Feature —

Bunkeren in Berlijn

Vincent Kompier

Berlijn en bunkers horen bij elkaar als Amsterdam en de grachten, of de Eiffeltoren en Parijs. Dagelijks worden er zoektochten georganiseerd om deze oorlogsresten te kunnen bezoeken. Als het niet de pubcrawls zijn die het zomerse straatbeeld van Berlijn bepalen dan zijn het wel de Holocausttoeren.

Iedereen lijkt op zoek naar het verleden van de stad die als lasagne is opgebouwd uit laagjes geschiedenis over elkaar heen. Het meest tot de verbeelding sprekend is de Führerbunker, de plek waar de grote leider in mei 1945 een eind aan zijn leven maakte. Die bespreek ik hier niet, want die is niet te zien en bezoeken. Nóg niet, want de aandrang om ‘m te openen is groot. Nu over het leven van Anne Frank zelfs een musical is gemaakt, lijkt alles mogelijk. Voorlopig durven de Duitse autoriteiten het nog niet aan, uit angst dat de bunker een bedevaartsoord voor bepaalde aanhangers wordt.

52° 31′ 24,7″ N, 13° 23′ 2,3″ O
In de zomer dienen de bunkers als ideale schuillocatie tegen hitte en overvloedige toeristen. Zo kan in de bunker in de Reinhardtstrasse een fantastische moderne kunstcollectie bezocht worden. Deze bunker is in 1942 ontworpen door architect Karl Bonatz en bood plaats aan circa 3.800 zielen. De bouw was onderdeel van het plan uit 1942 om in oorlogstijd snel bunkers te bouwen. Ondergronds bouwen was duur; vandaar dat veel bunkers bovengronds zijn gerealiseerd. Formeel waren de bunkers bedoeld om de bevolking te beschermen, maar uiteindelijk  was er maar plek voor 5% van de bevolking. De bunkerbouw had eerder een symbolische waarde om het moreel van het Duitse volk hoog te houden.

De Reinhardtstrasse bunker bestaat uit vijf verdiepingen, heeft terugliggende hoeken en monumentale ingangspoorten. Binnenin zijn vier grote trappenhuizen, met boven elkaar liggende dubbele trappen, zodat mensenmassa’s snel hun schuilplaats konden vinden. De muren zijn bijna twee meter massief beton. Sinds 1945 deed de bunker dienst als achtereenvolgens vluchtelingenopvangcentrum, gevangenis, textiel- en vruchtenpakhuis (bijnaam in DDR-tijd: bananenbunker) en was tot 2007 als hardcore-technoclub in gebruik. Reclamemiljonair Christian Boros kocht in 2003 de bunker om er zijn privéverzameling moderne kunst in te kunnen tonen. Binnenin gaan veel kunstwerken de confrontatie met de bunker aan en dat leidt tot een bijzondere versmelting van architectuur en geschiedenis. De sporen van vroegere tijden zijn duidelijk aanwezig: pijlen voor de gewenste looprichting, de ‘Rauchen verboten’-opschriften, de dubbele stalen veiligheidsdeuren en in de betonnen buitengevel de littekens van schietpartijen. Jens Casper van architectenbureau Realarchitektur heeft de bunker verbouwd en voor Boros op het dak een Mies van der Rohe-Barcelonapaviljoenachtig penthouse ontworpen, met daktuin en zwembad, dat met moeite in het drie meter dikke massieve betondak kon worden uitgeboord.

52° 29′ 38,7″ N, 13° 21′ 32,9″ O
De bovengrondse bunker in de Pallasstrasse is van vergelijkbare grootte, maar heeft een andere historie. Deze bunker van vier verdiepingen staat robuust als een dik uitroepteken van de geschiedenis dominant te wezen.  In 1943 gebouwd door Russische krijgsgevangenen, is na afloop van de oorlog, zoals bij zoveel bunkers in de stad, een poging gedaan om ‘m op te blazen. Tevergeefs, daarvoor zijn de bunkers te groot en te sterk, en is de collateral damage voor de omgeving veel te groot. Dan maar eroverheen bouwen moet men gedacht hebben en in 1977 verscheen het Palllasseum; gebouwd naar een ontwerp van architect Jürgen Sawade. De enorme betonnen woonmachine met 514 woningen, geïnspireerd op de Unités van Le Corbusier, ligt als een grote balk over de bunker en de Pallasstrasse heen. Deze balk telt twaalf verdiepingen en wordt geflankeerd door een u-vorming hof van vijf lagen op een plint. Jarenlang was het Palasseum een brandpunt van alles wat er mis kon gaan in de multiculturele samenleving. Het flatgebouw met daarin sociale huurwoningen is door de vele satellietschotels een geliefd clichébeeld voor de media. De schotels zijn in de zoveelste poging om de buurt op te krikken in vrolijke kleuren geschilderd. In 1987 heeft regisseur Wim Wenders voor zijn film Der Himmel über Berlin hier beelden geschoten. De bunker wordt als tentoonstellings- en herinneringsplek gebruikt en is op afspraak te bezoeken.

52° 29′ 2,5″ N, 13° 22′ 17,9″ O
Van een heel andere betonnen orde is de Schwerbelastungskörper /Großbelastungskörper. Op de plek van de Schwerbelastungskörper in de General-Pape Strasse had Albert Speer in zijn ontwerp voor de transformatie van Berlijn in Welthaupstadt Germania, een enorme triomfboog van 117 meter hoog en 170 meter breed bedacht. Om de stabiliteit van de bodem te onderzoeken is een betonnen paddestoel gebouwd van 32 meter hoogte waarvan 18 meter zich onder de grond bevindt. De paddenstoelvorm komt tot uiting in de breedtemaat: 21 meter kopbreedte en 11 meter schachtbreedte. Het geval weegt meer dan 12.000 ton en is van 5 meter massief beton. Binnenin de schacht gaven meetapparatuur de uitslagen van de bodemtests weer. Ook dit betonnen gevaarte kon niet tot exploderen worden gebracht. Sinds 2009 is de Schwerbelastungskörper onderdeel van het museum van het stadsdeel Tempelhof-Schoneberg en kan bezocht worden, onder meer via de naastgelegen uitkijktoren.

52° 30′ 25,7″ N, 13° 27′ 16,2″ O
Dat je ook leuke dingen met een bunker kan doen laat de Spitzbunker op het RAW-Gelände zien. Op het terrein van een voormalige treinrepareerfabriek is in de Tweede Wereldoorlog een opvallende, want: ronde en spitsvormige bunker gebouwd. Deze vorm was van belang voor de functie: een observatie- en blustoren voor het voorkomen en bestrijden van de gevolgen van bombardementen op het terrein. Sinds 2005 is deze bunker omgebouwd tot klimtoren. Wie de torenspits op 19 meter hoog bereikt kan in het Gipfelbuch -het bergspitsdagboek- de klimtocht van zich afschrijven en krijgt na de klim het mooiste uitzicht over Berlijn cadeau. Gegarandeerd toeristenvrij.