Recensie —

Chinese New Towns met een Europees tintje

Hans Teerds

Er is waarschijnlijk geen architect die niet met een schuin oog de ontwikkelingen in China volgt. Immers, net als tot voor kort in sommige kleine oliestaten in het Midden Oosten, lijkt in China niets onmogelijk. Ongeveer alle grote namen in de architectuur werken er, aan projecten die in hun thuisland niet mogelijk zouden zijn. De clichés liggen voor de hand: als wij hier in het westen nog praten en plannen, dan is een project daar al lang en breed uitgevoerd. Als je nog iets in de architectuur wilt bereiken, dan moet je in het oosten zijn.

Alle glimmende wolkenkrabbers en architectonische experimenten die we in het westen via de vakbladen te zien krijgen, lijken zowel symbolisch voor de explosieve groei van de steden en de economie als voor de schijnbaar Oosterse wens te verwestersen. Hoe vaker ik die beelden zie, hoe meer de vraag zich opdringt: wiens wens is dit? Hoe leven de mensen er nu echt? Hoe ziet het dagelijks leven eruit, net naast die toparchitectuur? Iets van die vraag wordt beantwoord in het boek Shanghai New Towns, dat onlangs onder redactie van voormalig ArchiNed redacteur Harry den Hartog is verschenen. Trouwe bezoekers van ArchiNed kennen hem nog van zijn bijdragen over booming China – in Shanghai New Towns krijgen deze verhalen een lijvige context: 416 pagina’s, twee foto-essays, 11 artikelen simultaan in het Engels en het Chinees van ‘insiders’ (wetenschappers, ontwerpers en critici – en natuurlijk Den Hartog zelf, die deels in Shanghai woont) gelardeerd met een overdadige hoeveelheid beeld.

Zoals de titel al onthult, focust de publicatie op de context, het ontwerp en de ontwikkeling van de nieuwe satellietsteden (New Towns) rond Shanghai. Het boek presenteert er tien, variërend in grootte van rond de 50.000 inwoners tot ongeveer 1.000.000 inwoners. De achtergrond van deze steden is min of meer gelijk aan dat van andere explosief groeiende metropolen wereldwijd, met uitzondering van de extreme interventies van de overheid bij de bevolkingssamenstelling van Shanghai in het verleden. Om de kloof met het platteland te verkleinen, werd aan het eind van de jaren vijftig de stedelijke elite gedwongen buiten de stad, midden in de agrarische gemeenschap te wonen en op het land te werken. Het effect laat zich raden: funest voor zowel de elite als de stad, terwijl de agrarische bevolking er niets mee op schoot. De rollen zijn nu weer omgedraaid. Dagelijks verlaten agrariërs hun erven, om in de stad hun geluk te beproeven. Die nieuwe stroom bewoners, in combinatie met een groeiende gegoede middenklasse en elite, maakt een ongekende uitbreiding van de stad noodzakelijk. Het Masterplan voor Shanghai tot 2020 (uit 1999, geïmplementeerd in 2001) spreekt van een stad met negen ‘sleutelsteden’, met eigen administratieve voorzieningen en ieder rond de miljoen inwoners, zestig kleine steden met maximaal 150.000 bewoners en tenslotte 600 buurten met ongeveer 2000 inwoners. In 2006 werd dit Masterplan al weer in de ijskast gezet – het elfde vijfjarenplan geeft de voorkeur aan de ontwikkeling van drie van de negen sleutelsteden, die geografisch en economisch het meest gunstig gelegen zijn.

Het beeldmateriaal dat Den Hartog toont is uitermate sprekend. De casussen worden getoond met kaartmateriaal van de meesterhand van Joost Grootens (ook ontwerper van het boek), een korte uitleg en intrigerende foto’s, zowel van het nieuw gebouwde als van de frictie met het verleden. Deze nieuwe generatie New Towns bestaat niet uit de standaard wijk met identieke appartementengebouwen waar de Chinese steden bekend om zijn. Er gaat juist veel aandacht naar de identiteit van de woonomgeving alsook van de afzonderlijke woongebouwen. Immers – en dat is de cruciale vraag die in Shanghai New Towns wordt gesteld, hoe creëer je identiteit en gemeenschap in een omgeving die zo snel verandert? In de geselecteerde New Towns is de methode van het ‘thematiseren’ gebruikt. Een beproefd westers concept. Identiteit heeft, zo blijkt, in China weinig te maken met het authentieke landschap, de eigen cultuur of zelfs met de bestaande stad. Identiteit gaat niet over authenticiteit of originaliteit. Het is domweg te koop, in het Westen. Het ongelofelijke en vooral ook onbegrijpelijke is dat van de tien gedocumenteerde voorbeelden, er geen enkele door een lokaal bureau werd ontworpen. Kuipercompagnons kreeg bijvoorbeeld, samen met Atelier Dutch, de opdracht een Holland Village te ontwerpen. Het werd een stadje met een gracht, trapgevels, een verwijzing naar Kattenbroek, de kinderopvang in een oude vismarkt, en zelfs een klassiek Hollands kerkje. In de andere New Towns ligt de nostalgie wat minder voor het grijpen. Maar het zijn allemaal plannen van Europese bureaus als Arup, Gregotti, Albert Speer & Partner en Von Gerkan. Ze verschillen in uitgangspunten – een bureau als Von Gerkan staat anders in de woningbouwopgave dan Speer. Alle plannen echter hebben een mate van perfectie die in Europa niet mogelijk is: ze worden hier niet gehinderd door bestaande en uitvoerende structuren.

Des te meer wordt weer die vraag opgeroepen: maar wie wil daar dan wonen, hoe wordt er geleefd? Het zijn de beelden in deze bundel die beklijven, niet de teksten, die zijn op het saaie af. Ze leveren een verantwoorde duiding van wat er gebeurt, een inkadering van de methoden, maar weinig informatie over het leven zelf in deze New Towns. Als er al een dagelijks leven is. De beelden bij de projecten en het foto-essay van Richard Rowland zijn ongelofelijk leeg – op een paar fricties tussen oud en nieuw na, waar de nieuwe stad niet helemaal af is en de rommelige resten van het bestaande landschap nog zichtbaar zijn. Bijna geen mens of auto op straat. Zijn dit de spooksteden die we inmiddels ook uit China kennen? Uit de artikelen blijkt de achterliggende reden; veel van de woningen zijn gekocht om mee te speculeren. Het zijn beleggingen die niet bewoond worden. En dat terwijl vijfentachtig procent van de Chinezen geen geschikte woning kan vinden, omdat de prijzen domweg te hoog zijn.

Toch leven er mensen in de New Towns, fotograaf Chen Taiming laat in zijn bijdrage aan het boek zien hoe zij wonen. Hij fotografeerde bewoners met verschillende achtergronden, zoals voormalige boeren en mensen van de jonge middenklasse, in hun interieur. Alledaagse beelden, variërend van wat we vanuit onze clichés typisch Chinees zouden noemen tot standaard Ikea-interieurs.