je via je touchscreen als het ware direct contact met je omgeving maakt. Maar vooralsnog is de informatievoorziening via UAR nog eenzijdig gericht: de informatie is er door experts op gezet en als gebruiker kun je het oproepen, maar nog niks zelf toevoegen. Het is alsof de stad een uitzending op de televisie is geworden en je telefoon als een soort afstandbediening fungeert waarmee je tussen kanalen of informatielagen kunt schakelen.

De stad als tv waar je doorheen kunt zappen is natuurlijk spannend en leerzaam. UAR zou niet hebben misstaan in sciencefictionfilms uit de jaren 80 en 90 waarin technologie de mens in zijn greep hield, zoals Blade Runner, Artificial Intelligence en The Matrix. Maar het is inmiddels 2010 en het afgelopen decennium heeft meer flexibele en socialere vormen van technologie opgeleverd, van open source software tot sociale media. Het is de tijd van films als The Social Network en experimenten met namen als WikyCity en Micropolis waarbij interactiviteit, collectieve kennis en vrije beschikbaarheid van informatie (open source) centraal staan. De UAR-app heeft wel de potentie om hierop in te spelen, maar is vooralsnog niet veel meer dan een futuristische architectuurgids.

Ondanks alle beperkingen is UAR een belangrijke stap in de ontwikkeling van de transparante en interactieve stad. Wat zouden de volgende stappen kunnen zijn?

Allereerst kan een koppeling worden gemaakt met sociale media, zoals Facebook en Twitter, waardoor gebruikers van UAR aan vrienden en bekenden kunnen laten weten waar ze zijn en wat ze ervan vinden. Internetgigant Google zet ook stappen in deze richting met Google Places, waarmee je kunt aangeven waar je bent en tips en informatie kunt achterlaten voor andere bezoekers van die plek. Ook andere mobiele applicaties, zoals Facebook Places, foursquare en het Nederlandse Feest.je en Nulaz maken het mogelijk om je locatie te delen met anderen, foto’s te uploaden en tegelijkertijd te zien waar je vrienden zijn en wat ze doen. Hiermee kan UAR de sociale interactie tussen gebruikers versterken en mensen stimuleren om commentaar te geven en onbekende plekken te bezoeken.

Een mogelijke volgende stap is de toevoeging van spelelementen aan UAR, waardoor gebruikers gestimuleerd worden om bijvoorbeeld kennisvragen te beantwoorden en andere uitdagingen aan te gaan met een beloning in het vooruitzicht. Het Amerikaanse bedrijf SCVNGR (van 'scavenger hunt' of 'speurtocht' in het Nederlands) ontwikkelt mobiele sociale games, zoals de National Geographic Trek waarmee gebruikers het hoofdkantoor van National Geographic in Washington kunnen bezoeken en fotograferen om daarmee een leuke beloning te verdienen. Of denk aan Shadow Cities, een nieuwe game waarmee je je eigen buurt kunt veroveren.

Tot slot kan UAR, binnen de huidige grenzen van het bekende en mogelijke, worden uitgebreid met een functionaliteit die het voor gebruikers mogelijk maakt om zelf een voorstel te doen voor veranderingen in de stad, van de hardware (architectuur) tot software (opwaardering van de openbare ruimte). Denk hierbij aan een combinatie van het reeds bestaande Verbeterdebuurt.nl en Architect-toon! van de Waag Society. De smartphone in je hand wordt zo een krachtig instrument, waarmee je niet alleen kunt zappen tussen bepaalde informatielagen, maar bijvoorbeeld ook kunt stemmen op architectonische ontwerpen en stedenbouwkundige plannen of zelf alternatieve voorstellen kunt projecteren op een plek. Afstandbediening, game console en tekentafel in één.

Het gebruik van smartphones en apps neemt een enorme vlucht. Net als andere recente experimenten met augmented reality browsers, zoals de ARtours van het Stedelijk Museum (met augmented reality kunstwerken die alleen te zien zijn via je smartphone), zal het NAi nu de volgende stappen moeten zetten om de UAR-app te kunnen laten groeien. Waar de UAR-app nu vooral nog een interactieve architectuurgids is die werkt als een afstandbediening voor informatie over de stad, liggen de nieuwe mogelijkheden dus met name op het gebied van sociale interactie, gaming en doe-het-zelf-creativiteit. En gezien de indrukwekkende lijst van partners, van architectuurcentra tot gemeenten en architectenbureaus, lijkt er veel animo te zijn voor deze nieuwe manier van informatievoorziening.

Toch is het de vraag of een instituut als het NAi de aangewezen partij is om de ontwikkeling verder te brengen en UAR buiten de kleine groep van early adopters te brengen. Layar, de leverancier van de software voor de UAR-app, brak ook pas echt door toen andere (markt)partijen de technologie gingen inzetten. In Nederland was het bijvoorbeeld de huizensite Funda die alle beschikbare huizen zichtbaar maakte in een layer, zodat je al lopende door je favoriete buurt je droomhuis kunt opsporen. Het is ook heel goed denkbaar dat projectontwikkelaars en makelaars de applicatie zullen gaan inzetten om toekomstige nieuwbouwprojecten aan de man te brengen via een virtuele laag.

De nieuwe toepassingen zoeken ook de grenzen van de architectuur op. Ze geven meer ruimte voor de wensen en eigen invulling van gebruikers en stellen andere eisen aan de presentatie van bouwplannen en ontwerpideeën. De combinatie van assertieve consumenten en interactieve media verandert de rol van de architect en zet het kwaliteitsbegrip op scherp. Het is aan het NAi om te bepalen of het de gebruikers van UAR letterlijk deze macht in handen wil geven.