Recensie —

De bastaarden van de planning

Tijs van den Boomen

Rutger de Vries fotografeerde tien infrastructurele ‘monumenten van verspilling en overbodigheid’. Ze wijzen niet langer vooruit naar een toekomstige lijn door het landschap, maar achteruit: naar verouderde plannen en inzichten. En naar een vage hoop, dat ze ooit nog eens van pas komen.

Lang geleden vroeg weekblad Intermediair me of ik geen serie wilde maken over ‘nutteloze werken’ in Nederland. Op de redactie had iemand het hilarische boek Le Petit Guide des Grand Travaux Inutiles gelezen, dat een staalkaart biedt van de nutteloze bouwwerken die in België zijn neergezet ten gevolge van de compensatieregelingen: Vlaanderen een scheepslift, dan Wallonië ook een. En vice versa. Ik vond een paar voorbeelden, waaronder een metrostation onder het Amsterdamse Weesperplein voor de nooit gerealiseerde oost-westmetrolijn, maar echt spectaculair wilde het niet worden. De politieke verscheurdheid met de bijbehorende irrationaliteit is in Nederland nu eenmaal niet zo groot, bovendien werken we onze vergissingen snel weg. Zo kregen de opritten van de A3, die dwars door het Groene Hart zou moeten voeren, al snel een herbestemming als parkeerplaatsen van de RAI.

Enfin, het idee bleef liggen en ik vergat het verder, tot ik onlangs de krant onder ogen kreeg, die Rutger de Vries maakte als afstudeerproject voor de Rietveld Academie. Hij fotografeerde in Nederland tien nutteloze infrastructurele projecten: een stuk metrotunnel, een station, een brug en zeven viaducten. Het zijn monumentale beelden, die een grijze betonnen wereld tonen waar de tijd en ruimte opgeheven lijken. Is dit Tokyo, Wladiwostok, Detroit? Is dit vorig jaar gebouwd, dertig jaar geleden, tachtig? En is het recent gefotografeerd, of zijn het oude beelden?
Pas als je goed kijkt zie je dat De Vries de bouwwerken heeft gemarkeerd voor hij ze fotografeerde. Het duidelijkst is dat te zien aan de tunnelbuis bij het Amsterdamse Centraal Station, die is aangelegd voor de nooit gerealiseerde metro naar IJburg. Het is alsof midden in het beeld een witte verfbom is ontploft. Dit merkteken is op elke foto te vinden, want overal spoot De Vries een brandblusser met witte verf leeg, soms op een pijler, soms tegen een muur of leuning. Het deert de betonnen kolossen niet, het zijn slechts kleine verkleuringen van hun huid, die bovendien in de loop der jaren zullen vervagen.

Ontsnapt van de tekentafel
De Nederlandse planning is wereldwijd vermaard, ze lijkt een wonder van doelmatigheid, vernuft en efficiëntie, een machine waarvan alle tandwielen moeiteloos in elkaar grijpen zonder ooit een steek te laten vallen.
De gesneefde plannen en afgewezen varianten blijven voor de buitenstaander normaal gesproken onzichtbaar. Behalve als de ingenieurs en planologen in hun enthousiasme iets te ver voor de troepen uitlopen en alvast een voorschot nemen op het politieke en maatschappelijke draagvlak. Meegesleept door de grote lijn die hun voor ogen staat en de onontkoombaarheid van hun visie, leggen ze alvast een viaduct aan, of sparen ze een tunnel uit.
En dan slaat de tijdgeest plotsklaps om: het concept wordt verlaten, de tekeningen verdwijnen in de prullenbak. Maar het beton is niet zo makkelijk weg te poetsen, afbreken kost geld en energie. En bovendien: je weet maar nooit, misschien wordt het plan toch ooit weer uit de kast gehaald. En zo wijzen de betonnen constructies op de foto’s van De Vries niet langer vooruit naar een toekomstige lijn door het landschap, maar achteruit: naar verouderde plannen en inzichten. En naar een vage hoop, dat ze ooit nog eens van pas komen.

De bouwwerken zijn van de tekentafel ontsnapt, ze zijn de bastaardkinderen van de planning. Het sterkste voorbeeld vind ik het viaduct onder de Rotterdamse A20. Ik heb me wel eens vagelijk verbaasd over de paardenbak die, ter hoogte van de kruising met het riviertje de Rotte, onder de snelweg ligt. Het blijkt dat hier de aftakking had moeten komen voor het Rottetracé, een zesbaanssnelweg die naar het hart van de stad zou voeren om vervolgens met een tunnel onder de Maas door te gaan. Activisten als Noud de Vreeze en Peter Kuenzli bonden rond 1970 met succes de strijd aan tegen de demping van de Rotte en de sloop van het Oude Noorden. Ook oude meester Johannes Hendrik van den Broek roerde zich, hij wilde een brug en geen tunnel. Het tracé verdween in een diepe lade, de Willemsbrug werd gebouwd en het A20-viaduct werd de duurste paardenbak van Nederland.
Soms krijgen de planners vele jaren later alsnog gelijk. Het loze viaduct dat sinds de jaren zestig midden in het Amsterdamse Coenplein ligt te wachten, komt bij de aanleg van de tweede Coentunnel dan toch eindelijk van pas. De Vries nam het dan ook niet op in zijn serie. Wel fotografeerde hij station Lelystad-Zuid, dat al 23 jaar in het lege land ligt te wachten. Maar sinds eind vorig jaar de eerste woningen van de nieuwe wijk Waranda zijn opgeleverd, is er weer hoop. Ooit zal het station het hart van deze wijk worden.
Andere bouwwerken wachten niet af of ze ooit nog hun oorspronkelijke bestemming zullen mogen vervullen. Het viaduct onder de A28, dat bedoeld was om een weg tussen De Bilt en Zeist onder de snelweg door te leiden, dient nu als wildwissel.

Bakens van hoop
De Vries betitelt de bouwwerken die hij fotografeerde als ‘monumenten van verspilling en overbodigheid’. Dat is al veel beter dan het begrip ‘nutteloze werken’, dat de Belgen ervoor hebben gemunt en dat ook in Nederland ingang heeft gevonden. Monumenten zijn het inderdaad, maar niet zo zeer van verspilling en overbodigheid, eerder van een naïef optimisme. Ze maken niet alleen de veranderende inzichten zichtbaar, ze laten ook de onbekookte dadendrang zien van onze voorgangers. Ze tonen het vooruitgangsgeloof en de strijdlust van toen. En zo lang de betonnen kolos er staat, staat ook de vlam van de hoop nog in de spaarstand.

In de prachtige film A l’Origine, die nu in Nederland draait, komt een kleine oplichter bij toeval in een Noord-Frans dorp terecht. Enkele jaren eerder is de bouw van de snelweg, die het dorp uit zijn isolement zou verlossen en voor werkgelegenheid zou zorgen, stilgelegd omdat een zeldzame kever werd gevonden. Bij de dorpelingen vat het idee post dat de kruimeldief een vertegenwoordiger is van de wegenbouwer, die is gekomen om het werk te hervatten. Hij besluit het spel mee te spelen en tot zijn eigen verbazing komt de bouwplaats en daarmee het dorp weer tot leven. Twee kilometer asfalt weet hij aan te leggen, voordat zijn bedrog uitkomt.
Te mooi om waar te zijn? De film is gebaseerd op een werkelijk gebeurd verhaal. Zo sterk is de hoop die nutteloze werken kunnen verbreiden.