Recensie —

Make-over van een statige Haagse heer

Leo Oorschot

Het monumentale pand van KIVI NIRIA (Koninklijk Instituut Van Ingenieurs) aan de Prinsessengracht in Den Haag straalt gezag en waardigheid uit. Vele kleine stapjes maken samen ook een grote stap moeten de architecten van AAArchitects uit Rotterdam hebben gedacht, bij het ontwerpen van de make-over die het KIVI NIRIA onderging.

De meest representatieve ruimten van het instituut, de foyer en het auditorium uit de jaren zestig, waren aan vervanging toe. Het oorspronkelijke ontwerp was verdwenen achter systeemplafonds en voorzetwanden. Het auditorium staat achter in de tuin en wordt door een gang met de entree in het oude herenhuis verbonden. Uiteindelijk werden de verbindingsgang en foyer vervangen door nieuwbouw, het auditorium werd in oude luister hersteld.

De vernieuwing van het gebouwensemble werd in één keer ontworpen, maar is in verschillende fasen uitgevoerd. Eerst de renovatie en later de sloop en nieuwbouw. Volgens de architect had de opdrachtgever van tevoren geen uitgesproken beeld van het eindresultaat. Vooral het auditorium in de moderne kantoorvleugel uit 1963 van de architect P.A. Leupen werd aangepakt. Hier werd het auditorium opnieuw ingericht. Deze hoge ruimte is met een enorme pui aan één zijde op de binnentuin georiënteerd. Van daaruit kijkt men tegen de achterzijde van het historische pand aan de gracht aan. Of beter gezegd, het interieur werd ontkleed en het oorspronkelijke jaren zestig ontwerp kwam weer te voorschijn. Zo kwam er na het weghalen van een morsig tapijt een prachtig donkerroodbruine tot een zwarte wengévloer tevoorschijn, en na de sloop van voorzetwanden verscheen er een schitterende natuursteenwand. Wie durft nog te beweren dat de jaren zestig een slechte periode in de architectuur waren? Het ontwerp, dat doet denken aan de interieurs van Arne Jacobsen, inspireerden architect Amer Alhassan en ontwerpers Petra Blaisse en Vincent de Rijk tot het terugbrengen van de jaren zestig sfeer in de vernieuwing van het auditorium. Zorgvuldig werden de wengévloer en de natuursteenwand van grijsgroene natuursteenstrips hersteld.

De slechte akoestiek was vermoedelijk de reden waarom de sfeervolle ruimte in het verleden tot een schoolkantine met tapijt werd omgebouwd. AAArchitects lost dit echter vindingrijk op door van het probleem een uitdaging te maken. De royale meubels die werden gebruikt, zijn speciaal ontworpen om veel geluid te absorberen. De nieuwe tafels werden in de stijl van de jaren zestig, met wengé, vormgegeven en passen prachtig in de sfeer van het nieuwe interieur. Hoogtepunt is het speciaal door Petra Blaisse ontworpen gordijn dat bestaat uit verschillende lagen. Een doorzichtige voile en een wit velours verduisteringsdoek. Beide doeken zijn bedrukt met enorme zwart-witte tulpen. De print op de voering van het verduisteringsdoek is het negatief van de zwarte tulpen op de witte voile. Wanneer het verduisteringsdoek overdag dicht is, lichten de witte tulpen op in het donker. Als het licht in het auditorium wordt aan gedaan verdwijnen de tulpen van het wit velours gordijn uit zicht. Aan het plafond hangen lampen relatief dicht bij elkaar, zodat zij samen een soort verlaagd 'tussenplafond' vormen.

Na deze eerste verbouwing werd de verbindingsgang tussen het historische pand en de kantoorvleugel in de tuin aangepakt. Door de wengévloer van het auditorium door te trekken in de brede gang ontstond er één vloeiende beweging. Het auditorium ligt nu visueel in het verlengde van de gang. Het patroon van de glazen gevel van het historische pand is doorgezet in de nieuwe ganggevel en waaiert uit naar het andere gebouw toe. Dit principe is geïnspireerd op een jurk van de Japanse modeontwerper Junya Watanabee, waarvan de stof bestaat uit een driedimensionaal gelijkvormig raster dat door de beweging van het lichaam wordt vervormd en zo differentiatie krijgt. De volledige nieuwe gevel bestaat aan de buitenzijde enkel uit glas en kitnaden die aan de binnenzijde worden ondersteund door een stalen raamwerk van T-profielen. Om de relatie met de aangrenzende tuin zo sterk mogelijk te maken is een deur van 8,7 meter breed en tweeënhalve meter hoog in de gevel geïntegreerd. Deze deur wordt met hydraulische cilinders omhooggestuwd waardoor een grote luifel ontstaat en de transparantie van de gevel niet verstoord wordt. Zo wordt, wanneer de deur openstaat, de tuin deel van de foyergang en het auditorium.

De derde stap was de plaatsing van een bar. In een ontvangstruimte hoort een plek waar men drankjes en hapjes kan serveren aan gasten. Over de positie van de bar werd eindeloos vergaderd. Het architectenbureau maakte een maquette en onafhankelijk van elkaar mochten alle medewerkers van AAArchitects een voorstel doen. Op één na kozen zij allemaal dezelfde positie. Midden in de verbrede verbindingsgang en foyer, werd de bar tegenover de kanteldeur naar de tuin en in de richting van het auditorium geplaatst. De bar kreeg een minimalistische vorm en werd uitgevoerd in wengé. Als ruimtelijk element koppelt het nu auditorium, foyer en buitenruimte tot één samenhangend geheel.

Drie kleine stappen vormen samen één grote stap. De oude heer KIVI NIRIA kan met zijn nieuwe kostuum weer voor jaren mee en heeft zijn oude waardigheid herontdekt.