Feature —

Op zoek naar Kolonie Novy Dum oftewel de Werkbundsiedlung in Brno

Annemieke Hendriks

De Werkbundsiedlung uit 1928 in het Tsjechische Brno (vroeger Brünn) is een goed bewaard geheim. De barre voettocht naar deze ‘kolonie’ in de periferie, via bos en berg, biedt gelukkig ook al vele verrassingen van het Nieuwe Bouwen.

Het Oost-Tsjechische Brno is een prettig eerste rustpunt op een reis in Midden- of Oost-Europa. De tweede stad van het land ligt halverwege Praag en Wenen, en wordt tussen die grootheden vaak overgeslagen. Maar liefhebbers van het Nieuwe Bouwen kunnen in Brno hun hart ophalen.

Dat genot begint al in hotel Avion – wanneer het tenminste niet wegens eigendoms- of renovatieperikelen gesloten is, zoals vorig jaar. Avion krijgt op hotelsites steevast negatieve kritieken en heeft inderdaad beroerde ‘communistische’ renovaties achter de rug. Maar het is goedkoop, centraal gelegen, superrank van leest en ontworpen door Bohuslav Fuchs, een van Brno’s bekendste functionalistische architecten. Zijn voornaam wordt ergens online zelfs als ‘Bauhuslav’ gespeld. Fuchs had Praag voor Brno verruild toen de stad in de jaren twintig enige hellingen van haar groene Moravische heuvels prijs gaf voor modernistische bouwexperimenten in beton, staal en glas.

Dat geldt ook voor hotel Avion uit 1928, alom beschouwd als meesterwerk van eenvoud en zeggingskracht op acht meter gevelbreedte. In datzelfde jaar ontwierp Ludwig Mies van der Rohe een villa voor de familie Tugendhat. Twee jaar later was er ten noordoosten van het centrum een bouwwerk opgericht, dat één leek te zijn met de helling waartegen het toch zo afstak. De Tugendhat-villa staat sinds tien jaar op de Werelderfgoedlijst van de Unesco, maar sinds 1 januari vorig jaar in de steigers, verstopt achter doeken.

Het is maar goed dat het centrum en vooral ook het westen van de stad vele dozijnen andere functionalistische hoogstandjes in petto heeft: villa’s en woonblokken en alles wat Brno in het Interbellum verder nodig had, van crematorium tot bankgebouw, meisjesinternaat tot zwembad, Cedok-reisbureautje tot Bata-schoenenwinkel. Aan deze creaties zijn de namen verbonden van architecten die bijna allen uit Brno zelf kwamen, behalve Fuchs bijvoorbeeld Arnost Wiesner, Jiri Kroha en Josef Stepanek.

Het best bewaarde geheim creëerden bovengenoemden met een vijftal collega’s in dat topjaar 1928 echter in de westelijke periferie van de vierhonderdduizend zielen tellende stad: de Werkbundsiedlung. Maar waarheen moeten de nieuwe Bata-stappers onze oudere benen precies dragen? De modelbuurt ligt ver buiten de toerististische stadsplattegronden en het kaartje van een Tsjechische website geeft geen inzicht in de afstanden.

Navraag bij een bevriende Nederlandse architect blijkt zowaar enig ongenoegen op te roepen. Wat, Brno heeft een Werkbundsiedlung? Op geen van de beroepsuitjes naar het Nieuwe Bouwen in Midden-Europa, waaraan hij vanaf 1967 deelnam, was daar, verdorie, gewag van gemaakt.

‘Werkbundsiedlung’ blijkt niet de meest handige zoekterm. In de jonge Tsjecho-Slowaakse staat die in 1918 was opgericht, werd het Duits als taal van het ondergegane Oostenrijks-Hongaarse rijk niet meer zo gekoesterd. Een nieuwe staat, een eigen taal, en daarbij paste ook een nieuw stedenbouwkundig concept. De neo-klassieke Habsburgse bouwstijl vond men passé. De frisse culturele en bestuurselite trok ondernemers mee in het plan voor een wijkje naar het voorbeeld van de Stuttgartse Werkbundsiedlung Weiβenhof van1927. Aan die driedimensionale tentoonstelling had, onder kunstzinnige leiding van Mies, het neusje van de Europese architectuur-avantgarde deelgenomen. In Brno werd hierop in het klein voortborduurd, als particulier initiatief met lokale genieën en beperkte middelen. Al in 1928 stond de ‘vystavni kolonie Novy Dum’ er, de modelnederzetting Het Nieuwe Huis.

Het zoeken naar nieuwe vormen had in Brno overigens traditie. Ook de vermaarde architect Adolf Loos was in de stad geboren, in 1870, toen deze nog als ‘Brünn’ bekend stond. Loos had de weg al gewezen: hij had schoon genoeg van alle getierlantijn en getrut aan de gevels. Maar Loos opereerde inmiddels in Wenen, Praag en Parijs. Hij was de nieuwe generatie bestuurders van Brno bovendien niet radicaal genoeg, met zijn knusse compromis-interieurs.

Ook Praag, waar de officiële Tsjecho-Slowaakse Werkbund zetelde, had in 1928 geprobeerd een modelnederzetting van de grond te krijgen. De voortrekker was Vaclav Havel geweest, de grootvader van de naoorlogse dissident en latere staatspresident. Maar Havel wist in dat jaar slechts twee villa’s te realiseren. De hoofdstad moest Brno de eer gunnen, gevolgd door het Duitse Breslau en door Wenen, alvorens ze in 1932 een eigen Werkbundsiedlung had.

Klimmen en dalen
Googlen op ‘Novy Dum’ helpt ook niet direct. Op Arcguide.de, naar eigen zeggen dé Duitse Internetführer für Architektur, wordt de Mustersiedlung Novy Dum, met Brno en al, als een wijk in Praag neergezet. Het vermelde adres ‘Petrvalska 6, Prag’ suggereert bovendien dat Novy Dum slechts uit één huis bestaat. Maar de straatnaam klopt, althans met een ‘d’ erin: De Petrvaldska moet, samen met de straten Drnovicka en Smejkalova in Brno’s perifeer gelegen wijk Zabrovesky, bloksgewijs de zestien panden bevatten die Novy Dum vormen.

Eerst de heuvel maar eens op, waar zich in de oude Spilberk-burcht het Stadsmuseum bevindt. Op zijn website koketteert het museum met de villa Tugendhat. In de officiële stadsgids wordt deze zelfs aangeprezen als ‘het hoofdwerk van de functionalistische wereldarchitectuur.’ Maar helaas, museum noch gids vermeldt enig ander functionalistisch werk, dus ook over Novy Dum is er niets te vinden. Is het wantrouwen van de naoorlogse nomenklatoera tegen ‘formalistisch’ bouwen, zolang het geen Unesco-sieraad betreft, nog levend? Of associëren zelfverklaarde oud-dissidenten deze bouwstijl nog steeds abusievelijk met die van de communisten?

Aan de westkant van de burchtheuvel wacht beneden in de Gorazdovastraat een verrassing: het orthodoxe Vaclav- of Wenceslaus-kerkje uit 1931-’32 heeft een gouden koepel en, als contrast, een strak functionalistisch jasje. Nu volgen lange, stijgende lanen, langs eindeloze parken met sportvelden. Dit is de lommerrijke wijk Stranice. Af en toe duikt hier een villa op van een Wiesner of Fuchs uit het Interbellum. Het volgende obstakel is het Wilsonbos, een ruig donker park uit dezelfde tijd met vele hoogten en diepten, dat inderdaad naar de Amerikaanse president is genoemd. Novy Dum moet aan de andere kant van het bos liggen. Dwars erdoorheen dan maar, dat lijkt het snelst. Maar hoe kom je er op de juiste plek uit? Linksom bergafwaarts cirkelend of rechtsom, of loodrecht naar beneden? De eenzame jogger weet het ook niet.

Uiteindelijk is er in de verte beneden bebouwing te zien. Eropaf! Benedenlangs blijkt gewoon een sneltram vanuit het centrum te rijden. En daar is warempel de Petrvaldska, daar zijn de blokken. Of daar waren ze, waar nu wilde struiken groeien. Maar wat nog overeind staat – laat het de helft zijn – heeft onmiskenbaar de oude allure, alle pogingen ten spijt deze met zelfgefröbelde uitbouwtjes te niet te doen. De particuliere investeerders in Novy Dum waren namelijk al gauw failliet, en de initiatiefnemers raakten zodoende de regie over het wijkje kwijt: voortaan werd per woning verkocht of verhuurd. Het resultaat had nog veel beroerder kunnen zijn. En met een paar nieuwe bezielde stadsbestuurders is uit dit klein-Weiβenhof weer iets groots te maken.