Feature —

Over: de vylder vinck taillieu

Hannah Schubert

Sla een willekeurig architectuurtijdschrift open. Wat zie je? Juist. Mooie, strakke foto’s van pas opgeleverde projecten, zonder mensen. De gevel gaaf gestuukt, het beton nog zonder vochtstrepen, het interieur aan kant. We zijn zo gefocust op mooie plaatjes en het eindresultaat dat je bijna zou vergeten dat er ook nog een ervóór en een erná is.

In de serie met het thema ‘tijd’ stelt het NAi zich de vraag wat er gebeurt wanneer we architectuur vanuit de dimensie tijd benaderen en het ideale eindbeeld niet langer meer het enige doel is. Architecten Jan de Vylder, Inge Vinck en Jo Taillieu, samen architecten de vylder vinck taillieu, werden onlangs uitgenodigd voor de Architects Talk, waarbij hun ontwerppraktijk en inspiraties centraal stonden. In het Schieblock gaven zij een lezing met de sobere titel Over. Waar over? ‘Over wat dat werk dan mag of zou kunnen gaan is telkens weer anders dan waarover we het al eerder mochten hebben. Over is de meest confronterende vraag maar ook tegelijk antwoord tot een nimmer sluitend antwoord op een steeds weer opnieuw gestelde vraag: over.’

Het was een goede keuze om buiten de landsgrenzen te kijken en dit Vlaamse bureau uit te nodigen om over de relatie tussen tijd en hun werk te spreken. Binnen Nederland is er namelijk geen architect die op een vergelijkbare wijze met de vierde dimensie omgaat; architecten de vylder vinck taillieu hebben tijdelijkheid en tussentijd verheven tot een geheel eigen esthetiek.

De Vylder, Vinck en Taillieu bundelden in 2010 hun krachten. Jan de Vylder is bij het grotere publiek bekend met de productiestudio voor Les Ballets C de La B en LOD in Gent, een project dat op de omslag van het Vlaams jaarboek prijkt en in verschillende architectuurtijdschriften gepubliceerd is. Dit project toont bij uitstek waar de drie architecten naar lijken te streven; een ruwe onafheid, een verstilde tijdelijkheid, een bouwwerk dat van binnenuit omarmd wordt door haar gebruikers.

De opzet van de lezing: vierhonderd beelden in anderhalf uur tijd. Het merendeel van de getoonde foto’s is van fotograaf Filip Dujardin, die wegens ziekte helaas ontbrak bij de presentatie. Dujardin is de ‘huisfotograaf’ van architecten de vylder vinck taillieu. De Vylder: ‘We zijn verslaafd aan het werk van Filip.’ Dujardin legt de ontwikkeling van de projecten van architecten de vylder vinck taillieu vast van het beginpunt tot eindpunt. Wat hij in zijn reeksen toont is dat de architecten niet denken in eindbeelden, maar juist zoeken naar de schoonheid van het tijdelijke; het proces is een essentieel onderdeel van het project, en is de omgang met tussentijd en toevalligheden cruciaal in hoe het bureau zich onderscheidt.

Wat volgt is een associatieve struintocht langs beelden en projecten. Er lijkt geen hiërarchie te bestaan binnen de hier gepresenteerde reeks: het ontwerp van een archetypische tafel is net zo belangrijk als een aanbouw voor een muziekacademie, een school voor twee kunstenaars gelijkwaardig aan een huisartsenpraktijk of dierenkliniek. De eigenzinnigheid van hun aanpak toont zich niet alleen in de opbouw van deze lezing en de beelden die ze laten zien, maar bijvoorbeeld ook in de opmaak van hun website. Met cryptische namen als h-y-tong, 64 house, lbcdlb 118, scheeplos, boma, rep tap cac, ovo 1(4) extended, tarbot, k-avel, jozefzaag, winkelhaak en k-meule ‘dwingen’ zij degene die zich voor hun werk interesseert zich over te geven aan eenzelfde struintocht langs beeld en tekst. Er is geen ruimte voor oppervlakkigheid; wie wil begrijpen zal moeite moeten doen om op hún manier te leren kijken.

De vele momentopnamen van projecten die deze avond langs schieten staan niet allemaal direct in relatie tot hun opvatting van tijd, maar zijn wel in poëtisch opzicht verbonden met werk en praktijk. De beelden zijn een aanmoediging tot anders denken, tot het herkennen van gelukkige toevalligheden: ‘Alles wat oncalculeerbaar is wordt omgekeerd tot een voordeel’. De toevalligheden worden aangenomen als een natuurlijk gegeven, en vloeien door in het ontwerp. Heel bewust niet naadloos; juist het markeren van de naden en oneffenheden typeert het handschrift van de architecten. Het gaat in essentie over materialiteit; de bewust afwijkende kleur van de voeg, het moedwillig laten verspringen van de maat van de steen, het durven tonen van ruwheid, en de bouwtechniek laten evolueren zodat deze uiteindelijk zelf de afwerking van het geheel vormt – en een ornament.

Hoewel de ‘permanente tijdelijkheid’ zich uitkristalliseert als signatuur van de architecten, ontstijgen hun projecten wel degelijk de gimmick van de tijdelijkheid. Terecht komt er vanuit de zaal een compliment voor het hoog ambachtelijke gehalte van hun werk (´Dank U. Onze projecten zijn inderdaad wel degelijk afgewerkt!´). Die ambachtelijkheid toont zich ook in de prachtige handschetsen die tijdens de presentatie getoond worden; in fijne roodblauwe lijnen wordt op papier een enorme ruimtelijkheid geschapen. Alles wijst erop dat een opdracht die architecten de vylder vinck taillieu aangaan een intens proces is. ‘We dwingen onze opdrachtgevers om, samen met ons, diep te gaan. We tekenen daardoor soms iets waarvan we nooit dachten dat we het zouden tekenen – en dat levert fantastische dingen op. Je moet soms je hand in een berg dorre herfstbladeren durven steken en kijken wat je tegenkomt qua ongedierte. Maar wat ons punt is; wij hebben ontzettend veel plezier.’