Opinie —

Bleker, Brussel en de Natuur

Remco Daalder

Rutte I kort flink op natuurontwikkeling en -behoud. Een terugkeer naar de jaren zestig dreigt, toen we platgespoten en overbemest boerenland als het summum van natuur beschouwden. De verantwoordelijkheid voor de natuur in ons land moeten we niet aan boeren willen overlaten, de vraagstukken zijn daarvoor te groot en te complex. Trammelant in natuurbeschermingsland.

Haaksbergerveen.
Haaksbergerveen.

Een korte samenvatting van het voorafgaande.
Het kabinet-Rutte zit er nog maar net als de staatssecretaris voor Landbouw en Natuur Henk Bleker een volledige herijking van de Ecologische Hoofdstructuur aankondigt. Vergevorderde processen om land voor natuur te verwerven worden stopgezet. Eén van de opvallendste slachtoffers is het Oosterwold. Dat had een brede verbinding door de Flevopolder tussen de Oostvaardersplassen en de Veluwe moeten worden. Tegelijk kondigt Bleker een korting van zestig procent op de gelden voor natuurbeheer aan. Van Staatsbosbeheer, de belangrijkste Rijks-natuurbeheerder, is sindsdien weinig meer vernomen. Men houdt zich daar stil in de hoop op betere tijden en ondertussen discussiëren ze stiekem over welke natuurgebieden het eerst moeten worden afgestoten.
Ondertussen groeit het protest. Boswachters die hun broek uittrekken op het binnenhof maken weinig indruk op Bleker. Hij reageert niet. Dat doet hij wel als in april welgeteld 79 hoogleraren er in een open brief op wijzen dat zijn beleid een keiharde aanslag op de natuur is en leidt tot “een verslechtering van de leefkwaliteit voor mensen, planten en dieren in Nederland.” Bleker stelt daarop in een brief aan de Tweede Kamer dat hij de zorg en het beheer voor de Nederlandse natuur in handen wil leggen van particulieren en ondernemers, waarvan de boer de belangrijkste is. Weg met de overheidsbemoeienis, dat is allemaal veel te duur. Op 4 mei opent de vereniging Das en Boom de website Blekerleaks en roep ambtenaren op om daar anoniem stukken op te zetten die de laakbaarheid van Blekers handelswijze aan de kaak stellen.  Drie dagen later dient Das en Boom een formele klacht in bij de Europese commissie omdat Nederland met zijn natuurbeleid het Europese recht zou schenden. Daarmee is na het maatschappelijke nu ook het juridische steekspel begonnen.

De stellingen zijn betrokken. Aan de ene kant staan de wetenschappers en de natuurverenigingen, waaronder keurige clubs als Vogelbescherming en Natuurmonumenten. Zij beweren dat overheidsbemoeienis met de natuur nodig blijft; zelfs harder nodig is dan ooit, u kent die geluiden wel. Aan de andere kant staat het ministerie dat nauwelijks reageert op de maatschappelijke onrust. Ze hebben hun handen blijkbaar al afgetrokken van de natuur en wijzen op de boer. Die moet het gaan doen.

Hoe nu verder? Op zich is een herijking van de ecologische hoofdstructuur een goed idee. In het verleden is veel geld gestoken in peperdure wildviaducten over snelwegen, die achteraf nauwelijks bleken te werken. De meeste dieren krijgen maar niet door dat die smalle groene bruggen voor hen zijn bedoeld en mijden ze als de pest. Als je de herijking gebruikt om wetenschappelijk te onderzoeken welke maatregelen nu echt nut hebben voor de natuur dan is dat alleen maar goed. Dan weet je hoe het overheidsgeld het beste besteed kan worden. Uit zo’n wetenschappelijke herijking zal ongetwijfeld komen dat het Oosterwold in Flevoland absoluut nuttig is. Door die brede groene strook kunnen de edelherten en andere grazers van de Oostvaardersplassen in tijden van voedselschaarste naar de Veluwe trekken, waardoor je eindelijk van de jaarlijkse discussies over wintersterfte af zou zijn. Vooruitlopend op die herijking heeft de provincie Flevoland op 12 mei alvast aangekondigd dat ze toch doorgaan met het Oosterwold. Zonder het Rijk en zonder de rijksgelden. De provincie vindt het van bestuurlijk onfatsoen getuigen om de afspraken die in de afgelopen jaren over de aanleg van het Oosterwold zijn gemaakt te negeren. Wellicht volgen meer provincies dit rebelse gedrag en worden daarmee de redders van de ecologische hoofdstructuur.

Dan de boer als natuurbeheerder. Dat gaat niet werken. Boeren hebben in de afgelopen jaren ruimschoots bewezen zelfs niet de meest elementaire boerennatuur te kunnen beheren. Ze kregen tientallen miljoenen natuurbeheersubsidie, maar bleven de waterstand verlagen en gingen steeds vroeger maaien. Ondanks de subsidies holde de weidevogelstand in Nederland achteruit. Grutto’s, kieviten, leeuweriken, scholeksters: ze zijn er nauwelijks meer. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat de boeren nu ineens hun leven gaan beteren, alleen omdat staatssecretaris Bleker zegt dat zij de natuurbeheerders van de toekomst zijn. Die leuke keuterboertjes met hun kleinschalige landerijen vol vogels en bloemen zijn vijftig jaar geleden uitgestorven en komen nooit meer terug. De boer is geen alternatief, of we moeten maïsvelden en eentonige kortgeschoren grasvlaktes als het summum van natuur en landschapsschoon gaan beschouwen.

Tot slot de terugtredende overheid, het toverwoord van dit kabinet. Dat gaat ook niet werken. Echt grote resultaten op natuurgebied bereik je alleen met echt grote ingrepen. Vaak zijn dat waterstaatkundige ingrepen waarvoor de overheid absoluut noodzakelijk is. De natuurwaarden van het Markermeer kunnen bijvoorbeeld fors omhoog, maar dan moet er wel een buitendijks moeras van minstens 3000 hectare komen. Kosten: 100 tot 500 miljoen. Dat kan je natuurlijk ook laten, maar dan krijg je Brussel aan je broek omdat je een natuurgebied laat versloffen. Daarnaast verspeel je alle kansen op verdere buitendijkse woningbouw – bij Almere bijvoorbeeld.  Plannen daarvoor krijg je namelijk alleen langs Brussel als je eerst fors investeert in de natuurwaarden van het Markermeer. De Markermeer is een Europees natuurreservaat, een Natura 2000 gebied, en daarvan mogen de netto natuurwaarden niet achteruit gaan, op straffe van forse Europese boetes.
Een ander voorbeeld is het Haringvliet. Al decennia lang is er discussie over het op een kier zetten van de sluizen van de zeewering waardoor vissen als zalm en forel van de zee naar zoet water kunnen trekken om te paaien. Dit soort maatregelen kan nooit aan particulieren worden overgelaten. Aan de overheid overigens ook nauwelijks, want dit kabinet heeft de door het vorige kabinet genomen beslissing om de sluizen open te zetten gewoon weer teruggedraaid. Ze komen daarmee tegemoet aan de merendeels CDA-stemmende Zeeuwse boeren, die nu eenmaal mordicus tegen veranderingen in hun landschap zijn. Binnenkort zullen ze hiervoor via Das en Boom Europa wel op hun nek krijgen.

Best kabinet, schuif uw verantwoordelijkheid voor de natuur niet af op particulieren. Laat de boeren gewoon hun bedrijf voeren, laat de natuurbeheerders de natuur beheren. Schaf al die rijkssubsidies voor landbouwnatuur af en sluis dit geld door naar Staatsbosbeheer. Die kunnen er, in tegenstelling tot de boeren, wél nuttige dingen mee doen.
Herijken van de EHS: prima, zo lang dat geen ander woord is voor afschaffen. En als u toch aan het onderzoeken bent  kijk dan ook gelijk naar de belevingswaarde van de natuur. Wetenschappers die het alleen over de zeggekorfslak hebben en pleiten voor de complete afsluiting van gebieden zijn net zo kwalijk voor de natuur als staatssecretaris Bleker. De natuur heeft in Nederland alleen toekomst als mensen er lol aan kunnen beleven.