Feature —

Almere, een buitenstad?

Karen Heijne

Architectuurcentrum Casla is in 2009 begonnen met het onder de aandacht brengen van het groene karakter van Almere. Tijdens het symposium The changing of the guards droegen de peetvaders van Almere het groene stokje over aan een nieuwe generatie van stedenbouwers en landschapsarchitecten. Zoals beloofd heeft dit symposium in 2010 een vervolg gekregen met het project The Greenery. Op vrijdag 3 december j.l. zijn de bevindingen gedeeld met het publiek tijdens een gelijknamig symposium.

Over Almere is de laatste tijd veel gepraat in de politiek. Centraal in de discussie staan de plannen voor de schaalsprong, bekend onder de naam Almere 2.0. Rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol pleit echter voor een compacte stad. Investeer in de bestaande stad, bouw daar nieuwe huizen om de wijken te hervitaliseren. Staat haar visie op gespannen voet met de talrijke parken en groengebieden in de stad Almere? Over de stedenbouw en architectuur van deze typische tuinstad is al veel gezegd en het laatste woord daarover zal ook niet snel gesproken zijn. Juist de geplande groengebieden in en om de stad geven haar een uniek karakter waar maar weinig steden mee kunnen concureren. Waar in de randstad bezoeken bijvoorbeeld spechten en ijsvogels je tuin? Grijp deze kans met beide handen aan, zou je zeggen.

Het project The Greenery bestaat uit twee delen: interviews met bewoners en ontwerpend onderzoek begeleid en becommentarieerd door experts. Met beide delen probeert Casla de beleving en kwaliteit van de huidige groengebieden in kaart te brengen en bespreekbaar te maken. In de interviews wordt duidelijk hoe bewoners het groen gebruiken. Daarnaast zijn drie startende ontwerpers gevraagd om een ontwerpvisie voor één van de vele groengebieden die Almere rijk is neer te leggen.

Ruimtelijk ontwerpbureau Overtreders W pakt het met Witte Wierdenparkpad in Almere Haven het meest bescheiden aan met minimale ingrepen en veel ruimte voor initiatief van de gebruikers van het park. Uit hun onderzoek leiden Hester van Dijk en Reinder Bakker af dat de groenvoorzieningen in en om Almere Haven vooral tussengebieden zijn. Deze tussengebieden worden goed door hardlopers en fietsers gebruikt en hebben deels duidelijke bestemmingen: volkstuinen, sportvelden en jeugdland. Het Wierdenpark, dat meer tegen de woonwijk aan ligt, wordt echter minimaal gebruikt. Kinderen spelen aan de randen van het park, dicht bij huis, en de hond wordt er uitgelaten. Een belangrijke constatering is dat de emotionele en economische waarde veel hoger ligt dan de gebruikswaarde. De felle reacties op plannen in de groengebieden zijn daar het gevolg van.

Met het ontwerp Witte Wierdenparkpad maakt Overtreders W een duidelijk herkenbare route. Het pad wordt het hele jaar door gemarkeerd door witbloeiende beplanting. Langs de route zijn verschillende ingrepen bedacht die de route een functie geven zoals een vissteiger, lange tafels voor een buurtpicknick, een tribune bij de sportvelden of bloembollen- en vlierbessenplukpaden. De mogelijkheden zijn legio en de ingrepen zijn laagdrempelig en kunnen gefaseerd worden uitgevoerd. In navolging van Jane Jacobs heeft gebruik een aanleiding nodig, vindt Overtreders W. Daarom zet het bureau sterk in op het uitlokken van gebruik. Daar lijkt ook de zwakte van het plan te liggen, het valt of staat namelijk met het aanslaan van de aangeboden functies. Of en hoe de gebruikers van het gebied hun ideeën omarmen blijft onbelicht.

Het ontwerp De groene loper van architect Niclas von Taboritzki, voor het Lumièrepark in Almere Stad, toont een heel ander ambitieniveau. Dat heeft te maken met de strategische ligging van het park binnen één van de huidige opgaven van Almere, een betere bereikbaarheid en herkenbaarheid van het Stadshart. Het Lumièrepark ligt aan de oostoever van het Weerwater tussen de A6 en het Stadshart in. Het park is momenteel een los stuk groen dat alleen gebruikt wordt door de bewoners van de naastgelegen wijk, maar volgens de ontwerper heeft het de potentie van een Central Park. Niclas von Taboritzki gebruikt de verbinding tussen de A6 en het Stadshart dan ook om een ambitieuze ingreep te doen die niet onder doet voor het huidige Stadshart en aansluit op de ideeën van peetvader Teun Koolhaas. Hij ontsluit het Stadshart door een halfverdiepte vierbaansweg aan te brengen, waardoor weggebruikers contact houden met de omgeving en zich kunnen oriënteren. Vanuit het park gezien manifesteert de weg zich als ruggengraat met een aaneenschakeling van groene terpen in het landschap en doorzichten naar het Weerwater. Het plan biedt met name nieuwe kansen voor de aansluitingsgebieden in het noorden en zuiden van het Weerwater. Het maakt de discussie los op een groter schaalniveau dan het park zelf en is daarmee duidelijk geslaagd in zijn opzet.

Het derde plan Buitenhout is van stedenbouwkundige Eric Jan Bijlard. Buitenhout is het groengebied dat ligt op het knooppunt tussen Almere Stad, Almere Buiten en Almere Hout. Met hun doorsnijding versnipperen de A6 en A27 het gebied, Bijlard beschouwt Buitenhout dan ook vanaf de snelweg. Hij pleit voor een duidelijke scheiding op de grens van Almere, vanuit het bos rijd je het open agrarische landschap richting Lelystad tegemoet. Daartoe moet het bos van Buitenhout sterk geïntensiveerd worden. Ecoducten laten het bos over de snelweg golven. Bestaande plannen voor een bedrijventerrein langs de A6 heeft Bijlard opgepakt en omgevormd tot een groen bedrijventerrein in Buitenhout. Echter het voorstel om bedrijven en ook woningen toe te laten in een juist te intensiveren bosgebied oogt wat romantisch. Het ontwerp is nog niet voldoende uitgewerkt om duidelijk te maken hoe dit alles zijn plek vindt.

De drie ontwerponderzoeken verschillen sterk van elkaar, in schaal maar met name in ambitieniveau. Dat komt enerzijds door de uiteenlopende achtergrond van de ontwerpers, anderzijds door het verschil in karakter en betekenis van de groengebieden. Een aantal gebieden is ontstaan als reservering voor toekomstige bebouwing en heeft een geheel andere status dan de keurig ingerichte parkgebieden in de wijken. Die diversiteit biedt kansen blijkt uit de discussie, maar is naast een kwaliteit ook een moeilijkheid. Ieder gebied moet op zichzelf worden bekeken en heeft specifieke oplossingen nodig. Dat maakt het lastig om de opgave concreet te maken. Niet altijd zal er snel resultaat te boeken zijn. Voor de groengebieden binnen of grenzend aan de wijken kunnen en moeten de bewoners een cruciale rol spelen. Bij plannen met de omvang van bijvoorbeeld het Lumièrepark moet de gemeente het voortouw nemen.

Terugkomend op de discussie over de compacte stad. Het publiek, dat bestond uit bewoners, ontwerpers en de gemeente, was het erover eens dat er tegenwicht moet worden geboden aan de oprukkende stad. Dit standpunt lijkt overeen te komen met hetgeen de rijksbouwmeester bepleit, in plaats van er haaks op te staan. Intensiveren van de bestaande stad betekent immers niet automatisch dat groengebieden volgebouwd moeten worden. De gebruikswaarde van de groengebieden moet wel omhoog, daarover is iedereen het eens. Gebruikers zijn trots op hun park als zij er initiatieven (kunnen) ontplooien. Ook voor duurzame doelstellingen kan het groen van nut zijn, door bijvoorbeeld stadslandbouw en zorgboerderijen te ontwikkelen.

Tijdens het symposium is de energie voelbaar. Hoe de nieuwe wending concreet moet worden uitgewerkt voert te ver voor de bijeenkomst, het onderwerp vraagt om een minder vrijblijvend vervolg. Maar de periode van snelgroeiende populieren en kijkgroen is voor Almere passé, dat is duidelijk. Almere is in opzet een tuinstad. Een polinucleaire stad in het groen gelegen. De tijd is gekomen om dat unieke aspect van Almere strategisch in te zetten en de stad als buitenstad op de kaart te zetten.