Opinie —

‘Teveel olifanten in één hok’

Leo Oorschot en Lotte Zaaijer

Succes kan soms tegenwerken bleek bij het 4e ADHD-debat Over het beeld van de Internationale Stad op 9 maart 2011. Sinds Den Haag in het nieuwe millennium in de belangstelling kwam te staan van veel internationale instellingen werpen zij hun eerste schaduwen over de stad. Door het omvangrijke formaat van de huisvesting van deze instellingen komen Haagse groen en woonomgeving in de verdrukking. Misschien biedt een ring van groene parkachtige ruimten rondom de stad met daarin ruimte voor de internationale instellingen uitkomst?

Vredespaleis 2009, foto: Sarah Carlier (i.o.v. Gemeente Den Haag en Fotomuseum)
Vredespaleis 2009, foto: Sarah Carlier (i.o.v. Gemeente Den Haag en Fotomuseum)

Het blijkt dat beslissingen uit het verleden, hoe nietig die soms ook zijn, van grote invloed kunnen zijn voor de toekomst (padafhankelijkheid). De keuze in de zeventiende eeuw om het beeld van Den Haag als een dorp in een pastorale setting omgeven door lommerrijke duinbossen met landgoederen te versterken is daar een voorbeeld van. Er werden nieuwe pleinen aangelegd en lindebomen geplant. Overal verschenen nieuwe landgoederen. Ook de Haagse stedenbouwers Lindo, Berlage en Dudok maakten aan het einde van de negentiende eeuw en in de twintigste eeuw gebruik van dat beeld bij de plannen voor Den Haag.
Een andere bepalende gebeurtenis is de komst van de eerste Vredesconferentie naar Den Haag aan het eind van de negentiende eeuw. Den Haag was geen Europese metropool zoals Parijs, Londen en Berlijn. Den Haag was zelfs geen hoofdstad – dat was Amsterdam – maar neutraal terrein en daarom bij uitstek geschikt voor Europese grootmachten om te onderhandelen over vrede. Het Vredespaleis trok vele andere internationale instellingen aan, zoals ICC, OPCW, Europol, Eurojust etc, en maakte Den Haag tot Stad van Internationaal Recht en Vrede, met een groen karakter.

Een stad krijgt zijn identiteit niet door naar zichzelf te kijken, maar door zichzelf te vergelijken met anderen, merkte stadsgeograaf Martin Boisen op tijdens het debat. Het contrast met andere steden bepaalt dus het eigen karakter of het stadsgenoom. Den Haag onderscheidt zich met haar imago van 'dorp in lommerrijke groen' en de slogan 'The Hague – Legal Capital of the World' haarscherp van ander steden. Deze twee thema's zijn in de loop van de geschiedenis ontstaan en bepalen nog altijd sterk de beeldvorming van Den Haag.

Toch beginnen die twee imago's van de stad elkaar in de weg te zitten. Tijdens de lezingen en het debat kwamen een aantal interessante knelpunten naar voren. Misschien is het grootste probleem wel een fixatie op dé Internationale Zone, een krap terrein aan de Scheveningse bosjes, het heilige groene hart van Den Haag. De grote gebouwen van de internationale instituten komen te dicht op elkaar te staan en worden, om het groen te ontzien, bijna de woonwijken ingeduwd. Gebouwen van deze omvang hebben – net als het Vredespaleis – ruimte nodig, voor de beveiliging, maar ook om het groene karakter van de stad te waarborgen. Het kolossale nieuwe gebouw van Europol heeft weinig lucht en ruimte om zich heen. Met Eurojust dreigt het dezelfde kant op te gaan. ‘Teveel olifanten in één hok’, zei een van de bezoekers na afloop. Iemand anders suggereerde om het Scheveningse bos in te richten als een soort gated community. De gebouwen die nu aan de rand staan met ieder een eigen hek, zouden midden in het groen geplaatst kunnen worden, omheind door één hek. Dit zou echter onverstandig zijn: zo slacht men de kip (Den Haag) met de gouden eieren (het overvloedige groen).

Is de fixatie op dé Internationale Zone terecht? Analyses van Theo Deutinger en Maarten Schmitt in The Hague INT (2008) laten zien dat in de praktijk de hele stad al getransformeerd is tot een internationale zone. Bijna alle instellingen en voorzieningen liggen in het centrum en de negentiende-eeuwse wijken. Het idee van één zone stamt nog uit de tijd van Berlage. Het contrast tussen internationaal en lokaal was toen nog aan te wijzen en te begrijpen. Internationaal en lokaal hebben ondertussen een veel subtielere verhouding tot elkaar gekregen en worden teveel als tegenstelling neergezet. Vrijwel elk gebouw heeft globale en locale aspecten. Ook wonen de expats niet meer in de 'voorgeschreven' wijken en waaieren ze uit over de gehele stad. De meerderheid van de bevolking blijkt overigens tot de categorie expat of allochtoon te behoren, om niet te spreken van alle tussenvormen. Wellicht is de fixatie op het Scheveningse park het gevolg van de gebrekkige samenwerking in de regio Haaglanden. Echter het probleem is urgent en dient in een groter verband aan te worden gepakt, uiteindelijk is het de regio die meedeelt in de welvaart die de internationale instituten brengen.

Misschien moet Den Haag de fixatie op één plek voor de Internationale Zone loslaten en een ring van groene parkachtige ruimten rond de stad aanleggen om daar de Internationale Instituten te huisvesten. Langs de Landscheidingsweg, de A4-/Vlietzone of de Binckhorst. De olifanten die de regio Haaglanden zijn welvaart brengen hebben dan alle ruimte om zich te settelen. De beveiliging kan dan op een mooie, subtiele manier in het landschap en de openbare ruimte worden opgelost. Bovendien zijn deze plekken goed bereikbaar met de auto. Aanzien en status zijn dan niet gebonden aan één plek, maar verweven met de stad. De klassieke scheiding in de stad, van 'wonen in het veen en wonen op het zand', zou kunnen worden verzacht en genuanceerd. En tot slot zouden leegstaande monumenten die nu buiten de zone liggen benut kunnen worden. De ministeries uit de jaren dertig die straks leeg komen te staan krijgen dan meteen een kans op een tweede leven: Den Haag slaat daarmee twee vliegen in één klap.