Recensie —

Over de wondere wereld langs de snelweg

Wilfried van Winden

Kunstenaar Melle Smets en filosoof Bram Esser trokken een maand langs ’s lands snelwegen en troffen er tot hun verbazing benzinestations, praatpalen, motels en homo-ontmoetingsplaatsen. Voorbij aan de clichés ontdekten ze dat de snelweg veel méér is dan een strook asfalt, ooit bedoeld om van A naar B te komen, aldus de introductie bij de tentoonstelling.

Onder de titel De Mobilist, de snelweg en het ommeland wordt het Brabantse deel van hun ontdekkingstocht nu tentoongesteld in het Brabants Kenniscentrum Kunst en Cultuur (bkkc) in Tilburg. Wat de combinatie van persoonlijke verhalen, foto's en illustraties bijzonder maakt is dat de waarnemingen van Smets en Esser onbevangen en niet vooringenomen zijn. Voor zover ze dat wel zijn, wordt een optimistische en vooral opmonterende toon aangeslagen.

De waarnemingen zijn sociologisch en antropologisch van aard. Er worden verhalen opgetekend van mensen die zij onderweg tegenkomen. Het geheel ademt een sfeer die sterke associaties oproept met de werkwijze van het Meertens Instituut, dat zich bezig houdt met de bestudering en documentatie van de Nederlandse taal en cultuur. 'Centraal staan de verschijnselen die het alledaagse leven in onze samenleving vormgeven', aldus het mission statement van dit gerenommeerde instituut. Ook Smets en Esser zijn er op uit om zich te laven aan de bron van het alledaagse. Omstandig worden de mensen in de verhalen bij naam genoemd, opdat wij ons er makkelijker mee kunnen identificeren. Zo is daar de familie De Bruyn, die een caravanhandel runt in de berm bij afslag 16, en in het verleden op de kermis stond met de muizenstad. Of Gerard, Ad, Jan, Felix en Frans, die op het terrein van een voormalige coniferenkwekerij bij Sint Oedenrode in de berm van de A50 gaan jagen. En dan de McDonalds bij Best waar op de parkeerplaats een twaalf meter hoog standbeeld van Michael Jackson staat en de Nederlandse Jackson-fan een focuspunt heeft.

Dwalend over de tentoonstelling dringt zich onwillekeurig de vraag op: waar leiden de wegen van dit denken heen? Het werk van de Sjors en Sjimmie van ons rijkswegennet kan ook als een sociogenese van de snelweg worden opgevat. De als onpersoonlijk en anoniem ervaren snelweg krijgt een geschiedenis en identiteit. Doormiddel van verhalen worden plaatsen langs de snelweg bepaald en van betekenis voorzien. Zolang er nog geen streetview van de snelweg is, is er nog veel werk aan de winkel.
De aanpak van Smets en Esser toont overeenkomsten met de Fluxus-beweging uit de jaren zestig, die kunst en dagelijks leven wilde laten versmelten. De kunst begaf zich buiten de museale context, met performances en acties waarbij de handeling zelf en de verhalen erover tot kunst werden verheven.

In het bkkc is naast het project van Smets en Esser ook een presentatie van kunstprojecten langs snelwegen in Brabant als de A50, A27, A2 en de N329 te zien. Alles bij elkaar gaat het om een dertigtal plannen en ontwerpen waarbij kunstenaars en ontwerpers gezamenlijk om de tafel zaten met bestuurders, beleidsmakers, planologen, stedenbouwkundigen en architecten, om zo tot geïntegreerde plannen te komen.
De combinatie met het project De Mobilist, de snelweg en het ommeland is op zijn minst opmerkelijk. De getoonde kunst krijgt hiermee dezelfde terloopsheid als de verhalen van Smets en Esser en wordt nadrukkelijk geplaatst in de context van het anekdotische. Bij beide presentaties ontbreekt een toelichting die het geheel in ogenschouw neemt, laat staan de verhalen en de kunstprojecten met elkaar verbindt. Aan die projecten ligt het in ieder geval niet, daar zitten interessante bijdrages bij van onder anderen het Observatorium en Lars Spuybroek. De bezoeker van de tentoonstelling krijgt echter een fragmentarisch en caleidoscopische beeld van fenomenen, die in de veelheid worden gereduceerd tot fait divers rondom de Brabantse snelwegen.

In dit licht is het begrijpelijk dat de makers van de tentoonstelling ervoor gekozen hebben om een krant te maken. De inhoud van een krant kent immers ook geen samenhang. Het is een format waarin je eenvoudig van alles bijeen brengt dat op je pad komt. De Mobilist, zoals de eerste snelwegkrant van Nederland heet, bevat reflecties, columns, tekeningen en redactionele bijdragen over het fenomeen snelweg, waarvan de meest geslaagden die van Tijs van den Boomen en Joks Jansen zijn. Na het lezen van de krant dringt zich de vraag op wat de tentoonstelling hier eigenlijk nog aan toe te voegen heeft. Alleen de grote kaart van het Brabantse snelwegennet, waarin de snelwegen met oranjerode knipperende letsnoeren oplichten, staat niet in de krant. We zijn de enige bezoekers aan de tentoonstelling en de knipperende kaart geeft het gevoel dat we op een verlaten en vergeten kermis zijn beland. En dat terwijl op de achtergrond het geluid van de grootste kermis van de Benelux zich verleidelijk aan ons opdringt.

De snelwegverhalen lenen zich blijkbaar niet zo voor een tentoonstelling – ook daarin ligt een overeenkomst met de vlucht uit het museum van de Fluxus-beweging. Geen nood en daarom niet getreurd: wie in het onderwerp geïnteresseerd is en zelf wel eens de snelweg wil bezoeken, raad ik beslist de excursie onder leiding van Melle Smets en Bram Esser aan. In actie en in hun biotoop zijn zij natuurlijk op hun best. Een hele dag lang ondergedompeld worden in de wondere wereld van truckstops, benzinestations, meubelboulevards, snelwegerfgoed en snelweghelden. De deelname is inclusief snelwegsnacks, snelwegkunst, een snelwegwandeling en natuurlijk vele snelwegverhalen. Ik zeg: DOEN!