Feature —

Leve de starter!

Michiel Raats

Volgens de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn er de afgelopen jaren – crisis of niet – maar liefst 375 architectenbureaus bijgekomen in Nederland! Je zou haast denken dat het goed gaat met de architectuur. Bij nadere bestudering van de gegevens blijkt echter dat die stijging volledig te wijten is aan het aantal eenmanszaken dat werd gestart. De architecten die ontslag kregen van hun werkgever begonnen in grote getale hun eigen bureau. Oktober vorig jaar startte AIR met de reeks Start up om jong architectuurtalent in Rotterdam een podium te geven.

Inmiddels heeft het Rotterdamse architectuurcentrum het podium zeven maal vrijgemaakt voor jonge bureaus. Iedere keer hetzelfde stramien; twee bureaus presenteren elk in circa twintig minuten het werk en de thema’s waaraan ze werken. De sprekers worden beknopt geïntroduceerd door architectuurcriticus Astrid Aarsen, die na de presentaties tevens als moderator van een debat optreedt. Doordat de uitgenodigde bureaus weliswaar ieder vanuit hun eigen visie opereren, maar wel in hetzelfde spectrum van de architectuur werkzaam zijn, ontstaat er vrijwel altijd direct een gesprek – ook met het publiek.

De reeks biedt door haar opzet een interessante staalkaart van verschillende wijzen waarop architectuur bedreven wordt. Van de zoektocht naar vakmanschap tot de architect als procesmanager, van het architectenbureau georganiseerd als community tot het bureau georganiseerd naar managementmodellen. De rol van de architect, de opzet van het bureau, de realiteit van de bouw, de wijze waarop de architect ook een ondernemer is… het kwam de afgelopen maanden allemaal aan bod. Daarmee vormt de reeks ook een kijkje in de keuken van de jonge architect. De worstelingen waarmee de bureaus te maken hebben en bovenal de wijze waarop zij proberen hun eigen thematieken vorm te geven leveren interessante avonden op. Eens iets anders dan de geijkte portfoliopresentaties van projecten die we eigenlijk al wel kennen uit de magazines.

De afgelopen twee bijeenkomsten stonden respectievelijk in het teken van ‘de bouwpraktijk’ en ‘de architect als activist’. De Start up over de realiteit van het bouwen werd een avond waarin de worstelingen en vragen die bij de bureaus leefden buitengewoon open werden gedeeld met de zaal. Zo startte Jager Jansen met een overzicht waarin duidelijk werd dat ze naast grafische projecten steeds meer architectonische projecten doen, maar dat het moeilijk is om met de architectuurprojecten een bureau draaiende te houden. Ook toonden ze de zeven punten van hun bedrijfsvoering. Eén van de punten was bijvoorbeeld dat ze hun eigen kwaliteitscriteria hebben opgesteld en die helder communiceren met opdrachtgevers. Broos de Bruin gaf op speelse wijze inzicht in de vragen die binnen het bureau leven. Zoals de twijfel die ze hadden gehad over het wel of niet aannemen van een opdracht voor een protserige villa waarin de opdrachtgever nadrukkelijk het label ‘klassiek’ wilde terugzien. En ze vertelden, tot grote verwondering van de aanwezigen, over de relatie tussen de werkelijkheid van het bouwen en de perceptie. Zo werden bij de tweede poging een woonhuis aan te besteden de architectonisch verantwoorde renderingen van de eerste aanbestedingsronde vervangen door minder mooie beelden. De aanbestedingssom die door de gelikte beelden eerst ver boven budget zat, werden daardoor plotsklaps tot acceptabele bedragen aangepast.

De meest recente editie van AIR Start up ging over ‘architectivisme’. Hoe kan de architect een actieve rol en positie innemen en werk je dan nog als ontwerper of ben je een makelaar in architectuur geworden? Als het aan Transformers ligt neemt de architect een actieve rol in door op zoek te gaan naar de gedeelde belangen en probeert ze het collectieve karakter ontwerpend zowel uit te buiten als in te zetten als instrument voor interactie en zelforganisatie. Zo werd een project voor de Oranjeboomtuin gepresenteerd waarin een vervallen achterterrein wordt omgevormd tot een stadsboerderij waar onder meer groenten worden verbouwd, maar waar bovenal de mensen elkaar weer tegenkomen en samenwerken.

In de discussie bleek dat de zoektocht naar collectiviteit en gemeenschappelijk draagvlak er soms in resulteert dat je nauwelijks meer als ontwerper werkt, maar eerder als ‘stedelijk maatschappelijk werker’. JADE architecten liet een geheel andere wijze zien van positieverovering. Daartoe schaken zij op twee borden; het eerste is dat van onderzoek en workshops organiseren naar man made landscapes. JADE toonde de surrealistische landschappen van de Duitse bruinkool afgravingen, maar ook hun onderzoek naar de ontwikkeling van Auschwitz na de tweede wereldoorlog. Het tweede bord is dat van de markt van particuliere opdrachtgevers. Om deze potentiële klanten de weg naar het bureau te laten vinden hebben zij, naast hun eigen website, de websites verbouwarchitect.nl en nieuwbouwarchitect.nl opgezet. Een tweede initiatief is het ‘schetsgesprek’. Dit gesprek is het best te typeren als een architectonische proefrit. Tijdens een korte sessie wordt al schetsend met de mogelijke opdrachtgever gepraat over zijn dromen, wensen en mogelijkheden. Net als de proefrit is het schetsgesprek gratis en levert het de klant onmiddellijk een indruk van de architect op.

Wellicht zou de startende architect bij zijn inschrijving bij de Rotterdamse Kamer van Koophandel gelijk een flyer mee moeten krijgen voor de AIR-reeks. Immers, de vragen waar de presenterende bureaus tegenaan lopen en liepen zullen waarschijnlijk bij alle starters vroeg of laat aan de orde komen. Het is dan ook jammer dat het animo voor de avonden gering is. Naast medewerkers van de organiserende instelling en bureaumedewerkers of directe vrienden van de sprekers, komen er relatief weinig belangstellenden op het initiatief af. Ook het aandeel terugkerende bezoekers is laag. Waarom stromen architecten – jong en oud – massaal naar de grote zalen om bekende namen te zien optreden, maar blijven we weg bij een collega? Waarvan de praktijk bovendien velen malen meer overeenkomsten vertoont met die van onszelf dan die van de ‘starchitects’. De vraag is wel of meer publiek de discussie werkelijk sterker maakt. Juist de kleine schaal geeft wellicht ruimte voor werkelijke dialoog.

Het is dan ook spannend hoe AIR de serie na de zomervakantie voortzet. De uitwisseling van inspiratie en kennis die AIR ermee wil bereiken, geeft de reeks welhaast een oneindig bestaansrecht. Niemand zal of kan daar tegen zijn. En met de explosieve groei van het aantal starters is de vijver voorlopig nog goed gevuld. In de inleiding van de zevende editie vertelde AIR-medewerker Arie Lengkeek dat ze na de zomer het begrip ‘jong’ willen verbreden, zonder prijs te geven hoe de vernieuwde formule precies zal worden ingevuld. Laten we dus in het nieuwe seizoen Start up #8 bezoeken.