Feature —

Het nieuwe Hollandse huis: ontwerpen voor het vrijstaande huis van morgen

Martine Bakker

In het voorjaar van 2010 bezocht een groep ontwerpers de Bay Area van San Francisco (V.S.) en maakte onder meer kennis met de Eichler Homes. Het vormde de aanleiding om, terug in Nederland, het Nieuwe Hollands Huis te ontwerpen. De voorstellen worden 25 juni gepresenteerd.

De architectuurexcursie naar San Francisco werd georganiseerd door projectontwikkelaar Edwin Oostmeijer. Excursies zijn volgens hem de beste manier om, zeker in een tijd van prangende verdichtings- en ecologische vraagstukken, kennis te maken met hoe vernieuwing op andere plekken en in het verleden is geïnitieerd. De excursies gaan daarom steevast langs de uitzonderingen op de norm, de alternatieven, de geslaagde risicoprojecten. De reis naar de oostkust draaide om een bevlogen naoorlogse projectontwikkelaar uit San Francisco. Deze Joseph Eichler is een accountant in de zuivelbusiness die, nadat hij een woning huurt van Frank Lloyd Wright, in de ban raakt van goede architectuur. Eichler stapt over naar de projectontwikkeling met het streven betaalbare architectuur te ontwikkelen voor de middenklasse, daarbij gebruikmakend van prefabelementen, serieproductie en een hoge bebouwingsdichtheid. De architectonische kwaliteit die Eichler nastreeft zit ‘m vooral in de plattegrond en de situering in het landschap. Hij vond dat de plattegrond georganiseerd moet zijn rond een patio of atrium en dat architecten speciale zorg moeten besteden aan de overgangen tussen binnen en buiten. ‘Wide open spaces flowing from the inside outside’, zoals Eichler het zelf omschreef. Dit resulteerde onder meer in woningen met open tuingevels en gesloten straatgevels. De situering in het landschap was voor Eichler dermate belangrijk, dat hij voor al zijn projecten landschapsarchitecten in de arm nam.
Uiteindelijk bouwt Eichler Homes van 1950 tot 1974 in en rond San Francisco elfduizend woningen in ruim twintig varianten. Enkele buurten, waaronder Green Meadow en Green Gables bij Palo Alto, zijn inmiddels uitgeroepen tot nationaal monument.

Bij terugkomst spreken de excursiedeelnemers af het gedachtegoed van Eichler een eigentijdse invulling te geven. Oostmeijer stelt een fictief programma van eisen op voor een vrijstaand huis, betaalbaar voor de middenklasse en gericht op woongenot en uitzicht. De ontwerpers nemen het landschap als uitgangspunt. In eerste instantie is dat de Utrechtse polder Rijnenburg, later gaat het om een locatie ‘ergens in de Randstad’. In vijf sessies worden de voorstellen voor dit Nieuwe Hollandse Huis besproken.
De voorstellen van de deelnemende architecten, stedenbouwers en landschapsarchitecten lopen sterk uiteen. Monika Ketting (HENK architecten) en Daniëlle Huls (Bureau B+B) trekken in hun plan ‘Het Weilandwonen’ en de ‘Nesteljas’ het landschap door tot in de gevel. Hun tentvormige huis heeft een ‘dikke huid’, geïsoleerd met schapenwol, waarin plekjes voor vogels en dieren zijn aangebracht. Om vrij zicht te houden op ongerept groengebied stellen Ketting en Huls voor de woningen op kleine kavels strak langs een landweggetje te plaatsen of vakantiekavels voor collectief particulier opdrachtgeverschap uit te geven; dan staan er meerdere woningen als in een kampement in een weiland.
Ook de voorstellen van Annette Marx (Marx&Steketee) en Piet Grouls (architecten van Mourik) zijn gericht op het beleven van de buitenruimte. Hun woningen hebben een flexibel volume – overeenkomstig de Amerikaanse voorbeelden – en kan op basis van veranderende behoeften worden uitgebouwd. Marx onderzocht de mogelijkheden van traditionele stapelhoutbouw. Omdat het een prototype van het Hollandse huis betreft, heeft haar houten huis een langwerpige plattegrond en een kap. Het kan per unit worden uitgebreid met een werkplek of kinderkamer. Een extra kap kan dienen als overdekte parkeerplaats, of in één unit fungeren als tuinhuis of studentenwoning. Haar ontwerp is een groeiplan, geen eindplan. De duurzaamheid schuilt niet alleen in het materiaalgebruik, maar ook in de levensloopbestendigheid.
De woningen van Piet Grouls op de stroomrug van Rijnenburg hebben een seriematige, standaard basis, die kan worden uitgebreid met een serre, veranda of vlonder. Niet de basis, maar de uitbreiding bepaalt de identiteit van de woning. De collectieve buitenruimte aan de straatzijde bevordert ontmoeting tussen de bewoners. Aan de achterzijde loopt het open slagenlandschap tot pal aan de woningen en is de sfeer contemplatief. Op de overstroombare komgronden van Rijnenburg zet Grouls de huizen op palen. Om inkijk te voorkomen varieert de hoogte. De vormgeving van dit model is modernistisch, de huizen hebben grote glasgevels. De bewoners genieten zo in privacy van het landschap zonder dat het wordt aangetast – nog een Amerikaans element.
Nanne de Ru (Powerhouse Company) onderzocht de mogelijkheden van een gelijkvloerse bungalowplattegrond. In een modernistische, glazen doos plaatst hij een flexibel, houten element met curven. Aan de binnenkant van de nissen zijn intieme ruimten om te slapen of je terug te trekken. De ruimte rond het houten element fungeert als overgangszone tussen het hart van het huis en het landschap. De ‘doos’ kan standaard worden geleverd, terwijl het element steeds specifiek is afgestemd op de wensen van de bewoners.

Het Nieuwe Hollandse Huis betreft niet alleen vernieuwende ontwerpen, maar ook andere productie- en verkoopmethoden. Tijdens een interne presentatie werden de voorstellen enthousiast ontvangen door Walter de Boer, excursiedeelnemer én tevens directievoorzitter Bouwfonds Property Development. De tijd lijkt rijp voor verandering.