Recensie —

‘Een ongelofelijk avontuur beleven met pure vierkant’

Marina van den Bergen

Deze uitspraak deed Wim Crouwel in 2003 tijdens een bezoek aan Vivid in Rotterdam, waar een expositie opende over het werk van vormgevers Jan Slothouber en William Graatsma. Wederom is in dezelfde galerie een bescheiden tentoonstelling te zien met onder meer niet eerder getoond werk.

Hoe is het te verklaren dat kubussen een grijze dag in februari stralend kunnen maken? Is het de fascinatie dat twee mannen ruim twintig jaar van hun ontwerpend leven gewijd hebben aan één basisvorm? Is het de schoonheid van de repetitie van de vorm en de variaties daarop? Of komt het door het mateloze optimisme dat uit het werk spreekt?

De keuze van Jan Slothouber (1916-2007) en William Graatsma (1925) voor de kubus als basisvorm werd bepaald door pragmatische overwegingen. Beide vormgevers werkten vanaf midden jaren vijftig voor de DSM (Dutch State Mines) en waren verantwoordelijk voor de vormgeving van de campagne die een nieuwe product, plastic, moest promoten in binnen- en buitenland. Tot 1970 ontwierpen Slothouber en Graatsma verpakkingen, advertenties en tentoonstelling en bepaalden zodoende het corporate image van de DSM. DSM nam een goede representatie zeer serieus, tijdens de hoogtijdagen werkten maar liefst 17 mensen op de afdeling van Slothouber en Graatsma, die zich allemaal bezig hielden met kubussen. Voor de kubus was gekozen omdat het vervoerstechnisch de meest economische vorm bleek te zijn en tevens de meest optimale basisvorm om tentoonstellingen mee op te bouwen. Later werd daar het argument van 'de schoonheid van eenvoud' aan toegevoegd, het argument van 'de universele vorm die voor iedereen begrijpbaar is', en het argument van 'de democratische kunstvorm'.

Begin jaren zestig gaan de beeldende kunsten in Nederland zich in toenemende mate interesseren voor het seriematige, concept, minimal art, en binnen de architectuur, voor het structuralisme. Het werk van Slothouber en Graatsma wordt uit de anonimiteit gehaald wanneer het Stedelijk Museum hen in 1965 vraagt een tentoonstelling te maken. In deze tentoonstelling getiteld Vier kanten, tonen zij vorm-, maat-, kleur- en letterexperimenten waarbij de kubus de basis vormt. Artistiek hoogtepunt vormt de door henzelf verzorgde expositie met eigen werk in het Nederlandse paviljoen tijdens de kunstbiënnale van Venetië in 1970. Of zullen Slothouber en Graatsma meer artistiek genoegen hebben beleefd aan de opdracht om de kinderpostzegels van 1970 te ontwerpen? Hun ontwerpfilosofie stoelde op de overtuiging dat kunst en vormgeving in de samenleving geïntegreerd moeten zijn, en wat is er democratischer dan fraai ontworpen postzegels? Deze overtuiging bepaalde het ontwerpwerk bij de DSM, maar leidde ook tot de oprichting van het Centrum voor Cubische Constructies (CCC), waar zij zich onder meer toelegden op kubische meubelontwerpen. Ze ontwierpen bijvoorbeeld het kubische meubelpakket: een frame dat eenvoudig uit elkaar te halen is en met behulp van kubussen in andere maatvoeringen simpel tot een meubel geconstrueerd kan worden. Als een bijna uiterste consequentie van hun ontwerpfilosofie bekommerden Slothouber en Graatsma zich niet om het copyright van hun ontwerpen en stonden ze naar verluidt zelf(s) met hun meubelontwerpen op de huishoudbeurs.
Nadat het dienstverband bij de DSM was beëindigd, CCC meubelontwerpen niet in productie werden genomen, en musea het werk – ondanks de tentoonstellingen in Venetië en Amsterdam – niet aankochten, besloten beiden begin jaren zeventig hun ontwerppraktijk te verruilen voor een baan in het onderwijs.  

In de expositie bij Vivid is goed te zien is hoe Slothouber en Graatsma de wiskundige regelmaat van de kubus toepasten in diverse constructies met verschillende materialen, en hoe hun werk zich in de loop van tijd ontwikkelde. Te zien zijn de originele glazen vitrines die zij voor DSM ontwierpen voor de reizende tentoonstellingen. Er staat een prototype van het kubische meubelpakket en uiteraard is er het zitmeubel dat met behulp van ritsen kan worden omgevormd tot een nieuwe configuratie. De ontwerpen worden echt spannend wanneer Slothouber en Graatsma de kubussen gaan kantelen – de wandwerken en de fruitschaal; kubussen inzetten om bollen te maken – prachtig grafisch werk waar de bol wordt bepaald door de kubische cel; of ronde kokers gebruiken om kubussen te maken – de kapstok. Van grote schoonheid is de maquette van het kubisch gewelfde trottoir dat ze in 1969 ontwierpen voor het toen nog braakliggende Schouwburgplein in Rotterdam. Het kwam er nooit, maar het ontwerp werd in gewijzigde vorm – geen stoeptegels van 32 bij 32 centimeter maar van 35 bij 35 – gerealiseerd in Venetië. Na afloop van de tentoonstelling en een rondreis langs diverse Europese steden belandde een deel van het kubisch gewelfde trottoir in de tuin van Slothouber en een ander deel in de openbare ruimte voor het huis van Graatsma in Eindhoven.

Slothouber merkte eens op: "of het kunst is wat wij doen, betwijfel ik". Wel of geen kunst, is voor de galeriehouder en de verzamelaar een belangrijke vraag, maar mogelijk niet voor de bezoeker van de expositie. Wim Crouwels uitspraak is nog steeds geldig; beleef het avontuur met het pure vierkant, laat minimal music via oordopjes het hoofd instromen – wel zelf meebrengen! Neem de tijd, mijmer zonder nostalgisch te worden en laat je inspireren.