Opinie —

Mid-Size Utopia – Ontwerpen aan de regio

Bart Witteman en Daan Zandbelt

Een boerderijtje midden in Amsterdam, de ultieme woonwens van velen, en bij een droom zal het ook altijd blijven. Voor een sobere variant van die droom kom je terecht in de steden aan de flanken van de Randstad. In Arnhem of ’s-Hertogenbosch vind je de lusten van een middelgrote stad met de ruimte van een omringend ommeland. Deze steden, in een ring van Zwolle tot Breda, noemen we daarom Mid-Size Utopia’s: bereikbaar, te midden van landschappen als Veluwe en Grote Rivieren en met een compleet voorzieningenaanbod. Zandbelt&vandenBerg onderzocht het succes en de toekomst van deze regio’s en pleiten voor regionale ontwerpen.

Mid-Size Utopia biedt als vestigingsklimaat het beste van twee werelden. Maar die staat onder druk. Monocentrische steden groeien steeds meer uit tot meerkernige stedelijke regio’s. Afzonderlijke kernen groeien daarin naar elkaar toe, er ontstaat een tussengebied waar niet duidelijk is waar de stad ophoudt en begint. De woningmarkt en voorzieningen trekken zich steeds minder aan van gemeentegrenzen. Woonwijken, hogescholen en bedrijventerreinen concurreren met elkaar om gezinnen, studenten en hoofdkantoren.  Voor een succesvolle regio is het aantrekken en behouden van kansrijke groepen een must. Daarmee worden voor een regio de aanwezigheid van pull-factoren als een levendige binnenstad, goed onderwijs en culturele voorzieningen steeds belangrijker. De steden van Mid-Size Utopia wedijveren met elkaar om het prettigste vestigingsklimaat.

De focus van onze studie Mid-Size Utopia ligt op mobiliteit en infrastructuur. Een toename van verkeer binnen de regio leidt tot een ander gebruik van de bestaande infrastructuur. De regionale netwerken zijn niet ontworpen op het huidige ruimtegebruik. Dat leidt enerzijds tot overbelasting van snelwegen en intercity’s die worden gebruikt voor vervoer binnen de regio, anderzijds kunnen nieuwe regionale functies, zoals een stadion, de onderwijscampus en een woonboulevard geen logische plek vinden. Ze zijn te grootschalig voor het fijnmazige lokale netwerk en niet goed  toegankelijk vanuit het nationale netwerk. Om fragmentatie en verrommeling te voorkomen pleiten wij voor een schaalsprong. Ontwerpen op de schaal van de regio biedt daarbij de kans om een regionale kwaliteitsslag te maken door te groeien langs (bestaande) structuren in plaats van op grote uitleglocaties. Over het te realiseren programma valt bovendien steeds minder te zeggen: in ruimtelijke toekomstscenario’s worden de onzekerheden almaar groter. In plaats van het accommoderen van programma kan het beter gaan over het verbeteren van het functioneren van de regio.

Mobiliteitsnetwerken zijn in Mid-Size Utopia ingezet als structurerende regionale elementen: wegennet, OV-netten en verbindingen voor langzaam verkeer. Gezamenlijk vormen ze het regionale verbindende systeem waarover wordt geforensd, gerecreëerd en gecommuniceerd; er wordt gesleuteld aan de bestaande regio in plaats van de projectie van een volledig nieuw netwerk. In onze studie destilleren we vier basisprincipes voor het vormgeven op de regionale schaal:

1 Creëer robuuste netwerken:
Robuuste netwerken zijn helder leesbaar, bieden ruimte voor groei en zijn minder kwetsbaar voor verstoringen. Bovendien vormen ze een logisch adres voor functies met een regionaal belang.

2 Vergroot de variatie en kwaliteit van milieus
Een grotere variatie aan stedelijke milieus maakt een regio minder kwetsbaar.  Door nieuwe, specifieke plekken te ontwikkelen wordt het aanbod bovendien vergroot. Kansen liggen aan de uiteinden van het spectrum: stedelijk versus landelijk. Menging van programma’s biedt kansen doordat milieus elkaar niet alleen hinderen maar steeds vaker verrijken.

3 Ontwikkel massa op de best bereikbare plekken van het netwerk
Concentratie van programma op de knooppunten maakt optimaal gebruik van bereikbaarheid. Dat voorkomt uitdijen van het stedelijk gebied.

4 Richt de stad naar de straat
Verbindende netwerken bepalen een belangrijk deel van de ervaring van de regio, aantrekkelijk ontworpen structuren en entrees geven aanleiding tot verblijf, trots en bewustzijn. Het ‘veredelen’ van stadsentrees, uitvalswegen, centrale stations en fietspadennetwerken, onze nieuwe regionale ruimte, getuigt van het serieus nemen van een nieuwe regionale realiteit.

Met het einde van landsdekkende ruimtelijke nota’s en plannen ligt er ruimte voor regionale samenwerking. De bal ligt bij de regio’s, maar dat vraagt om meer dan alleen een eigen economisch profiel of het benoemen van een valley. Het gaat ook over onderscheidende kenmerken als landschappelijke kwaliteit, aantrekkelijke woonmilieus en bereikbaarheid. De regio’s rond de Randstad zijn klaar voor een schaalsprong. Het is daarbij essentieel om niet alleen regionaal de kracht te benoemen, maar ook om er aan te blijven ontwerpen. Zonder ruimtelijk regionaal ontwerp blijft elke valley zo plat als papier.