Feature —

Arnhem en de kunst van het wachten

Ton Verstegen

Arnhem maakt pas op de plaats. Al te ambitieuze plannen worden in stukken geknipt (Arnhem Centraal) of rigoureus bijgesteld (Rijnboog). Bekomen van de grote ambities kijkt men om zich heen. En wat ziet men? Een oord met veel lege plekken, in afwachting van…, ja wat eigenlijk? De binnenstad heeft iets van een sjofel wachtlokaal, temidden van prachtige natuur – dat dan weer wel.

En er bestaat zoiets als de kunst van het wachten. Schrijver J.J. Voskuil zei eens dat hij zich nooit verveelde, ook niet bij een bushalte. Er valt altijd iets te beleven. Die gedachte zal het Centrum voor Architectuur en Stedebouw Arnhem (CASA) ertoe hebben gebracht om als jaarthema voor 2011 te kiezen voor sur place. In de wielrennerij is het de prelude van een verzengende demarrage. Dat is niet wat CASA bedoelt. De sur place is actieve stilstand, alle zintuigen op scherp. Dat was ook de teneur van de interviews die ter introductie van het thema door CASA samen met dagblad De Gelderlander werden gehouden. Plaatselijke en externe experts kwamen aan het woord. Onder wie ontwikkelaar Rudy Stroink, ooit directeur, nu adviseur van TCN, dat in Arnhem het voormalige KEMA-terrein herontwikkelt tot kantorenpark Arnhems Buiten. Stroink vindt dat Nederland en ook Arnhem nog steeds denken in wederopbouwtermen. Maar wat er nu is aan woningen en gebouwen volstaat min of meer. We moeten, vindt hij, gaan tuinieren; beter maken wat er al is, te beginnen met de openbare ruimte.

Een ander geluid in de interviews was dat van de Wij-stad. Geen pleidooi voor een terugkeer naar de vertrouwde Gemeinschaft, maar een uitnodiging gevoelig te worden voor de talloze initiatieven en coalities in de stad, tussen personen en instellingen onderling of in samenspel met de overheid. De Wij-stad is geen opgelegd ideaal maar een ervaring, het effect van al die initiatieven. Een voorbeeld hiervan is de actieve inmenging van woningbouwverenigingen in de ontwikkeling van de stad. In gezonde rivaliteit hebben Volkshuisvesting en Portaal Arnhem in samenspraak met andere partijen elk een thema en gebied geadopteerd om ontwikkeling op gang te brengen. Dat zijn respectievelijk mode en zorg. Modekwartier Klarendal staat volop in de schijn werpers, daarom richt ik me hier op het thema Zorg, minder brandy maar misschien niet minder belangrijk.

Als je goed kijkt zie je dat Arnhem niet direct grenst aan de Veluwe maar middels een gordel van zorginstellingen, die niet alleen de mens op weg naar het einde begeleiden maar ook op de weg terug: revalidatie en reïntegratie.* Tussen deze gordel en hartje stad is een intensief verkeer op gang gekomen. Mensen ‘met een beperking’ die vroeger permanent in de gordel verbleven, wonen nu deels onder begeleiding in de stad en pendelen naar de dagopvang aan de rand. Het omgekeerde gebeurt ook. Het beroemde Dorp van Mies Bouman ontwikkelt zich van een dorp van rolstoelers die dagelijks uitzwermden naar de binnenstad tot een gemengde wijk.

Woningbouwcorporatie Portaal haakt in op deze ontwikkeling. De eerste stap was de verplaatsing van het eigen kantoor van een buitenwijk naar de Weerdjesstraat, de oost-west verkeersweg in het Rijnbooggebied. Pal ernaast is de bouw gestart van een Vrijwilligerscentrale, met begeleid wonen en een restaurant, naar ontwerp van Van de Looi en Jacobs Architecten. Aan de overkant van de straat verbouwt hetzelfde bureau leegstaande kantoorruimte voor huurders in de welzijnssector. Rijnstad (opbouwwerk), RIBW en Siza Dorpgroep (begeleid wonen), Iriszorg (verslavingszorg) – namen die de Arnhemmer altijd associeerde met de buitenranden van de stad – groeperen zich hier tot een Welzijnscluster. Nu de schijnwerpers op de binnenhaven zijn gedoofd blijkt iets verderop de Weerdjesstraat uit te groeien tot een heuse zorgboulevard. In het plan Rijnboog werd daar met geen woord over gerept.

Ondertussen is het oude plan Rijnboog met binnenhaven en al aan de kant geschoven door het nieuwe college. Opmerkelijk is de opkomst van SP-wethouder Gerrie Elfrink, die bij de raadsverkiezingen van 2010 met zijn verzet tegen de nieuwe haven een wethouderszetel in de wacht sleepte. Van verbeten tegenstander is hij uitgegroeid tot een olijk bestuurder die zich er over lijkt te verbazen dat jarenlang zo moeilijk werd gedaan over ruimtelijke ordening. Samen met Urhahn Urban Design (Tess Broekman) is in korte tijd een marsroute uitgestippeld om tot een nieuw schetsontwerp Rijnboog ultra-light te komen, onder de nieuwe, meer bescheiden titel ‘Nieuwstraat en omgeving’. De straat die binnenhaven moest worden is nu drager van een milde ontwikkeling. De binnenhaven is vervangen door een verlengde en naar het oppervlak gehaalde Sint Jansbeek, een stroompje vanaf de Veluwe dat in de binnenstad al jaren ondergronds ging.

Het nieuwe plan ademt de geest van wederafbouw in plaats van wederopbouw. De lange gebogen straten die vroeger vanuit de binnenstad doorliepen tot aan de Rijn en in de wederopbouw halverwege werden doorgeknipt, worden in ere hersteld. Zo wordt het schrale Kerkplein dat de lange lijn Bakkerstraat-Rodenburgstraat wreed onderbrak deels weer bebouwd. Op een kale plek iets meer naar het westen moet een nieuw Kenniscluster naar ontwerp van Neutelings Riedijk de kloof tussen binnenstad en Rijnbooggebied verder dichten. En de Weerdjesstraat kan met groen en bomen van een lelijke verkeersweg in een stadsboulevard veranderen, vergelijkbaar met de andere singels rond de binnenstad.

Testcase blijft wat dat betreft het geplande Kunstcluster op de kop van de Nieuwstraat en de Rijnkade – een erfenis uit het Rijnboogplan. Het moet onderdak bieden aan Museum voor Moderne Kunst Arnhem, filmhuis, schouwburg en historisch museum, nu nog verspreid over de stad. De Arnhemmer op zoek naar cultuur moet erdoor naar de Rijn gelokt worden en misschien zelfs naar de overkant. Gedroomd wordt van trappartijen aan het water en een voet- en fietsbrug over de rivier naar de nieuwe wijk Stadsblokken. De gemeente werkt samen met ontwikkelaar en grondeigenaar Phanos aan een gebiedsvisie Stadsblokken/Meinerswijk die moet leiden tot een uiterwaardenpark.

De energieke aanpak van wethouder Elffrink leidt tot rising expectations in de stad. Maar de stemming is breekbaar. Eind januari van dit jaar werd bekend dat ontwikkelaar Phanos in financiële problemen verkeert. De rentebetalingen aan obligatiehouders werden opgeschort. En realisatie van het Kunstcluster is twijfelachtig vanwege de krimpende budgetten van de deelnemende instellingen. Maar ook vanwege de nodige weerstand. De vrees bestaat dat de instellingen overal in de stad lege plekken zullen achterlaten. Alles inzetten op het Kunstcluster houdt een risico in. Het kan net als bij de binnenhaven leiden tot een verblinding, die het zicht op de omliggende realiteit ontneemt. Dat is het tegenovergestelde van de lichte plek in het bos.** Het is dus zaak de edele kunst van de sur place te blijven oefenen.