Recensie —

Krimp! Wel of geen probleem?

Tim Prins

In Krimp! relativeert Gert-Jan Hospers, docent en onderzoeker Economische Geografie aan de Universiteit Twente en bijzonder hoogleraar City- en Regiomarketing aan de Radboud Universiteit Nijmegen, de angst rondom krimp en verklaart hij het fenomeen als pendant van onze schijnbaar onuitputtelijke groei. “Groei en krimp houden elkaar in balans”, schrijft hij in deze derde uitgave van SUN Statements.

De structurele bevolkingsdaling en de gevolgen daarvan worden in het vakjargon ‘krimp’ genoemd. Het fenomeen kent in het laatste decennium een groeiende belangstelling, maar Krimp! is één van de eerste publicaties met een ISBN nummer. De toon van het boekje wordt gezet door citaten die aan het begin van elk hoofdstuk staan. Erg nauwgezet zijn de citaten uit Het grootste citatenboek ter wereld. 35.000 inspirerende uitspraken van G. de Ley vaak niet. De referenties van Hospers zijn talrijk en interessant, helaas kan de auteur niet aan de verleiding ontsnappen om op bijna iedere pagina een nieuw merkwoord te introduceren.

Hospers stelt krimpend Nederland gerust door een referentiekader van uitersten te scheppen. Bevolkingsafname is geen uniek Nederlands probleem, maar een internationaal verschijnsel. De gevolgen van krimp in Nederland zijn vooralsnog bescheiden, want “wie in Frankrijk of Spanje de snelweg verlaat, belandt vanzelf een keer in zo’n spookdorp”. Noch is krimp volgens hem een historische uitzondering: “Zeeland kromp bij de watersnood van 1953 in één keer met ruim 1800 mensen”. Bovendien komt krimp vooral voor in de “uithoeken” van Nederland en kunnen deze regio’s volgens hem een voorbeeld nemen aan de drastische bevolkingsafname in de steden Haarlem en Leiden, welke plaatsvond tussen 1680-1750.

Het is discutabel of Hospers met deze voorbeelden de angst voor en van krimpende regio’s wegneemt. Een vergelijking tussen de huidige krimp en Nederlands ergste natuurramp uit de moderne tijd is weinig subtiel evenals de huidige dalende inwoneraantallen van ‘uithoeken’ te vergelijken met de teloorgang van Nederlandse steden na de Gouden Eeuw (de tijd dat Nederland het middelpunt was van de wereld).

De huidige krimp is een symptoom van demografische omslag (harde krimp) en negatieve migratiesaldo (zachte krimp). Hospers gaat niet in op de mogelijke toekomstige gevolgen van zachte krimp, maar ontleedt zijn oorzaak: het mechanisme van migratie. Refererend aan theorieën als die van Ernst Georg  Ravenstein (Laws of Migration, 1885) beweert Hospers dat koude citymarketing (het aantrekken van nieuwe inwoners) meestal weggegooid geld is, want het merendeel van de Nederlanders is zo honkvast als wat. Bestuurders dienen juist met warme marketing ervoor te zorgen, dat bestaande inwoners niet vertrekken, aldus Hospers.

Thema’s als schaarser wordende sociale middelen en verantwoording voor bewoners in de krimpregio’s, de ruimtelijke overvloed voor ontwerpers, en financiële uitdagingen voor ontwikkelaars en gemeenten blijven in de publicatie onaangeroerd. Hoewel de kaft van Krimp! naast bestuurders ook bewoners, ontwerpers en ontwikkelaars aanspreekt, blijft het advies in deze publicatie beperkt tot bestuurlijke marketing.

Met het hoofdstuk Krimp, kramp en bekrompenheid rondt Hospers zijn statement af met de uitspraak: “Welbeschouwd is krimp niets anders dan een mentale uitdaging. Het probleem van krimp zit voor een groot deel tussen onze oren”. Eerdere verwijzingen naar voorbeelden als toenemende werkeloosheid, lege fabriekshallen en sociale huurwoningen die hij haalt uit Neue Urbanität (Häussermann, Siebel, 1987), lijken toch het tegenovergestelde aan te tonen. Hiermee verzwakt Hospers zijn betoog, tenzij hij bedoelt dat de paradigmaverandering van het groeidenken niet de primaire maar de eerste uitdaging is.

Krimp! is ideaal voor de bestuurder, die zich voorbereid op een krimpdiscussie, maar inhoudelijke meerwaarde voor het debat ontbreekt. De bijdrage aan de problematiek blijft beperkt door de resumerende rol die Hospers zich heeft aangemeten. Krimp! kan dan ook hoogstens als naslagwerk worden aangeschaft. De beknopte uitleg leidt nu tot ongenuanceerde statements die het fenomeen krimp vereenvoudigen tot bijgeloof, dit kan toch niet de bedoeling van Hospers zijn geweest.