Feature —

Architecten ontmoeten elkaar in Selinunte: visies voor de onmiddelijke toekomst

Alex van de Beld

Dit voorjaar ontmoetten in Selinunte op Sicilië verschillende generaties architecten uit de hele wereld elkaar: aankomende jonge talenten, die vaak in hun eigen regio de eerste projecten hebben gerealiseerd en architecten van mondiaal werkende bureaus. Het mooie van de bijeenkomst was dat alle genodigde bureaus hun werk presenteerden, waardoor een breed beeld ontstond van de werkzaamheden van architecten en vooral vanuit welke motieven hun werk wordt aangestuurd.

Vooral bij de jongere bureaus tekende zich een duidelijke veranderde doelstelling af, of misschien is het beter te spreken van een nieuwe mentaliteit. Het lijkt deze bureaus veel minder te gaan om het spectaculaire, of nieuwe resultaat van hun gerealiseerde projecten. Hun prestatiedrang richt zich meer op de implicaties die het project heeft op de omgeving. Daarmee onderzoeken ze effecten die architectuur heeft op de samenleving. De aandacht verschuift van de ontwikkeling van artistieke talenten naar het formuleren van maatschappelijke doelen waar architectuur aan kan bijdragen. Om dat te kunnen waarmaken is men zich meer bewust van de processen waarlangs architectuur tot stand komt en hoe deze bepalend zijn voor het resultaat. Dat betekent dan weer dat het concept niet wordt gezien als een fysieke entiteit waarvan het hoogste doel is om het zo exact mogelijk te realiseren. Het is meer het middel is dat de weg naar de achterliggende doelen open breekt.

Dit kan bijvoorbeeld een omgeving zijn die op slot zit door de aanwezigheid van huisjesmelkers, zoals op de Amsterdamse wallen het geval is. Het Taiwanees Nederlandse bureau Boundery Unlimited onderzocht de oorzaken en deed voorstellen om de status quo te doorbreken. Een van de voorstellen is om de prostitutie centraal op de bovenverdiepingen te positioneren om daarmee de methode te ontwrichten waarmee de woekerhuur wordt berekend die de meisjes moeten betalen voor het gebruik van een strekkende meter gevel. Daarmee wordt tevens publieke ruimte vrij gespeeld voor een meer gemengd en minder eenzijdig en overspannen stedelijk gebruik. Een ander voorstel betreft het benutten van de op bovenverdiepingen leegstaande ruimten als nieuwe dakstad, die zich kan ontplooien bovenop de bestaande activiteiten. Achterliggend doel is een ontwikkeling op gang te brengen waar iedereen iets aan heeft, niet alleen de huisjesmelkers. Daarnaast kan worden voorkomen dat zij door de gemeente voor woekerprijzen moeten worden uitgekocht, waar de samenleving vervolgens indirect voor op moeten draaien.

Betekent dit dat er dan een minder belangrijke rol voor de schoonheid van de architectuur is weggelegd? Ik denk het niet, maar het is schoonheid die mede ontstaat in de loop van het proces en die onverwachts om de hoek komt kijken. Een voorbeeld van deze verrassende esthetica werd gepresenteerd door een jonge architect van Design Ether uit de stad Bombay, de razendsnel groeiende metropool in India.
Het groeiproces in die stad kan worden gezien als een eenzijdig verdringingsproces van traditionele laagbouw door beleggingsontwikkelde hoogbouw. In die in hoog tempo ontstane nieuwe stedelijkheid worden de bestaande woningen letterlijk gesandwicht en samengeperst tussen de nieuwe hoogbouw die aan de  voorkant langs  de hoofdwegen wordt gerealiseerd. In deze onmogelijke lijkende conditie is een jong bureau in staat geweest eenvoudige woningbouw te realiseren. Met eenvoudige middelen en door het toevoegen van een collectieve ruimte is van de nood een deugd gemaakt. Door uit het stramien te stappen worden er alternatieven zichtbaar die de economische machinerie proberen te ontregelen, hier worden kleine oases van een onverwachte schoonheid aangeboden in een wereld waar dat zinloos lijkt. Deze aanpak leidt tot een inbreken op de gangbare regel met als resultaat een esthetica van verrassing.

Wat veel van de gepresenteerde projecten met elkaar gemeen hebben, is een ogenschijnlijke bescheidenheid ten aanzien van de rol van architectuur. Het gaat niet zozeer om de promotie van een merknaam, maar om de effectiviteit van een idee. Kwaliteit is niet automatisch verbonden met een eigen naam, maar met de inhoud van het project. Veel projecten zijn dan ook het resultaat van samenwerking tussen partijen die, afhankelijk van de aard van de opgave, een alliantie met een tijdelijke solidariteit organiseren.
De architecten van Gilad-Shiff Architecture uit Israël introduceren het idee van de gedeelde ruimte in een land waar dat al sinds mensenheugenis voor de bewoners realiteit is. Maar juist hier krijgt dit concept van shared space nieuwe betekenis doordat het idee van samen ruimte delen een flexibel en tijdelijk karakter heeft. Door hun projecten te baseren op deze alternatieve kijk op het gebruik van ruimte, proberen de architecten een praktische bijdrage te leveren aan de oplossing van een groot probleem dat telkens weer stukloopt op grote onvervulbare idealen.

Iets anders wat in het oog springt is de onbevooroordeelde blik van waaruit de nieuwe bureaus opereren. Het Belgische bureau BLAF Architecten is een mooi voorbeeld van een bureau dat werkt in de Vlaamse context en deze feilloos ironiseert, maar tegelijkertijd ook voor lief neemt. Ze beschrijven hun wereld als een onduidelijke toestand tussen stad en land, waarin een ieder alleen voor zichzelf bezig is en alles geprivatiseerd is geraakt. Zonder een moreel oordeel over die wereld te vellen, bouwen ze hun projecten op het eerste gezicht onzichtbaar, opgaand in de lokale cultuur. Maar dan voegen ze heel subtiel iets toe waardoor er iets veranderd, zoals een publiek basketbalveldje op het erf van twee privé-woningen. In een kakofonie van diversiteit waarin ieder zich alleen om het eigen privé domein bekommert, resulteert deze architectuur, met als middel een nieuw soort eenvoud, een sluipend commentaar op het maatschappelijke proces achter de Vlaamse gebouwde realiteit.

Wat tenslotte alle generaties architecten gemeen lijken te hebben, is dat ze voor dat kleine stukje wat ze bijdragen in de wereld de volle verantwoording willen afleggen. En die verantwoordelijkheid wordt als vanzelfsprekendheid genomen, niet alleen voor het gebouwde resultaat, maar juist ook voor het functioneren van het gebouw. Er is kennelijk een ethisch bewustzijn aanwezig dat ongekunsteld, niet aangeleerd de natuurlijke drijfveer bepaalt. Het gaat er de architecten in eerste instantie om de mensen die in het project moeten leven, en zij die in de omgeving met veranderingen worden geconfronteerd, te betrekken bij het project. Want het succes van hun interventies hangt daarvan af.

De architecten van Vicini TBR hebben voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling in het Caraïbisch gebied gezorgd. Een squatterskolonie wordt van nieuwe eenvoudige behuizing voorzien, voordat de commerciële krachten hun werk kunnen doen. Het creëert niet alleen op slimme wijze draagvlak, maar bevoorrecht ook dat deel van de bevolking dat in normale economische processen altijd als laatste aan de beurt is, door ze nu eerst aan de beurt te laten zijn. Maar verantwoording nemen kan ook op de manier van het Franse bureau Ia-Architectures dat een pleidooi hielt om niet te bouwen omdat dat in het specifieke geval betekent dat de omgeving onnodig of disproportioneel wordt belast. Duurzaamheid als motto kan in een dergelijk geval gemakkelijk gelden als alibi om via regeltjes en getallen iets te realiseren dat het tegenovergestelde teweegbrengt. Tenslotte was er het bureau Demo dat in hun bureaupresentatie prachtig verwoordde dat wat zij gemist hebben in de architectuur zoals die de afgelopen decennia de opinie heeft bepaald: bescheidenheid, collegialiteit en effectiviteit.

Uiteindelijk is het zo dat architectuur zich bezighoudt om de materiële wereld om ons heen te verbeteren door uit de veranderingsprocessen die daar aan ten grondslag liggen, schoonheid te laten ontstaan. Dat is iets anders dan de wereld proberen te verfraaien en daar dan vervolgens van te hopen dat de samenleving daardoor vooruitkomt. Je zou kunnen beweren dat deze nieuwe generatie architecten hun werk  niet meer als culturele daad ten opzichte van de natuur ziet, maar als onderdeel ervan.  De schoonheid hangt samen met het proces waaruit het ontstaat. Ze breekt daarmee uit de gijzeling van ’beeldkwaliteit ’ waarin ontwerpers decennia zijn vastgehouden en vervangt deze door de effectiviteit van het idee. Ze zoeken naar de schoonheid van dat wat werkt. Niet hoe ziet het eruit maar wat brengt het teweeg; niet hoe mooi is het, maar hoe het werkt is van belang.
Ik denk dat als die veranderende mentaliteit zichtbaar wordt in de tijdschriften, de opinie niet onverdeeld positief kan verschuiven. Het belang van de architectuur kan dan als discipline weer voor het voetlicht komen als een discipline die voortbouwt aan de samenleving. Ben benieuwd hoe een cultuur die dat beschrijft in beeld zal worden gebracht!