Feature —

Honden houden van villa’s

Philip Willaert

Belleke en Pluto, mijn twee lieve teckels, houden mij graag aan het lijntje. Het liefst nemen ze me mee naar het Duinbossen, een wandelpad in Den Haan aan Zee. Het voorvoegsel ‘den’ verraadt een oude spelling toen men nog op postkaarten schreef Le Coq sur Mer en Den Haan aan Zee.

Pluto is een loper van vier jaar, Belleke een dame van tien, die vanachter bezien zich voortbeweegt als een miniolifantje. Ze heeft wat overgewicht, dat komt omdat ik haar doodgraag verwen. Beide heb ik uit het asiel gered, wat voelt als een daad van medemenselijkheid. Een hond is weliswaar een dier maar vaak zie ik er zoveel menselijkheid in. Zeker wat Pluto betreft met zijn jeugdtrauma's. Nu is hij een schat, een rakker, een wijsneusje, maar ook een nobele baron die aandachtig met zijn mooie gestroomlijnd lijfje naar de wereld kijkt. Soms loopt hij pardoes de tuin in van de mooiste villa’s in deze fraaie Belgische kustgemeente. Jawel, een ventje met pit én smaakt.

De laatste keer liep hij nonchalant te paraderen op het terrein van een door Léon Ide ontworpen villa. Mijn lief viervoetertje krijgt oogluikend de toelating om de leegstaande villa  met zijn vele terrasjes en uitbouwtjes en horizontale geledingen te verkennen.
'Nogal een stulp hè, Pluto.'
'Ja, prachtig en zoveel ruimte in de tuin', antwoordt hij. 'Een plek om dikke sigaren te paffen', gooit hij er achteraan.
Belleke is intussen ook aangekomen. Ze treuzelt maar steekt nooit weg ooit in zo'n art deco villa te willen wonen. Thuis leest ze tussen twee hondenslaapjes The Great Gatsby, en Tender is the night is het volgende boek dat ze in haar fauteuiltje aan het raam gewapend met leesbril zal verslinden. Ja, ze is verslingerd op de literatuur van Francis Scott Fitzgerald. 'Hier wil ik wonen, dus koop het maar, toe', sommeert ze mij alsof ik de centen maar te scheppen heb.
 
Eigenlijk heeft Belleke een zee van gelijk. De villa heeft de allure van een sierlijke pakketboot. Dat was het toppunt van moderniteit vond Le Corbusier. Een drijvend Luilekkerland vindt Pluto, die het leven het liefst langs de prettige kant bekijkt. Belle knikt, snuffelt in het heerlijke dure, malse gras. De olijke jaren van het interbellum gaf vorm aan dit soort verrukkelijke woonparadijzen. En dan die naam Les Pierres Claires, klinkend als een gedicht. De villa staat warempel te koop voor 1.250.000 euro. Vragen staat vrij, maar stulpjes van dit kaliber halen nu eenmaal toppen. Niet te vergeten staat ze op de ‘concessie’.

Concessie? Bij Koninklijk Besluit van 29 juli 1889 werd een contract afgesloten tussen de Belgische Staat en de architecten Eduard Colinet uit Oostende en Passenbronder uit Antwerpen, er zouden 50 ha. duinen worden verhuurd. De wijk kreeg later de benaming Concessie. Op dat charmante lapje grondgebied schoten de villa’s sindsdien als paddenstoelen uit de grond. Architect-urbanist Hermann-Josef Stübben nam in zijn stedenbouwkundige plan op dat een badplaats geen hoogbouw mocht moest hebben en er zoveel mogelijk bos moest zijn tegen de wind, we spreken 1910. De Haan blijft tot op vandaag trouw aan het oorspronkelijke karakter van het villapark. Bij de bouw van nieuwe gebouwen moet steevast rekening worden gehouden met beplanting en slechts één zesde van de grond mag worden bebouwd.

Dat uitgerekend mijn twee lieve teckels graag de trip maken naar de concessie en het eerder vernoemd bospad, hoeft niemand te verwonderen. Duitsers en Hollanders komen hier even graag als Belleke en Pluto. De Duisters met de geest van Goethe, de Hollanders met de nuchterheid van Descartes. Ze trekken maar wat graag naar deze lichtjes mondaine familiebadplaats. In de tragische jaren van het nazisme streken hier Joodse intellectuelen neer zoals Albert Einstein die er in 1933 een tijdje woonde in de dubbele villa Savoyarde samen met zijn tweede vrouw Elsa Koch. Een gedenkteken memoreert de geleerde.

Bel en Pluut nemen mij op sleeptouw naar Hotel Astoria. Een aanrader van formaat. Het gebouw werd ontworpen door, jawel, Léon Ide. De salons zijn keurig gerestaureerd. En verpozen doe je in machtige clubzetels. De drankjes bestel je aan de bar waar een Brusselse barman – net uit Kuifje geplukt – u op een fantastische wijze bedient. En français bien sûr. Pluto en Belleke trakteren mij op een ijskoude Duvel, alleen op voorwaarde dat zij de knapperige koekjes krijgen.