Feature —

De uitdaging van zorgarchitectuur

Gideon Boie

Al meer dan vijftig jaar wordt geprobeerd het ziekenhuismodel in de psychiatrie te vernieuwen en toch kampen psychiatrische instellingen nog steeds met ruimtelijke segregatie. Ook het architecturale kader van de psychiatrische zorg ligt ver onder de maat. Op initiatief van UR Architects vond in Gent de uitzonderlijke studiedag ‘Het huis van de psychiatrie’ plaats.

Psychiatrische instellingen in Vlaanderen doen er alles aan om de hoge muren rond de instelling af te breken. Inzet is de vermaatschappelijking van de geestelijke gezondheidszorg. Aanleunwoningen en woonzorgcentra bieden vandaag alternatieve woonformules waar patiënten op een gecontroleerde manier kunnen deelnemen aan het stedelijke leven. Tegelijk wordt er gestreefd naar een opwaardering van het leven op het instellingsterrein zelf. Het speciale karakter van psychiatrische instellingen wordt ongedaan gemaakt door de huisvesting te normaliseren en met het opstarten van een (culturele) publieksfunctie.

Deze vermaatschappelijking van de psychiatrie vormt een grote uitdaging voor de architectuur. De zoektocht naar een kwalitatieve benadering van de ruimtelijke omgeving gaat immers gepaard met innovatieve samenlevingsvormen voor een uiterst precaire doelgroep. Bovendien wordt dit programma doorgaans bemoeilijkt door weinig aangepaste regelgeving en zelfs weerstand onder buurtbewoners. Tijdens de studiedag toonden enkele architecten hoe een andere zorgarchitectuur toch mogelijk is in Vlaanderen.

Het ontwerp van Hans Verstuyft Architecten voor de afdeling psychiatrie (PAAZ) van het Imelda Ziekenhuis in Bonheiden zet alles in op de ruimtelijke beleving. De 100 meter lange sanatoriumgang waarin de afdeling ondergebracht was, moest worden uitgebreid. Vanuit zijn ervaring in interieur en winkelinrichting ervoer Hans Verstuyft vooral ook een behoefte aan extra licht, zicht en kleur. Met het aanbouwen van een dwars vleugel ontstaat een centraal kruispunt die de afdeling van binnenuit reorganiseert. Samen met de patio’s en open salons ontstaat zo een natuurlijke oriëntatie en een plek voorontmoeting en controle. Een bijkomend aandachtspunt was het residentiële karakter en de herkenbaarheid van de afdeling psychiatrie. Het ontwerp benadrukt het residentiële karakter van de afdeling door de grote vensteropeningen in de individuele kamers, de traditionele zonnewering en de statige gevel.

Sergison Bates Architects ontwierp in het landelijke Huise-Zingem het rust- en verzorgingstehuis Home Vijvens. Hoewel het hier niet om een psychiatrisch programma gaat, toont het ontwerp hoe een instituut ook een warme huiselijke omgeving kan simuleren. Dit gebeurde zowel in de individuele kamers (die voorkomen als een gezellige woonkamer) als in de gemeenschappelijke ruimten (waar behang en gordijnen de suggestie wekken van kleurige wandtapijten). Om ontmoeting tussen de bewoners te bevorderen, werd de circulatieruimte opgewaardeerd met zichten op het landschap aan het eind van elke gang. Tegelijk werden de hoeken strategisch teruggetrokken waardoor de suggestie gewekt wordt van een andere ruimte om de hoek. De aanleg van het terrein tenslotte biedt de bewoners herkenbare identificatiepunten. Bates omschrijft Home Vijvens als een landschappelijke nederzetting met tal van referenties naar het Vlaamse landschap rondom, zoals onder andere een ommuurde tuin, parking met kasseistenen, verspreide bomen en metselwerk in Vlaams verband.

Patrick Lefebure (Archipl Architecten) presenteerde aan de hand van verschillende strategische ontwerpinterventies de geleidelijke transformatie van het psychiatrisch centrum Dr. Guislain te Gent. Meest opvallend is het ontwerp van Lefebure voor het psychiatrisch verzorgingstehuis De Lorkenstraat. Deze is georganiseerd als een zelfstandige straat die aansluit op het stedelijke weefsel rondom. Het complex vertaalt ook op een eigenzinnige manier de typisch Vlaamse bebouwingstypologie– in Nederland bekend als het wilde wonen. De Lorkenstraat biedt onderdak aan kleine groepen die samen leven rondom kleine hofjes en niettemin verbonden zijn door strategische doorsteekjes. Dit ontwerp situeert Lefebure in zijn heel persoonlijke zoektocht naar een verzorgd wonen voor psychiatrische patiënten. Hierbij stelt hij algemene menselijke woonverlangens op het gebied van veiligheid, restruimten en identiteit centraal – en laten dit nu juist zaken zijn die tot nog toe ontzegd werden aan psychiatrische patiënten.

Regis Verplaetse en Nikolaas Vande Keere (UR Architects) tenslotte benaderen de huisvestingsopgave voor de psychiatrische zorg vanuit het ontwerpend onderzoek. UR Architects stelt dat kansen op een omgekeerde vermaatschappelijking onbenut blijven. Zorginstellingen zetten vastgoedoperaties op om naast extra inkomsten ook nieuwe woonconsumentennaar de landelijk gelegen instellingen te lokken. De uitgestrekte groengebieden vormen niettemin een natuurlijke barrière tussen de psychiatrische patiënten en hun nieuwe buren. Met behulp  van prototypes gaat UR Architects op zoek naar een meer bevredigende ruimtelijke oplossing. Voor het psychiatrisch ziekenhuis van Wolfheze stellen zij in een modelwooncomplex voor met verblijf voor zowel patiënten als niet-patiënten. Binnen het nieuwe masterplan voor het psychiatrisch ziekenhuis Duin en Bosch te Castricum ontwikkelden zij een groeimodel dat zich ent op de aanwezige bouwproductie uit de jaren 1970. Het hergebruik van deze gebouwen en het aaneenrijgen door een gangenstelsel laat verdichting toe binnen een esthetisch en ruimtelijk coherent kader.

De studiedag bood met deze vier voorbeeldpraktijken een boeiend zicht op de manier waarop architecten een bijdrage leveren aan de normalisatie van geestelijke gezondheidszorg. De verschillende perspectieven tonen ook hoe de huisvesting van de psychiatrische zorg niet noodzakelijk hoeft af te glijden in een stompzinnige toepassing van onaangepaste regelgeving en herhaling van standaardpatronen. De inleidende oproep van Bernard Sabbe (professor psychiatrie aan de Universiteit van Antwerpen) om ook psychische variabelen in het ontwerp mee te nemen – zoals depressie, schizofrenie, borderline en dementie – bleef echter onaangeroerd. Deze uitdaging vormt genoeg stof voor een nieuwe studiedag.