Opinie —

Aanbesteden in Rotterdam, een dubbele oproep

Hans van der Heijden

Architecten worden in toenemende mate geacht veel kwaliteit voor een laag honorarium te leveren. Het wordt pijnlijk als de overheid in een dubbelrol als opdrachtgever en marktpartij met twee honorariummaten gaat meten. In de vorm van een ‘ArchiLeak’ publiceert ArchiNed een open brief van architect Hans van der Heijden, met daarbij een offerte van de dienst dS+V in Rotterdam. Niet in de eerste plaats om aan te klagen, maar vooral als oproep om het voortaan beter en eerlijker te gaan regelen.

deel plangebied
deel plangebied

Aan architecten die graag in Rotterdam werken en aan het Rotterdamse stadsbestuur.

Het Rotterdamse stadsbestuur stelde in kernbeslissing 10 van de Stadsvisie 2007: Rotterdam zet zijn architectuur in als ontwikkelkracht van de stad. Dat valt in de praktijk niet mee, zo hoor je vaak in locale architectenkringen. Het zou de stad ontbreken aan een vitale architectonische cultuur waarin opdrachtgevers actief participeren. Ook valt te beluisteren dat de gemeente met het eigen aanbestedingsbeleid een slecht voorbeeld geeft.

Twee praktijkervaringen werpen licht op deze kwestie.

Ons bureau werd in het najaar 2010 door de Dienst Stedenbouw en Volkshuisvesting (dS+V) namens de gemeente Rotterdam uitgenodigd voor de aanbesteding voor het ontwerp van vier voetgangersbruggen in tuindorpmilieus. De werkzaamheden binnen de opdracht waren beperkt tot het schetsontwerp, het bijwonen van vergaderingen en esthetische adviezen. Gemeentewerken zou de overige werkzaamheden uitvoeren. Het honorarium voor de winnaar was bepaald op € 7500, eventueel meerwerk zou verricht moeten worden voor € 90 per uur. Er waren vier bureaus uitgenodigd die ieder gevraagd werden om aanwezig te zijn op een informatiebijeenkomst, de uitgebreide aanbestedingsbundel met programma van eisen en beeldkwaliteitsplan te bestuderen en een visiepresentatie te doen. Er was geen vergoeding beschikbaar voor de visieontwikkeling. Ondanks uitdrukkelijk verzoek van de vier deelnemers, was de gemeente niet bereid om het honorarium ter discussie te stellen. Het honorarium was naar het oordeel van alle collega’s veel te laag om goed werk te leveren, zeker indien alle werkzaamheden in het kader van de aanbesteding in het honorarium betrokken zou worden. Het honorarium kwam overeen met ongeveer anderhalve week werk. Als we de kwaliteit van de aanbestedingsstukken, de procesgang en jurering laten voor wat ze zijn, blijft over dat uiteindelijk een hooggekwalificeerde architect (Jeroen Geurst) de opdracht in de wacht sleepte. Ongetwijfeld krijgt Rotterdam voor een koopje vier prachtige bruggen. Eind goed al goed, kun je zeggen.

In datzelfde najaar ontvingen wij van dezelfde dienst dS+V een offerte voor het uitvoeren van landschapsarchitectonische werkzaamheden. Dit bestond uit eenvoudig advieswerk als gevolg van een renovatieopdracht waar wij aan werken: ´Op de locatie van gesloopte bebouwing zal het maaiveld nieuw ingericht moeten worden, op de locaties van het verbouwen, wijzigen van portieken / entrees en toevoegen volumes zal de buitenruimte aangeheeld moeten worden, op een enkele locatie zal een parkeerplaats moeten verdwijnen en enkele bochtstralen dienen nader bekeken te worden. Op de locaties van het uitbreiden van achtertuinen, entrees en toevoegen bergingen zal de buitenruimte (groen en verharding) enigszins aangepast moeten worden.´ Dit werk werd aanboden voor € 36.000,- met een verrekening van meerwerk ad € 100 per uur. De ondertekenaar van de brief was toevallig ook jurylid van de bruggenwedstrijd. Voor de begeleiding van het rechtleggen van een paar stoeptegels rekent de gemeente Rotterdam 5x meer dan dat het budgetteert voor het ontwerp van 4 bruggen in haar tuindorpen. Onze opdrachtgever verzette zich tegen dit honorarium, maar bezweek snel voor de afgedwongen winkelnering bij de gemeente die immers ook de vergunningen afgeeft en het beleid bepaalt.

Als dit laatste voorbeeld model staat voor de wijze waarop de gemeentelijke diensten als marktpartij opereren, moet toch anders naar de bruggenprijsvraag gekeken worden. Immers, ook hier voert een gemeentelijke dienst (in dit geval Gemeentewerken) zelf het leeuwendeel van het werk uit. We moeten raden naar de kosten die daarmee gepaard gaan, terwijl de geleverde kwaliteit zich onttrekt aan de publieke waarneming.

Deze twee ervaringen leiden tot een dubbele oproep.

Aan architecten die graag in Rotterdam werken:
Leg je niet neer bij deze gang van zaken, kaart misstanden aan en blijf de gevallen aan de orde stellen waar de Gemeente Rotterdam de eigen Stadvisie niet waarmaakt.

Aan het Rotterdamse stadsbestuur:
Erken dat het gelijktijdig opereren als marktpartij en bestuurder met de grootst mogelijke zorg moet worden benaderd. Vermijd het afdwingen van winkelnering, stel de stad open voor het ontwerpend potentieel en vertrouw op het regelend vermogen van architecten: Rotterdamse architecten laten over de hele wereld zien dat zij grote en complexe opgaven met grote ernst en liefde tot een succesvol eind brengen. Laat architecten de Rotterdamse bruggen niet alleen ontwerpen, maar ook programmeren en technisch uitwerken. Vraag locale ontwerpers om zelf de tegels in hun straten recht te leggen. En concentreer u zich op het voeren van krachtdadig beleid om van Rotterdam een prachtige woonstad te maken.

Hans van der Heijden, biq stadsontwerp, Rotterdam