Feature —

Sporen in de Harz

Arjan Scheer

Eind juli sta ik in Duitsland op Der Brocken, een berg in de Harz, plaats van handeling van Goethes ‘Faust’. De 1100 meter hoge Brocken heeft een uitgebreide mystieke geschiedenis, waaronder een ‘Brockenspook’. Rond 1900 was de berg het centrum van het eerste massatoerisme. Behalve Goethe volgden Novalis en Theodor Fontane. In 2011 neem ik mijn racefiets mee, en een heimelijke fascinatie voor het merkwaardige stoomtreintje dat naar de meestal in nevelen gehulde top voert.

Johann Wolfgang von Goethe besteeg op 7 december 1777 voor het eerst de Brocken en schreef aan Charlotte von Stein: 'Nun, Liebste, trat ich vor die Türe hinaus, da liegt der Brocken im hohen, herrlichen Mondschein über den Fichten vor mir, und ich war oben heit und habe auf dem Teufelsaltar meinem Gott den liebsten Dank geopfert.' Aan Heinrich Heine ontlokte de beklimming van de Brocken in 1824 de woorden: 'Viele Steine, müde Beine, Aussicht keine, Heinrich Heine'.

De hoogste berg van de Harz is met sagen omgeven. De wilde natuur was voedingsbodem voor verhalen over heksen, duivels en wilde wezens die duizenden jaren lang de mensen op de Harz de stuipen op het lijf joegen. Het verhaal van een Brockenspook blijkt een empirische basis te hebben. De eerste beschrijving van het schouwspel is van de fransman Pierre Bougner uit 1744. Bij de ondergaande zon wordt namelijk, onder bepaalde voorwaarden, de schaduw van de bezoekers van de Brocken reuzegroot op de tegenoverliggende wolken geprojecteerd. Een reiziger beschreef het fenomeen als volgt: 'Een op de top staande Herr Meier of Herr Mueler ziet dan zijn angstaanjagend natuurgetrouwe schaduw, de sigaar in de mondhoek en de strohoed in de nek, reusachtig groot geprojecteerd op het wolkendek, met één of twee lichtkransen om het hoofd. Droogt men het zweet van het voorhoofd, zo doet de schaduw hetzelfde.'
Het fenomeen was in totaal 89 keer in 14 jaar zichtbaar.

Ik stel me een soort Petrarca achtige 'beklimming van de Mont Ventoux' voor. Oneindige slingerende wegen door ondragelijk heet dennenbos waar de route onontkoombaar leidt tot een reflectie op de eigen levensweg. Het tegenovergestelde is het geval. Als ik ga, is het koud. Rond de 15 graden. En nevelig. Ideaal voor een 'nebeligen besteigung des Brockens' en wellicht een ontmoeting met het Brockenspook.
Het kost me moeite om van het westen naar het oosten te komen, er zijn enkel wegen van noord naar zuid. Door de gedeelde geschiedenis van Duitsland heeft dit gebied haar ongereptheid grotendeels behouden. Alleen in de laagvlakte is recent een oost-west snelweg aangelegd, die het verkeer in een ruime boog om het ecologisch kwetsbare Harzgebergte leidt.
Laverend kom ik bij een klein plaatsje 'Torfhaus'. Daar moet  het 'Goethepfad' zijn, dat mij naar de top van de Brocken voert. De top is zichtbaar tussen de verwaaide nevel. De natuur is ruig. Kale stammen van sparren tussen een wilderig begroeide mossige moerasgrond met prachtige bloemen. De infrastructuur in de Harz heeft het karakter van alles-of-niets. Leidde een halve snelweg me naar het noorden, de weg naar het oosten is enkel het Goethepfad en bestaat uit niets anders dan gravel en dan weer een vlonder over moerassig land.
Zo nu en dan breekt de waterige zon door en verwachtingsvol speur ik de nevelige einder af op zoek naar de merkwaardige schaduw. Maar algauw vervaagd het daglicht in de mist.

Naast het uitgebreide wandelnetwerk is een smalspoor stoomtrein de andere manier om op de top te raken. Het spoor heeft een intrigerende geschiedenis. Wat tegenwoordig Cherso of Ibiza is, was rond 1900, de Harz. Hier ontstond het eerste massatoerisme voor bewoners van het Ruhrgebied op zoek naar heilzame lucht op de Brockentop. Nadat in de omgeving al uitgebreide spoornetwerken waren ontstaan, legde een deel van het Eerste Koninklijke Pruisische Spoorbouwregiment uit Berlijn op 4 oktober 1898 de laatste hand aan de route naar de hoogste top van de Harz. De financiële mogelijkheden moeten in die tijd in Duitsland tot de hemel gereikt hebben. Om het Brockenmoeras te overbruggen moest 90.000 m3 grond en stenen verplaatst worden. Vierhonderd bruggen en spoorwegovergangen moesten worden gebouwd. Verder nog een zeventig meter lange tunnel en keelbanden om het spoor tegen vallende rotsblokken te beschermen. Het traject overbrugt een totale stijging van 1:30. De totale kosten inclusief grondverwerving bedroegen uiteindelijk 8.128.600 Reichsmark. Natuurlijk was het spoor bedoeld voor de exploitatie van de houtkap. Maar het laatste stukje naar de top werd voornamelijk uit toeristische overwegingen aangelegd.

Eenmaal aangekomen op de top wordt de omgeving compleet aan mijn oog onttrokken. Er staat een scherpe wind. Zo nu en dan valt er een gat in het wolkendek, zodat er zicht is op het laagland ten oosten van de Harz. Hier is het grauw en grijs; ginder liggen gele graanvelden te blaken in de zon. Geen spoor echter van de mysterieuze schaduw.
De volgende dag kan ik de verleiding niet weerstaan met de rokende en puffende 19e-eeuwse toeristenattractie de berg op en af te gaan. Deze keer kom ik vanuit Wernigerode in het oosten. De trein rijdt kris-kras langs achterkanten en voorkanten van woningen. Langzamerhand krijg ik een indruk van hoe de stad in elkaar zit. Zijn er in het westen een overvloed aan donkerbruine jaren zeventig bungalows hutjemutje op elkaar gebouwd, in het oosten is het prettig ruim tussen de gebouwen. Het stedelijk weefsel is losjes. Ineens begrijp ik het, hier is vijftig jaar stedenbouw overgeslagen. Tussen de villa's uit de jaren dertig groeit het bos. Alleen zo hier en daar aan de rand is vanaf de jaren negentig, na de 'Wende', iets nieuws gebouwd.

Op Google Maps vergelijk ik thuis de verworvenheden van vooruitgang. Mijn standplaats, Osterode, in het westelijke deel, toont een geleidelijke inbreiding. Villa's en stadshuizen zijn door de tijd tot rijwoningen versmolten. Schuurtjes zijn in achtertuinen gebouwd. Een winkelcentrum heeft een enorm gat geslagen in de fijn geweven stedelijke structuur. De behoefte aan parkeerruimte zorgt voor nietszeggende leegte in het centrum van het dorp.
In Wernigerode is het beeld een paar frames teruggedraaid. Er zijn een paar linten ontstaan, maar het merendeel staat los. Geen noodzaak voor grote parkeerterreinen, want zoveel auto's waren er blijkbaar niet. Enkel hier en daar grote flatgebouwen aan de rand. Verder heerlijk ruim. Een spel zoek-de-verschillen gaat over in hoe-had-het-anders-gekund en daarna hoe-gaan-we-het-dan-doen. Intrigerend. Toch nog eens terugkomen en dan mijn standplaats iets meer naar het oosten kiezen.