Recensie —

Bevlogen Landschap

Piet Vollaard

Een stad of een landschap ervaren, dat doe je door er midden in te staan en al je zintuigen open te zetten, maar het begrijpen lukt veel beter als je afstand kunt nemen en het grotere verband kunt zien. Peter van Bolhuis was als landschapsarchitect die luchtfotograaf werd als geen ander in staat om dat grote landschappelijke geheel in beeld te brengen.

Vanuit de lucht gezien is alles opeens prachtig en begrijpelijk. Er zijn dan ook maar weinig mensen die luchtfoto’s niet fascinerend vinden, al was het maar om de alledaagse eigen omgeving in een nieuw perspectief te zien. Een groot deel van het succes van Google Earth is dan ook op het zoeken van bekende plekken gebaseerd. Maar Google Earth, en dat geldt ook voor het overgrote deel van de gewone luchtfotografie, legt louter het beeld vanuit de lucht vast, het kiest niet. Kadrering, lichtval, perspectief, de hoek van waaruit het onderwerp wordt gefotografeerd, het lijkt allemaal nauwelijks vanuit artistieke overwegingen gedacht. Het zijn kiekjes, technische soms volmaakte kiekjes, maar meer ook niet. Het is nog geen fotografie.

Het fototoestel was nog nauwelijks uitgevonden of het werd meegenomen op een ballonvaart. Maar terwijl de fotografie ‘vanaf de grond’ als heel snel ook een plaats veroverde in het domein van de kunst, bleef de luchtfotografie lang hangen in het strategische, cartografische of toeristische. Beeldend kunstenaar Gerco de Ruijter, die sinds de jaren negentig landschappen vanaf een vlieger fotografeert, is nog steeds een uitzondering. Het toeval speelt in zijn foto’s noodgedwongen een grote rol – hij kan immers niet door de zoeker kijken. Waar de landschapsfotografie ‘vanaf de grond’ al een lange traditie kent, begint dezelfde discipline vanuit de lucht pas sinds kort van de grond te komen. Om het landschap echt te begrijpen en tegelijk de schoonheid daarvan te zien helpt het bovendien als er sprake is van de zeldzame combinatie van een ontwerper en een luchtfotograaf. Nederland had zo’n fotograaf: Peter van Bolhuis. Had, want hij overleed onverwachts in 2005.

Peter van Bolhuis is opgeleid als landschapsarchitect, was werkzaam bij de provincie Drenthe, op het ministerie van Landbouw en als docent op Larenstein, de landbouwuniversiteit van Wageningen en de Academie van Bouwkunst in Amsterdam. In 1998 besloot hij luchtfotograaf te worden. Al snel bleek zijn talent voor het vinden van net die ene foto die een landschap of een stad in het grote geheel plaatst. Zijn kennis van het landschapsontwerpen zal hem ongetwijfeld hebben geholpen, maar hij had daarbij ook een scherp oog voor compositie.
Alsof hij wist dat zijn tijd beperkt was, maakte Bolhuis in de zeven jaar dat hij actief was zo’n 18.000 foto’s. Vaak in opdracht, maar ook veel vrij werk. Harry Harsema, Jeanette Haverkort en Harm Veenenbos deden daaruit een genereuze keuze voor het kloeke (336 pagina’s in liggend formaat) overzichtswerk Bevlogen Landschap. Een prachtig blader- en kijkboek dat de reikwijdte en kwaliteit van het werk van Peter van Bolhuis recht doet.
Vanaf de openingsfoto’s, sfeervolle opnamen van getijdengebieden, tot de stadslandschappen van New York en Rio de Janeiro; van de Drentse esdorpen tot de prille woonblokken in aanbouw op IJburg; van het waddengebied tot de Hoogovens (een van de mooiste foto’s); alles staat er in. En geen enkele saaie foto ertussen. Zelfs de foto’s van Noord-Hollandse bedrijventerreinen zijn in hun alledaagsheid ontroerend. Van Bolhuis was gevraagd om de lelijkheid van deze terreinen door middel van luchtfoto’s aan te tonen. Het moet een van zijn weinig mislukte missies zijn geweest. Zijn oog voor compositie was hem in dit geval de baas.

Natuurlijk zijn er in het boek veel landschappen te zien, maar vrijwel altijd zijn het landschappen waarin de aanwezigheid van mensen voelbaar is. Nu is dat in Nederland al snel het geval, maar Peter van Bolhuis moet er echt naar gezocht hebben. Steeds zie je op de foto’s hoe het natuurlijke zich verhoudt tot het kunstmatige. Nooit is er sprake van ‘een aanklacht ’, altijd tonen ze gevoel voor de schoonheid die juist in de contrasten of in de soepele overgangen zit.
De mooiste foto’s die hij maakte tonen zijn dubbeltalent, ontwerper en fotograaf. En de allermooiste zijn op deze dubbele deskundigheid gebaseerd: de foto’s van de villa’s van Palladio in het Italiaanse landschap, van de klassieke baroktuinen in Frankrijk en van de Engelse landschapstuinen. Deze foto’s werden voor een groot deel gemaakt in het voorjaar van 2001 en gepubliceerd in de studie Architectuur en Landschap, Het ontwerpexperiment van de klassiek Europese tuinen en landschappen van Clemens Steenbergen en Wouter Reh. Villa Saraceno in een nevelig landschap, een fantastische overhoekse opname van Vaux-Le-Vicomte, de kilometerslange as van Blenheim, allemaal even mooi als verhelderend. Maar de allermooiste is die van Villa Cetinale bij Sienna, in de kom van de omringende heuvels, genomen over de lange as met bewolkt weer. Je moet vooral als luchtfotograaf uitstekend zijn voorbereid, en dat was Van Bolhuis ook, hij bezocht de villa’s vooraf en stelde minutieuze vluchtplannen op. Maar je moet ook geluk hebben, en dat moment van geluk onmiddellijk zien. Bij de opname van Villa Cetinale had en zag hij zo’n moment; want terwijl het hele landschap in de schaduw ligt, valt er net op dat moment door een gat in het wolkendek volop zon op de villa zelf: … klik!

Het is eeuwig zonde dat Peter van Bolhuis maar zo kort als fotograaf heeft kunnen werken. Wie weet in welke richtingen hij zich nog had kunnen ontwikkelen? Wat als hij vaker in de grote metropolen had kunnen werken, of nog meer tijd had kunnen steken in het verhelderen van de relatie tussen de klassieke villa’s en het landschap? Wat als hij met zijn ‘luchtkennis’ toch vanaf de grond was gaan fotograferen? We zullen het niet meer weten, maar we hebben een met liefde gemaakt overzichtsboek waarin we kunnen zien wat hij allemaal wél heeft kunnen doen. En dat was meer dan menig fotograaf in een lange loopbaan.