Opinie —

Bevroren in de tijd

Christian Müller en Jacques Vink

Eind juni wordt besloten of het werk van Le Corbusier opgenomen zal worden op de Werelderfgoedlijst. Tegen die achtergrond vindt een interessante discussie plaats over één van de meesterwerken van Le Corbusier; de Notre Dame du Haut in Ronchamp (Frankrijk).

vergelijk met SS Normandie waarvan ook onderdelen na ontmanteling zijn hergebruikt in de gebouwen rond de wereld. (afb, Christian Müller, Jacques Vink, Govert Gerritsen en Arjan de Nooijer)
vergelijk met SS Normandie waarvan ook onderdelen na ontmanteling zijn hergebruikt in de gebouwen rond de wereld. (afb, Christian Müller, Jacques Vink, Govert Gerritsen en Arjan de Nooijer)

Sinds 2008 ageren toonaangevende architecten tegen de plannen van Renzo Piano Building Workshop om het terrein rond de Notre Dame du Haut opnieuw in te richten en uit te breiden met een nieuw bezoekerscentrum, nonnenwoningen en een meditatieruimte. Zij ondertekenden een door Foundation Le Corbusier geïnitieerde petitie tegen de plannen. Piano weerlegt de kritiek door te stellen dat Le Corbusier geen ikoon heeft willen maken maar een gebouw met een sociale functie. Het is daarom belangrijk ook in de toekomst ruimte te bieden voor herbezinning en ontmoeting. Een verbeterde inrichting van het terrein en de voorgenomen uitbreiding sluiten aan op de bedoeling van de architect en dus op de werkelijke aard van het gebouw.

De doorgeslagen behoudzucht van de agerende architecten waaronder Richard Meier en Rafael Moneo is niet uniek. Maar al te vaak wordt voorbijgegaan aan de werkelijke culturele waarde van het gebouw, en dat is niet het object maar het sociale experiment. Het object ontdaan van zijn bedoeling wordt een decorstuk. Het Rietveld Schröderhuis bijvoorbeeld stond voor het ideaal van een oneindige ruimte. Bezoekers van de woning daarentegen moeten netjes achter de hekjes blijven en mogen niet zelf de ramen openen.

We pleiten ervoor om het sociale experiment, wat voor veel moderne architecten inclusief Le Corbusier centraal stond, voorop te stellen en dus niet het object te bevriezen in de tijd, maar ruimte te laten aan een hedendaagse invulling die aansluit op de aard van het monument. Door gebouwen te bevriezen in de tijd, als een soort van cryonisme, wordt de eigenlijke waarde geweld aangedaan. Het Rietveldschröderhuis zou weer bewoond moeten worden door mensen die er om geven en er goed voor zorgen. De Notre Dame du Haut in Ronchamp kan juist door de voorgenomen uitbreidingen een plek voor bezinning blijven.

Een gebouw tot monument verklaren is als een keurmerk toekennen; ‘dit gebouw is van waarde’. Behoud van het object kan zelf averechts werken als datgene waar voor bedoeld was hierdoor noodgedwongen moet verhuizen. Zoals bij het Paleis van Justitie in Brussel dreigt te gebeuren. Deze door Joseph Poelaert ontwerpen kolos is anderhalve eeuw later een monumentaal obstakel midden in het centrum van Brussel. In zijn decoratieve monumentenstatus is het bevroren in de tijd. Het onderhoud kost kapitalen. Maar het ergste is nog wel dat het niet meer geschikt is voor zijn oorspronkelijke functie, namelijk als Palais de Justice. Wat ons betreft zou dit monument daarom in zijn geheel ontmanteld mogen worden. Buiten de architectuur wordt in andere disciplines minder krampachtig gedaan over ontmanteling. Er zijn schepen , zoals de SS Normandie, waarvan onderdelen over de hele wereld verspreid zijn geraakt. Dit zou ook met het Paleis van Justitie kunnen gebeuren. Elk van de 27 rijk gedecoreerde zalen zou een mooi geschenk zijn van de Belgische overheid aan elk van de 27 landen die de EU anno 2011 kent. Iedere Belgische inwoner heeft recht op één van de ontelbare decoratieve onderdelen van het gebouw. Voor een prominente plek in de woonkamer of desgewenst ingemetseld boven de voordeur. Zo kan op de plek van het huidige gebouw een nieuw Palais de Justice gebouwd worden. Maar dan een duurzaam, open en transparant gebouw passent bij onze tijd. Een gebouw dat recht doet aan de plaats van het rechtssysteem in onze tijd. Namelijk midden in maatschappij en dus transparant en openbaar.