Feature —

Alexandre Chemetoff en het dynamische masterplan

Eireen Schreurs

Rotterdam Stadshavens is zo’n project waarvan je je afvraagt wat daarvan moet worden nu de Europese economie in hoog tempo in elkaar dondert. De Franse architect Alexandre Chemetoff deed poëtische suggesties na afloop van zijn lezing in het NAi afgelopen 7 september.

Stadshavens is het uitgestrekte gebied dat vrij komt als de Rotterdamse haven verder richting Noordzee opschuift. De ontwikkelingen zullen stad en haven weer met elkaar verbinden. De website belooft ons in 2040 onder meer 16.000 nieuwe woningen en 1,2 miljoen m2 nieuwe kantoren, uiteraard geheel klimaatneutraal en ook nog van een binnenstedelijke kwaliteit. Voor de globale positiebepaling: het zojuist omgevormde RDM terrein is een voorpost van deze ontwikkeling. Omdat Rotterdam haar eigen visies nooit zo vertrouwt, vliegt ze regelmatig iemand in om haar de oren te wassen. ‘Meneer Chemetoff, wat vindt u er nu van?’.

De keuze voor de architect, landschapsarchitect en stedenbouwer Alexandre Chemetoff is relevant. Naast de bamboetuin in Park la Vilette geniet hij bekendheid vanwege het project Ile de Nantes, gestart in 2000. Dit verlaten industriegebied ligt op een eiland in de Loire, tegenover het centrum van Nantes. Onder zijn eigenzinnige regie transformeert het gebied tot een succesvolle woon-, werk- en recreatie locatie.  De wat ruige openbare ruimte blijkt een grote verrijking voor de stad.

In de lezing legt Chemetoff uit hoe hij in dit soort projecten te werk gaat. Zijn ontwikkelstrategie maakt maximaal gebruik van de bestaande krachten in het gebied. Om deze te ontketenen start hij gelijk met de uitvoering van een eerste project en kijkt vervolgens wat er gebeurt. Of, zoals hij zelf zegt: ‘ik creëer een plek waar je kan gaan discussiëren over wat je hierna moet doen.’ Op deze manier legt hij verbanden in tijd en plaats, maar doet hij ook allerlei ontdekkingen. Van een grote loods waar ze niets mee konden, eerst maar eens het dak afhalen. Gelukkig voor Chemetoff komen dan vanzelf de kunstenaars van les Machines d’Iles de Nantes langs die er hun kunstwerk Machine Elephant wel willen construeren. En zo gaat hij dan weer verder.

Het hele proces wordt vastgelegd in een ‘dynamisch masterplan’, dat elke drie maanden volledig wordt bijgewerkt. Niet alleen de plankaart, maar ook alle discussies, de ontwerpen en de locatiebezoeken, de inspraken, alles is onderdeel van dit masterplan. Het garandeert een permanente blik op de relatie tussen wat er al is, en wat er komt. Zo ontgint hij met eindeloos geduld het terrein, koppelt hij voortdurend informatie en zorgt hij ervoor dat gerealiseerde projecten de planvorming kunnen beïnvloeden.

Hoe serieus hij deze cyclus neemt blijkt uit het feit dat hij op een bepaald moment de plankaart voor het Ile de Nantes op immense schaal liet uitprinten, op de grond legde en tweehonderd mensen uitnodigde in een tent, om het plan grondig te kunnen bestuderen. In deze bijzondere atmosfeer ontstonden zeer waardevolle discussies en ook deze ideeën en suggesties werden onderdeel van het masterplan.

Zijn ruimtelijke ingrepen zijn conceptueel zonder schematisch of didactisch te worden, intuïtief en poëtisch, iets wat in de Nederlandse praktijk dit moment helaas ontbreekt. Het eigen kantoor bijvoorbeeld is een eenvoudige kas in een ommuurde tuin. De bomen vormen een tweede dak. De kas staat vlak langs de muur, geen logische keuze, maar juist die assemblage van muur en kas werkt prachtig want het stelt de vraag naar het idee van omhulling maar het filtert ook het licht op onverwachte manieren.
Voor een park op een voormalig verkeerskruispunt haalt hij alleen op die plekken asfalt weg waar hij bomen wil hebben. Resten van wegmarkeringen sieren de parkpaden. De merkwaardige paradox bij al deze projecten is dat de identiteit van de plek wordt versterkt, zonder dat zij kritiekloos wordt geconserveerd.

Maar nu: Stadshavens wacht op ons. Met welk programma moeten we haar vullen, vraagt de projectleider. Chemetoff heeft geen concreet antwoord maar hij maakt zich over het programma geen zorgen. Dat komt vanzelf als je het gaat uitvoeren. Een dame uit de zaal heeft wel een suggestie, zij verlangt naar een Chemetoffse ingreep, omdat zijn projecten er zo prachtig groen uitzien, en dat mist ze zo in Rotterdam. Maar ze verzucht dat dit vast onbespreekbaar is. En dit blijkt inderdaad het geval, want op haar wens wordt niet gereageerd.

Stadshavens vraagt zich ondertussen af of ze dan maar gewoon ergens moeten beginnen? Chemetoff stelt ze gerust. Er is geen reden tot haast, omdat er ‘no pressure’ ligt op de ontwikkeling. Wat Stadshavens moet doen, is de economische crisis op zich laten inwerken en haar programma kritisch bevragen. Zijn de gestelde doelen nog wel reëel? Na het zagen aan de stoelpoot doet hij gelukkig ook de concrete aanbeveling om de transformatie op gang te brengen met kleine interventies zodat de immense schaal van het water kan worden ervaren.; als tussenstap, die de werkelijkheid transformeert en uitzicht geeft op een mogelijke toekomst. En daarmee wordt de avond afgesloten.

Ik ben er niet gerust op. Zou Chemetoffs onorthodoxe werkwijze team Stadshavens bereikt hebben? Als dat zo zou zijn dan is deze avond ook onderdeel van het masterplan en daar staat ook de groene wens van de inspreekster bij. Hebben ze deze wel opgeschreven? Het is best een goed idee namelijk. Als Stadshavens gewoon ergens begint zou ze geen 16.000 woningen maar 16.000 bomen kunnen planten. Na de crisis (zeg tien jaar verder) varen ze weer eens naar de overkant en voila, daar bevindt zich dan een wel heel goed programma: De Stadshavense Wouden. Een prachtige, unieke, klimaatneutrale barrière naar de haven (want wie wil er nu een verbinding), vol overwoekerde industriële loodsen (want die lopen niet weg). Klaar voor de autarkische woonmilieus waar Rotterdam tegen die tijd misschien om zit te springen. Kan dit ArchiNed stukje ook nog in het masterplan?