Feature —

Circus (C)PO

Jelk Kruk

Op een zomerse dag eind april vond in Almere Poort de slotmanifestatie Samen bouwen aan de stad plaats, ter afsluiting van het Laboratorium Particulier Opdrachtgeverschap van het ministerie van OCW georganiseerd door Architectuur Lokaal. De dag had als doel de onbekendheid met het zelf bouwen van een eigen huis weg te nemen bij gemeenten, het enthousiasme erover te vergroten en de inmiddels opgedane kennis te delen.

“Het normale zijn we abnormaal gaan vinden,” vat Adri Duivesteijn de gedachte achter particulier opdrachtgeverschap mooi samen, als hij aan het eind van de middag aan het woord komt. “Wonen is een geldmachine geworden, en daarom heeft de gemeenteraad in Almere het gehad met de projectontwikkelaars.” Almere wil de nieuw te bouwen woningen zoveel mogelijk door de bewoners zelf laten ontwikkelen. Want als je zelf je huis bouwt, kun je je met wat tijd en energie een woning op maat veroorloven, voor minder dan de marktprijs van een confectiewoning. Maar toch kopen en huren wij nog steeds woningen die door een ontwikkelaar zijn gerealiseerd, met winstmaximalisatie als doel.

Maar ook de gemeenten zijn over het algemeen niet gewend om haar burgers zelf hun woningen te laten realiseren. Zij hebben vaak nog flink last van koudwatervrees. “In de professionele bouwwereld heeft men jarenlang gedacht dat bouwen door bewoners ten koste gaat van de omgevingskwaliteit,” aldus staatssecretaris Halbe Zijlstra (OCW), “maar tegenwoordig groeit het besef dat hierdoor juist extra kwaliteit kan ontstaan. Tientallen jaren moesten huurders en kopers maar afwachten, wat overheden en professionele bouwers voor hen zouden neerzetten. De grote woningnood vroeg om de efficiency van massaproductie, en die biedt nauwelijks ruimte voor individuele wensen.”

We staan dus op een keerpunt, lijkt de staatssecretaris te willen zeggen. Niet alleen komen te ontwikkelen gronden dankzij de crisis terug bij gemeenten, ook komt langzaamaan de cultuur van het bouwen terug in de samenleving. Langzamerhand wordt erkend dat het zelf laten bouwen van woningen door burgers helemaal niet leidt tot treurige kwaliteit en dat zowel gemeenten en bewoners de complexiteit hiervan best aankunnen en dat het allemaal eigenlijk best meevalt.

Uit het hele land zijn ambtenaren afgereisd naar Almere, waar Architectuur Lokaal de Landelijke slotmanifestatie Laboratorium Particulier Opdrachtgeverschap organiseerde in opdracht van het ministerie van OCW. Voorafgaand aan deze manifestatie zijn verschillende leerzame excursies georganiseerd naar verschillende succesvolle zelfbouwprojecten door het hele land en van verschillend allooi. Met gemeentelijke planteams werden ontwerpateliers gehouden met wethouders en er vonden diverse bijeenkomsten en discussies plaats. Door IDTV gemaakte promotiefilmpjes tonen enthousiaste bestuurders en particuliere opdrachtgevers. Vandaag wordt ook het boek Samen bouwen aan de stad gepresenteerd, waarin alle in het Laboratorium opgedane kennis is verzameld.

In de circustent waarin het evenement plaatsvindt, zwepen de experts het publiek op om zelf ook eens een poging te wagen met dat vermaledijde Particuliere Opdrachtgeverschap. Aandachtig luistert men naar de afgevaardigde wethouder De Vries van Groningen, die vertelt dat CPO niks bijzonders meer is in Groningen, dat welstand er niets geks meer vraagt en dat zelfs grondzaken af en toe met een locatie op de proppen komt. Wethouder De Prez uit Delft verhaalt over zijn plannen om met een ontwerpwinkel actief de klant te gaan opzoeken. In Almere krijgen burgers het eerste recht op bouwen en dus voorrang bij de inschrijving op grond. Vincent Kompier weet dat in Duitsland de gemeente Hamburg alle gemeentelijke gronden gereserveerd heeft voor CPO. Tenslotte weet Duivesteijn nog te melden dat objectief is vastgesteld dat er meer echtscheidingen zijn in projectmatige bouw. Kortom, allemaal goed nieuws over Particulier Opdrachtgeverschap.

Toch is er – zei het minimaal – ook een tegengeluid. Dapper steekt een directeur van het Bouwfonds zijn hand omhoog als dagvoorzitter Ruben Maes vraagt of er ook ontwikkelaars in de zaal zijn. Hij is de enige, of andere ontwikkelaars durven zich niet bekend te maken. Hij is hier om te leren van de ervaringen, maar volgens hem is klassieke projectontwikkeling goedkoper dan CPO. Zijn argumentatie is niet helemaal te volgen en als dagvoorzitter Maes zijn stelling aan de zaal voorlegt, blijkt niemand het met hem eens. “Wat zegt dat u?” vraagt Maes aan de Bouwfondsdirecteur. “Mij zegt dat niet zoveel,” is het onverstoorbare antwoord. Er gaat een lachsalvo door de zaal.

Ook emeritus hoogleraar algemene planologie Universiteit van Amsterdam Len de Klerk heeft een kritische noot. Hij verklaart het verdwijnen van de particuliere woningbouw en de schaalvergroting door de oprichting van de eerste Nederlandse hypotheekbank (Sarphati, 1860), de vrije markteconomie, de woningtekorten als gevolg van de trek naar de stad, en de geldtekorten van gemeenten die met grondverkoop werden gepoogd op te lossen. In de twintigste eeuw werd, mede door de crisissen als gevolg van de wereldoorlogen, de schaalvergroting verder geïnstitutionaliseerd met de vinexwijken als jongste loot aan de stam. De Klerk waarschuwt: “Het zal moeite kosten om de grootschalige en regenteske instituties letterlijk en figuurlijk, dus qua cultuur, klein te krijgen.” Ook de stadsvernieuwing in de jaren zeventig kwam alleen van de grond omdat het apparaat grondig werd aangepakt, aldus De Klerk: “Wie niet meedeed, zocht maar een andere baan.”

Een ander punt van aandacht is de grote mate van bevoegdheden en zeggenschap van de staat, die woningbouw en stedenbouw niet als doelen op zich ziet, maar als instrumenten van ruimtelijke ordening en van economische en sociale politiek. De Klerk: “Ik vrees dat de wijze waarop de overheid de laatste tien jaar probeert om individuele burgers te stimuleren hun eigen woning te laten bouwen past in de traditie om van bovenaf te zeggen waarop het staat, wie het moet doen en hoe hij het moet doen.” Toch is ook De Klerk gecharmeerd van de renaissance van het particulier opdrachtgeverschap in al haar gradaties.

De Klerk blijkt nog steeds actueel als Duivesteijn wat krampachtig probeert het particuliere opdrachtgeverschap aan het sociaal-democratische gedachtegoed van zijn partij te linken. Hij benadrukt de noodzaak de burgers “op te voeden in de waarde van architectuur” om de cataloguswoningen tegen te gaan, “waar overigens niks mis mee is”. Volgens de staatssecretaris is het echter geen sociaal-democratisch, maar een liberaal fenomeen. Het gaat bij particulier opdrachtgeverschap om verantwoordelijkheid en eigen initiatief. Het verhaal over het opvoeden vervangt hij liever door de kunst van het loslaten. “Want als je niet los kunt laten, dan wordt het niks.”