Feature —

‘Architecten zijn niet zo speciaal’

Michiel Raats

De zelfbenoemde architectuurhoofdstad van ons land stroomde op zaterdag 27 november vol met jonge architecten uit alle windstreken. De Bond van Nederlandse Architecten (BNA) organiseerde in het Schieblock te Rotterdam namelijk de BNA Jonge Architectendag 2010, onder de titel Tabula non rasa.

Er volgde een dag vol presentaties en workshops, met als doel om als jonge architect beter geïnformeerd het ondernemerspad te verkennen, om gerichter op zoek te gaan naar die kostbare baan en om kennis te maken met enkele thema’s die hot zijn op dit moment. Dit alles om de jonge architect – geheel overeenkomstig het thema van de dag – niet blanco de wijde wereld in te sturen.

Dat het hier expliciet om de ‘jonge’ architectendag ging werd al bij de opening duidelijk; alle aanwezigen werd vriendelijk doch dringend verzocht om de mobiel vooral aan te houden, om te twitteren over de dag en om mee te doen – als ware het een talentenjacht op een willekeurig televisienet – aan sms enquêtes. En, zo vertelde moderator en host van de dag Fred Schoorl, deze dag was vooral georganiseerd om ons architecten te ondersteunen in de start of doorstart van een bureau of als impuls in barre tijden.
Deze ‘barre tijden’ kwamen vervolgens gedurende die dag vrijwel niet meer aan de orde, wat ervoor zorgde dat er weer eens onvervalste hoop in de architectuur werd beleden zonder zure discussies met bittere nasmaak en zelfmedelijden.

Spreker Ole Bouman schetste naar aanleiding van het thema van de dag het beeld van een jungle. ‘Nederland is geen woestijn waarin we vanuit het niets stad of stedelijkheid proberen te creëren… nee, hier zijn we in de jungle!’ Wat volgde was een uiteenzetting over de noodzaak van architectuur en actuele opgaven voor de architectuur, die werd afgesloten met een pleidooi voor engagement met de problemen waar de maatschappij mee worstelt. Uitgerekend deze jonge toehoorders zouden de maatschappelijke urgenties moeten adresseren met behulp van architectuur, aldus Bouman. Waarom dit de afgelopen jaren, waarin Bouman dezelfde boodschap op alle mogelijke podia heeft verkondigd, niet is gelukt of welke inzichten dit terugkerende pleidooi voor de professie heeft opgeleverd, bleef ook vandaag weer onbesproken. Want het was tijd voor BNA voorzitter Bjarne Mastenbroek, die het stokje overnam. Mastenbroek sloot zich feitelijk volledig aan bij Bouman; hij riep architecten op om uit de ivoren toren te komen, en proclameerde eveneens een eindeloos vertrouwen in de professie. ‘Jullie kunnen puzzelen, jullie kunnen oplossingen verzinnen’.

foto: Maarten van Haaff
foto: Maarten van Haaff

Gewapend met deze wijsheden gingen de aanwezigen in groepjes uiteen. Ze verspreidden zich in het gebouw om workshops en presentaties bij te wonen. Zo kon bijvoorbeeld het portfolio worden besproken met architecten die al iets langer een bureau hebben en met diverse typen opdrachtgevers, van ontwikkelaar tot de corporatie. Ook was er een workshop personal branding; hoe breng ik over wie ik ben en waar ik voor sta? En er waren presentaties over ‘de architect als ondernemer’ en over de herstructureringsopgave van de befaamde jaren zeventig en tachtig wijken. In drie ronden konden de jonge architecten zich evenzoveel maal laten informeren en oriënteren. De inhoud van de sessies was overigens behoorlijk wisselend: sommige sessies waren informatief en leerzaam voor ons jonge architecten, anderen deden aan als een kort hoorcollege dat we al gevolgd hadden tijdens onze opleiding of zelfs een bureaupresentatie tijdens een bedrijvendag.

Voorzichtig verward na zoveel informatie, maar nog altijd vrolijk en positief gestemd liep tegen het einde van de middag de zaal weer vol voor de ‘wrap-up’. Een blik op de twitteraccount voor de dag leerde dat met name de moderator er op los had getweet, jonge architecten waren kennelijk druk bezig. Door middel van sms’en konden de aanwezigen op vragen en stellingen die voorgeschoteld werden reageren. En hoewel zonder twijfel niet daadwerkelijk representatief kwamen er toch enkele interessante zaken omhoog; zo bleek meer dan 40 procent van de aanwezigen al ondernemer te zijn en was ‘slechts’ 19 procent van de aanwezigen werkeloos. De jonge architecten stemden massaal op de stelling ‘Architect zijn is… a way of life!’ en bleken uitermate verdeeld te zijn over de mate van professionaliteit van opdrachtgevers.
Maar dat architecten soms net mensen zijn bleek toen er een stelling werd voorgelegd over een vermeend overschot aan architecten. Maar liefst 76 procent van de stemmers was het hier zo mee eens dat ze ervoor pleitten om minder architecten op te leiden! Gelukkig was er even daarvoor een jonge architecte die ons allemaal weer even een spiegel voorhield door in de microfoon te zeggen: ‘architecten zijn toch niet zo speciaal!?’

Dat gaf een mooi contrast met de sprekers aan het begin van de dag. Waar Bouman en Mastenbroek de (jonge) architect als de uitdrukkelijke vormgever voor oplossingen van maatschappelijke problemen neerzetten, daar werd hier bewust of onbewust een bescheidenere positie geformuleerd. Als je als jonge architect nog een onbeschreven blad zou zijn, dan was het blad vandaag geheel volgeschreven, met de architect als de moderne Indiana Jones, de architect als een advocaat van de ruimte, de architect als expert op het gebied van duurzaamheid, als ondernemer, als transformatiemanager – het kon niet op. Misschien moeten wij jonge architecten maar eens beginnen met een nieuw, leeg, onbeschreven vel papier te pakken… en dan met jaren studie, ervaringen en intenties in het achterhoofd onze eigen toekomst schetsen.