Recensie —

Het bewerken van de stad: voor idealisten, ontwerpers, of voor iedereen?

Claire Oude Aarninkhof en Minke Mulder

Farming the City, wat is dat eigenlijk? Een eenvoudige vertaling suggereert Boeren in de stad, of stadslandbouw. Maar Farming the City is veel meer dan dat. In feite draait het om het bewerken van de stad – grond, gevels, gebouwen, groen -, om lokale voedselsystemen een plek te geven in het stedelijk weefsel. Amsterdam is klaar voor het zaaien van een eigen voedselsysteem en de start hiertoe wordt gegeven door de website www. farmingthecity.net en de expositie Farming the City in ARCAM.

Farming the city bij ARCAM
Farming the city bij ARCAM

Farming the City, ontwikkeld door CITIES (een 'urban research unit for urban observers and explorers'), geeft een overzicht van het implementeren van ‘urban agriculture’ in de stad Amsterdam. CITIES stelt dat de ontwikkeling van een systeem van lokale voedselproductie (met name op verwaarloosde, verlaten of braakliggende terreinen), duurzaam transport (met fiets of per boot), en plaatselijk georganiseerde voedselverwerking, van aanzienlijke toegevoegde waarde kan zijn voor de lokale economie. Bovendien wordt gesteld dat lokale voedselsystemen geïntegreerd kunnen worden  binnen het stedelijk raamwerk en een positief effect hebben op de gezondheid van de hele stad.
Om deze stelling te onderbouwen heeft CITIES onderzoek verricht naar 20 sleutelprojecten binnen het stedelijk weefsel van Amsterdam.Op heldere grafische wijze wordt uiteengezet uit welke vier onderdelen een lokaal voedselsysteem bestaat, te weten produceren, bereiden, verspreiden en consumeren.
De projecten zijn via deze systematiek gecategoriseerd en toegelicht op praktische wijze: waar, wat, hoe. Waar kan ik meer informatie vinden, wat kan ik doen en hoe pak ik het aan? De tentoonstelling zet vooral in op het digitale netwerk; de relatie met de website en het duiden waar meer informatie gevonden kan worden. Dit digitale netwerk om plekken en personen te koppelen is het sterkste onderdeel van de tentoonstelling omdat het fenomeen continue aan groei en verandering onderhevig kan zijn en zo toch eenieder in de stad een link met lokaal voedsel kan bieden: of je het nu alleen wilt opeten, bezorgen, met je handen in de grond of een tuin bekijken.

Er wordt in ARCAM een dwarsdoorsnede getoond van wat op dit moment mogelijk is en welke initiatieven er spelen. Projecten variëren in schaal van commercieel tot gemeenschapskarakter, en van initiatief tot gerealiseerd. Een voorbeeld van een initiatief is Groenten uit Amsterdam, een organisatie die groenten via moderne technieken wil kweken in leegstaande gebouwen. Aangezien er daar veel van zijn in Amsterdam ligt er een gouden toekomst voor dit initiatief. Ook een project als  Doetank/Doetuinen heeft veel te bieden: kleine moestuinen voor kinderen in de tuinen van particulieren. Niet alleen krijgen kinderen hier gevoel met de aarde, het project vergroot tevens de sociale cohesie in de wijk. Een voorbeeldproject wat een productief element aan de groenstructuur van de wijk toevoegt is Schoffeltuintjes Transvaal. Het creëert kleine tuinen in openbare ruimte, onderhouden door buurtbewoners. Thijl profiteert van al deze initiatieven: hij brengt de oogst rond met zijn bakfiets.

Een vloervullende kaart van het stedelijk weefsel van Amsterdam en de projectuitleg zwevend hierboven geven een vogelvlucht van alle projecten. Dit zou de tentoonstelling een ruimtelijke component moeten geven, hoewel plannen en plattegronden van de verschillende projecten ontbreken. Hier is echter een kans om de architectonische kant van urban agriculture te belichten onbenut gebleven: een voedselsysteem is immers ook een ruimtelijke ontwerpopgave. Microklimaat, plantenkeuze, het privé- of openbare karakter van een plot versus de plek of zichtbaarheid in publieke ruimte, een combinatie met recreatie, allemaal interessante ontwerpkeuzes. De nadruk van de tentoonstelling ligt meer op het creëren van omstandigheden om voedselproductie te laten gebeuren, dan op de ruimten die deze voedselproductie oplevert.

Naast een overzicht van de verschillende initiatieven, belooft Farming the City ook een effect op de hele stad. Bij binnenkomst stelt CITIES namelijk dat vanuit het oogpunt van stedelijke ontwikkeling, de mogelijke implicaties voor het (onder)steunen van lokale voedsel systemen onderzocht zijn en gekeken is hoe dergelijke systemen geïntegreerd kunnen worden in een groter stedelijk raamwerk. Voor een landschapsarchitect is deze vraag de meest wezenlijke. Biedt Farming the City een vruchtbare structuur voor een productiever Amsterdam? Mogelijk niet in de zin van een ‘grand design’, een structuur als een masterplan voor het productiever maken van de groenstructuur. Maar is dit een gemiste kans? Misschien niet. Grote integrale groenprojecten lijken immers verleden tijd. Van kleine plannen/initiatieven moeten we het nu hebben. Na het lanceren van het initiatief is het hopen dat een project wortel schiet en een kwaliteitsverbetering van de openbare ruimte levert. Is deze hoop idealistisch? Misschien wel. Maar een besef van het ritme van stedelijke processen leert dat het meeste in de stad tijdelijk is; groen gebied wordt bebouwd, gebouwen vervallen en worden gesloopt, in een ritme van ongeveer 30 jaar.
Een raamwerk van productieve ruimten in de stad kan een katalysator vormen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Daarom is het van groot belang om natuurlijke processen in de stad juist te stimuleren via kleine initiatieven, omdat deze uiteindelijk een veerkrachtige stad opleveren waarbij stedelijke en natuurlijke processen in evenwicht zijn. Hierdoor ontstaat een gezonde, kwalitatieve en productieve leefomgeving.

Een onderdeel van de tentoonstelling is voor mensen die hun eigen project willen beginnen met informatie als waar let je op, hoe kom je achter eigendommen en wat kun je waar verbouwen? Dit onderdeel van de tentoonstelling biedt globale handvaten, maar de mensen die willen beginnen kunnen beter via de website contact leggen met enthousiaste deelnemers om op die manier plekspecifieke informatie te krijgen. Charmant zijn zeker de verhalen van verschillende projecten over hun opstartproblemen, ervaringen met lokale besturen, eigenaren en andere betrokkenen.

Farming the City
biedt veel inspirerende informatie voor iedereen die geïnteresseerd is in lokale voedselvoorziening in Amsterdam, waarbij de website de potentie heeft om uit te groeien tot een globaal fenomeen. De vriendelijke, open tentoonstelling en heldere website zeggen iets over de mensen die zich bezighouden met urban agriculture: het is verwelkomend en initiatiefrijk. Productieve stedelijke landschappen zijn een niet meer weg te denken onderdeel van de stad geworden, dus voor iedereen: onderneem het maar, bewerk de stad!