Feature —

De stad voelt

Wilfried Hou Je Bek

Op zaterdagavond 14 mei presenteerde kunstenaar en architect Mark Shepard, samen met nieuwe media onderzoekers Martijn de Waal en Michiel de Lange, zijn nieuwe boek Sentient City: Ubiquitous Computing, Architecture, and the Future of Urban Space, dat onlangs bij MIT Press verscheen. Wilfried Hou Je Bek volgde de avond in het Rotterdamse V2 via de live videostream op de V2_website.

Vooraf: omdat de precieze betekenis van het woord ‘sentient’ me niet helemaal helder voor de geest stond las ik in mijn Engelse woordenboek dat het bezit van ‘sentience’ een bewustzijn zonder rede aanduidt: iets dat ‘sentient’ is kan wel waarnemen en voelen maar niet denken. Wikipedia vertelde me ook nog dat ‘sentience’ een sleutelbegrip is in de dierenrechten filosofie: een wezen dat ‘sentient’ is, is zich bewust van aangename en onaangename ervaringen en heeft daarom recht op bescherming ook als is het zo dom als het achtereind van een varken. Michiel de Lange was zo vriendelijk om via Twitter de ‘voelende stad’ als mogelijke vertaling te geven. Dus wat is de voelende stad? Een stad die pijn kan hebben? Dat kan niet kloppen en na een klein zoektocht blijkt dat ‘sentience’ in deze context elke normale betekenis van het woord op zijn zachts gezegd geweld aan doet, zoals reclamemakers dat doen wanneer ze smakeloos slootwater aanprijzen als ‘heerlijk’ en ‘helder’. ‘De stad is sentient in de zin dat het communicatief potentieel heeft’ schrijft Mark Shepard ergens, en de slachter van Slochteren toonde medegogen in de zin dat hij zijn zieke oude moedertje niet iedere dag sloeg. De titel overspeelt zijn hand.

Waar het boek, de expositie die aan de basis lag van het boek en deze avond over gaan is dat nieuwe (internet)technologieën als RFID, GPS, Semantic webtoepassingen, apps, het malafide idee van augmented reality, en webservices als Twitter en YouTube de potentie hebben om de stad te veranderen van een passieve omgeving in een soort orakel dat vragen kan beantwoorden en suggesties kan geven. Lees ‘stad’ hier in de ruimste zin van het woord. Dit is geen nieuw inzicht en de oorsprong van het grote aantal projecten onder noemers als locative media, internet of things, smart city, soft architecture etc, etc, is denk ik terug te voeren op de realisatie dat, met GPS, in principe alles (mens en voorwerp, tweet en foto) een eenvoudig te bepalen positie en richting heeft en dat al deze locaties bij elkaar zich organiseren in patronen aan de hand waarvan nieuwe gegevens gegenereerd kunnen worden. GPS-coördinaten als de authenticiteitbron van de eenentwintigste eeuw. Wat daarmee te doen?

Michiel de Lange en Mark Shepard wezen, in respectievelijk zijn voorwoord en zijn presentatie van het boek, uitdrukkelijk op het feit dat de eerste en meest voor de hand liggende toepassingen van deze technologieën uitmonden in controle en toezicht en dat dit een reëel gevaar is voor de maatschappij. De vraag die ze wilden beantwoorden is op welke manier deze technologie een ruimte kan scheppen waarin de publieke zaak kan worden verstevigd. Uit een rondgang langs drie in het boek gedocumenteerde projecten bleek dat zij technisch en vormgevingsvernuft delen maar op het eerste gezicht lijken te blijven hangen in volgen en controleren: arty farty surveillancechic als ludieke voorbereiding op de totalitaire staat.

Pas bij de presentatie van Martijn de Waal, inhoudelijk het zwaartepunt van de avond, werd me duidelijk hoe het volgen van individuele stukken afval als koffiebekertjes zou kunnen werken in een publiek debat. Gebruikmakend van klassieke argumenten uit de discussie over openbare ruimte en maatschappelijk belang, legde De Waal uit dat de stad een plek is waar je de meeste mensen niet persoonlijk kent, maar je desondanks gezamenlijk verantwoordelijk bent voor een prettig leefklimaat. De samenhorigheid tussen onbekenden ontstaat op straat. De publieke sfeer als theater waar iedereen zijn best doet zijn rol te spelen. Vroeger gebeurde dit in fysieke plaatsen, pleinen en koffiehuizen nu gebeurt dat meer en meer online. De vraag die de technologieën opwerpen is: hoe creëer je iets dat voorbij volgen en in kaart brengen gaat, waarmee je kunt interacteren en engageren? Het volgen van afval niet als eco-surveaillance maar als een manier om sociale thema’s aan de orde te stellen en het publiek te engageren. Of met andere woorden: GPS en sensoren als de gereedschappen van een nieuwe generatie onderzoeksjournalistiek.

Voor alledrie de sprekers bestond er geen twijfel over dat de architect en de stedenbouwer nadrukkelijk een rol moeten opeisen in de implementatie van de hard- en software die de 'voelende stad' mogelijk maken. Voor het publiek (merendeels architecten en merendeels onder de dertig) was dit minder vanzelfsprekend. De afsluitende discussie draaide dan ook alleen rond dit punt. Uit de publieke reacties sprak een weerzin tegen het idee dat de taak van de architect zo letterlijk zou zijn. Zo stelde iemand dat de publieke sfeer ontstaat door menselijk handelen en dat elke vorm van inmenging een vorm van manipulatie is. Hierop antwoordde De Waal dat architectuur altijd heeft geprobeerd de bewegingen van mensen te manipuleren en dat dit niet per se slecht is. Als voorbeeld gaf hij het pleidooi van Jane Jacobs voor een stratenplan dat interactie tussen onbekenden mogelijk maakt. Iemand anders uit het publiek stelde dat hij het helemaal niet zijn taak vond om over dit soort zaken na te denken. Waarop De Waal reageerde dat, als ik het goed extrapoleer, dit een typische verdediging is van architecten, maar dat de beroepsgroep er niet zo eenvoudig vanaf komt. En zo ging het nog een tijdje door. Voor mij als niet-architect kwam de discussie over de rol van de architect me voor als zo’n kwestie waar iedereen wat over te zeggen heeft en het antwoord altijd uitblijft. Een kwestie van het type: ‘wat is kunst?’

De laatste opmerking van de avond was aan Mark Shepard die van de gelegenheid gebruik maakte om het publiek eraan herinnerde dat deze technologieën ontworpen zijn om van het publiek consumenten te maken en het aan de architectuur is om te zorgen dat ook het publieke aspect aan zet komt. Waarvan akte.