Feature —

Om de ziel van de stad

Hans Teerds

Is authenticiteit de nieuwe kritische factor in stadsontwikkeling? In een afgeladen De Dépendance, de ruimte in het Schieblock waar het NAi en het Berlage Instituut gezamenlijk een lezingenreeks organiseren, stelde de Amerikaanse sociologe Sharon Zukin afgelopen donderdag 27 januari dat het in ieder geval een term is die ook bij de ‘gewone mensen’ aansluiting vindt. En is dat niet een machtsfactor van jewelste?

Vesuvio Bakery in Soho, New York City
Vesuvio Bakery in Soho, New York City

Als een uitgebalanceerde danspartij (tegen de achtergrond van muziek die uit de naastgelegen dansschool klonk) ontvouwde Zukin haar visie op authenticiteit, schakelend tussen abstracte sociologische en politieke overwegingen en de analyse van een locale Italiaanse bakkerij in het SoHo district in New York.
Zukin was de eerste om te onderkennen dat er nogal wat haken en ogen kleven aan de term ‘authentiek’. Want wat is authentiek? In makelaarsbrochures moet de term meestal met een korreltje zout genomen worden. En waar het grote publiek authenticiteit ervaart, daar is misschien sprake van een pastiche. Of nostalgie. En heeft de filosoof Theodor Adorno na de Tweede Wereldoorlog niet gewaarschuwd voor het ‘jargon van authenticiteit’ dat de politiek domineerde, als symbool voor etnische of nationale puurheid?

Waarom dan toch het pad van de authenticiteit gaan? Zukin schetst het begrip tegen de achtergrond van wat ze noemt ‘het verlies van de ziel van de stad’. Die ziel is uiteraard veel meer dan de verzameling van straten, pleinen en gebouwen die de stad is. Het gaat veel meer over de bewoners, de winkels, de winkeleigenaars, enzovoort – kortom, het gaat over het dagelijks leven. De veranderingen in het leefpatroon zorgen ook voor veranderingen in de materie. Wat Zukin de laatste decennia zag voltrekken is wat ze noemt een zachte verschuiving in de machtsstructuur – de gentrificatie van de cupcakes. Het zijn maar details, toch is de aanblik van de Vesuvio bakkerij (het voorbeeld waar Zukin telkens naar terugkeerde) veranderd. Waar decennia lang simpelweg stokbroden achter het raam van de bakkerij stonden, daar staan nu luxe banketbakkers producten. En waar vroeger enkel een toonbank de winkel domineerde, daar staan nu tafeltjes en stoeltjes. De geur van brood is verdreven door de geur van koffie. De nieuwe eigenaar van de bakkerij – na decennia te zijn uitgebaat door een familie, heeft nu een andere bakker de zaak overgenomen – heeft de gevel grotendeels in oude staat gelaten. Enkel is in sierlijke letters het woord ‘café’ toegevoegd. Tegen de achtergrond van de andere veranderingen in SoHo was de bakkerij misschien nog wel de enige connectie die letterlijk refereerde aan het verleden van de wijk, niet alleen in uiterlijk, maar ook door de eigendomsstructuur. Toch viel op internet te lezen dat trouwe bezoekers van de bakkerij afhaakten. De bakkerij was de bakkerij niet meer – had het zijn authenticiteit (zijn ziel?) verloren?

Voor stedenbouwers, architecten en andere betrokkenen bij de stedelijke ontwikkeling (er zaten ook veel sociologen en geografen in het publiek) zou het begrip waarde kunnen hebben als term waarmee de sociale praktijken in de stad verbonden worden met haar gebouwde structuur. Het verbindt plaats met tijd, en gaat zowel over het object als over het subject. Authenticiteit gaat niet over vroeger, het gaat over nu – al heeft het natuurlijk wel gevoel voor het verleden. Wat oud is, is niet per se authentiek, maar ook niet per definitie niet-authentiek. Het gaat eerder over creativiteit dan over volgzaamheid, over het verhaal dan over de feiten, en het gaat tenslotte niet over wat er is, maar wat er zou moeten zijn. Op die manier brengt het begrip authenticiteit de complexiteit van de stad en haar bewoners, haar culturele kapitaal als ook haar creatieve potentie in het debat over de stad. En toch ook bij de gewone burger, aldus Zukin.

De Rotterdamse socioloog Justus Uitermark was gevraagd te reageren op Zukin. Dat deed hij zeer uitgebreid. Niet op haar lezing, maar op het boek Naked City waarin Zukin haar bevindingen publiceerde. Zijn conclusie: niet authenticiteit zou de kritische factor moeten zijn in stedelijke vernieuwingsprocessen, maar ‘a people, the public’. Een loffelijke conclusie waar we het natuurlijk niet oneens mee kunnen zijn, ware het niet, volgens Zukin, dat dit uiteindelijk in de politiek van de stad en het dagelijks leven van haar burgers een te abstracte benadering is. Zeker in de Amerikaanse context wordt een dergelijke claim, uit naam van het abstracte ‘publiek’ en tegen een overheersend kapitalisme dat ruimte enkel in economische termen benadert, al snel met het socialisme – om niet te zeggen communisme – geassocieerd. En als er iets besmet is in Amerika… Bovendien, stelde Zukin, er zijn tal van goede voorbeelden waarin niet de overheid, noch het publiek, maar het bedrijfsleven het initiatief in de publieke ruimte neemt. Je kan dat af doen als vercommercialisering van deze ruimte, maar dat is te snel en te zwart-wit gedacht. Particulier initiatief levert wel degelijk goede en veilige ruimten op, die bovendien zeer intensief gebruikt worden door het publiek.

NAi-directeur Ole Bouman, die het debat leidde, hield beide kampen kundig uit elkaar toen deze al snel hun ‘meningsverschil’ wegvaagden door te benadrukken dat het hen beide te doen was om de toekomst van de ‘ziel’ van de stad. Maar hij wist niet te voorkomen (of stimuleerde zelfs) dat het debat in de zaal ontaarde in een discussie over (architectuur)stijlen. Daarmee werd het begrip authenticiteit toch weer van de rijkdom ontdaan waarmee Sharon Zukin haar net had opgetuigd.