Feature —

A dogs bark

Joep Gosen

Momoyo had een leuke hond. Vooral haar vader was erg gecharmeerd van het beest. Hij was er zo mee in zijn nopjes dat hij achter ieders naam ‘woef’ begon te plakken, ‘wan’ in het Japans. Toen besloot Momoyo om samen met haar partner, Yoshiharu Tsukamoto, een architectenbureau te beginnen. Een passende naam vinden bleek echter nog niet zo gemakkelijk. Gelukkig gaf pa goede feedback. Het werd Atelier Wan, of, vertaald in het Engels, Bow-Wow.

Op 12 oktober gaf Momoyo Kaijima, op uitnodiging van Architectuurwijzer, een lezing in de C-mine in Genk (B). De directe aanleiding daarvoor was de Dag van de Architectuur in Vlaanderen. Een van de drie thema’s die dag was ‘duurzaamheid’. Analoog met het standpunt van Christophe Grafe (directeur  VAi) werd op deze avond een bijzondere draai aan het onderwerp gegeven. Atelier Bow-Wow heeft sinds begin jaren negentig een uniek oeuvre opgebouwd bestaande uit kleine, fijne stadshuisjes en vakantiewoningen en deelnames aan diverse biënnales, waaronder die van Venetië.
Daarnaast hebben ze divers geschreven werk gepubliceerd zoals Pet Architecture, Made in Tokyo en niet in het minst hun laatste boek: Behaviorology.

Behaviorology gaat over hoe mensen, de elementen en gebouwen zich gedragen in hun brede context. Hoe gebruiken mensen bijvoorbeeld hun huis. Hoe gaat een bouwwerk om met de natuurlijke omstandigheden. Hoe reageert de omgeving op het gebouw

Voor Atelier Bow-Wow is die omgeving in eerste instantie Tokio. In de woonbuurten van die stad is particulier opdrachtgeverschap heel gebruikelijk. Met de economische groei van na de Tweede Wereldoorlog steeg de kostprijs van grond en belasting op bezit gigantisch. Oorspronkelijk ruim bemeten kavels werden opgesplitst in kleinere delen en de bebouwing ging de hoogte in. Voor de oorlog was Tokio vooral een platte stad. Nu is de bebouwing in de gemiddelde wijk vier lagen hoog. De huishoudens werden kleiner, huizen introverter en er ontstond restruimte en intolerantie. Volgens Momoyo ligt de oplossing hiervoor in het scheppen van een ‘genereus raamwerk voor potentieel gedrag’. Het maken van een gebouw dat zelf zijn verantwoordelijkheid neemt een vriendelijke en gulle burger te zijn. Een huis dat zelf instaat voor de openbare ruimte en een aangename leefomgeving. Kaijima en Tsakumoto blinken hierin uit door hun vaardigheid, hun gedrevenheid, hun inventiviteit en hun aan het poëtische grenzende pragmatiek, maar vooral door hun humor en de lol waarmee ze dit doen.

Zo werden ze in 2008 gevraagd een huis te ontwerpen voor een paard. Een Japanse dame bezat een aardig stukje grond buiten Tokio en hield erg van paarden. Helaas bleek het weitje toch wat krap en viel haar budget tegen. Dus werd het een pony. Atelier Bow-Wow deed het voorstel het perceel minimaal te bebouwen zodat de pony de volledige wei als huis kreeg. Vervolgens werd de woning  schuin in de hoek gezet. Vanuit de open begane grond heeft mevrouw maximaal zicht op haar lievelingsdier. Vanaf haar bed op de verdieping kijkt ze in de stal.

Voor hun eigen huis en atelier benutten ze de volgens de geldende regels maximaal beschikbare enveloppe waardoor er een vreemd prismatisch volume ontstaat. Beneden is het kantoor. Boven wonen ze. De woonkamer annex keuken wordt als een soort van grijze zone door beiden gebruikt. De open trap vormt de spil. In Tokio geldt de regel dat er tussen twee aangrenzende huizen vijftig centimeter open ruimte moet blijven. Door in de zijmuur een groot raam te plaatsen wordt deze anders verloren ruimte als atrium benut. Het wordt binnen veel lichter. Het opgesloten gevoel tussen twee blinden zijmuren wordt vermeden.

White Limousine Yatai werd ontworpen voor de kunsttriënnale van Niigata. Een Yatai is een soort wagentje waar eten op wordt bereid en op straat verkocht. Niigata staat bekend om haar sneeuwrijke winters. Waarom zou je de mensen in de zomer hieraan niet herinneren?  Bow-Wow bouwde dus een tien meter lange witte straatventerwagen waarop alleen wit eten en drinken werd geserveerd. Het laveren door de straten kostte echter wat moeite. Het verkeer in de stad stond enkele uren muurvast.

Om de twee jaar wordt in het Iberapuerapark te Sao Paulo een architectuurfestival georganiseerd. Het is goed voorstelbaar, maar niet waar,  dat in de grote bomen van het park apen wonen. Kajima en Tsakumoto bouwden een houten brug tussen de bomen door zodat de bezoekers beestjes konden kijken. Of was het andersom? Wie bekijkt wie? Wie zijn eigenlijk de echte aapjes? Een soortgelijk spelletje met de observatie van de bezoeker spelen ze met de Linz Superbranch. Een grote wortelachtige route op het dak van het Offenes Kulturhaus Oberoesterreich.

In het ontwerp voor het Miyashita Park wordt het sociale engagement van het bureau duidelijk. Oorspronkelijk werd het voor de Olympische Spelen van 1964 gebouwd als park bovenop een  parkeergarage. Door de jaren heen was het dicht geslipt en verrommelt. Het was de woonplaats van daklozen geworden. Via het systeem van de naming regulations* wilde Nike geld in de vernieuwing investeren. De gedane ingrepen zijn heel praktisch en eenvoudig. Ze richten zich echt op het weer bruikbaar maken van het park voor alle mensen. Zo is het bomenbestand drastisch uitgedund, is het stuikgewas aan de rand weggehaald in plaats daarvan is een summier hekwerk geplaatst waardoor er sociale controle vanuit de aangrenzende woningen mogelijk is. Ook is er een klimmuur en een skatepark voorzien. Het enige probleem waren de daklozen. Nike wou ze het liefste uit het park (en wellicht de samenleving) verbannen. De stad besliste, onder druk van de publieke opinie, hen te compenseren. Ze kregen nieuwe stokken om zelf tenten te bouwen iets verderop langs de straat. Een beslissing waar Momoyo het duidelijk moeilijk mee had.

Tijdens de afsluitende borrel gaf een medewerkster van Stad Genk een compliment aan Momoyo Kaijima. Ze vertelde haar dat de Belg geboren wordt met de baksteen op de maag. Hij heeft de sterke wil fysiek een eigen huis te bouwen. Hij denkt er doorgaans minder over na hoe hij eigenlijk wil of kan wonen. In de traditionele Vlaamse context, waar schijnbaar oneindig veel bouwgrond was, is dat niet eens onbegrijpelijk. Atelier Bow-Wow daarentegen denkt heel goed na over wat ‘wonen’ inhoud of kan betekenen. Zij maken een echt ‘thuis’ voor hun opdrachtgevers. In dicht bevolkte gebieden, zoals Nederland en Vlaanderen, is hun strategie, behaviorology, zeker een interessant uitgangspunt. Het bouwen voor de mens; de evidentie van het vak architect die we langzamerhand vergeten zijn.

Na een lezing van Momoyo Kaijima is het verleidelijk te veronderstellen dat ze de naam van hun atelier zo gekozen hebben omdat ze iets te vertellen hebben. Niets is minder waar. In elk land blaft een hond hetzelfde, maar in elke taal wordt dat anders geïnterpreteerd. Type ´Woef Woef´ maar eens in op Google Translate en u zult versteld staan! Bow-Wow staat dan ook eerder voor ontdekken en begrijpen dan voor vertellen.