Recensie —

Buster Keaton, architect

Piet Vollaard

Valt er nog wat te lachen in de architectuur? Gezien de sombere economische situatie zou je zeggen van niet. Gelukkig heeft het AFFR aanstaande zondag een eersteklas komische opsteker geprogrammeerd die zelfs de grootse zwartkijker een vrolijke middag zal bezorgen. Buster – Stoneface – Keatons slapstick films uit de jaren twintig van de vorige eeuw zijn niet alleen dolkomisch, maar vooral ook architectonisch.

Buster Keaton - One Week (1920)
Buster Keaton – One Week (1920)

Een verwoestende storm raast door de stad. Auto’s vliegen door de straten, gebouwen storten in. Een ziekenhuisbed wordt met patiënt en al naar buiten geblazen. Als de patiënt versuft op straat omhoog krabbelt, ziet hij niet dat achter hem een volledige gevel voorover kantelt en bovenop hem valt. Hij wordt echter op miraculeuze wijze gered door een open raam en staat middenin de neergestorte gevel nog fier overeind. Zijn uitgestreken gelaat vertoont geen enkele emotie.

Deze scene uit de film Steamboat Bill Jr is Buster Keatons beroemdste filmstunt. Keaton is een van de meesters van het slapsticktijdperk en vooral bekend vanwege zijn ‘stoneface’. Zijn talent bleef echter niet beperkt tot deze komische non-expressie. Keaton was vooral een inventieve bedenker en uitvoerder van de meest ingewikkelde filmstunts. De ‘gered-door-het-raam’ scene is kenmerkend voor de precisie waarmee hij dergelijke stunts uitwerkte. Het is in het tijdperk van computertrucage goed om je als kijker te realiseren dat dergelijke stunts indertijd echt werden uitgevoerd en dat Keaton nooit een stand-in gebruikte. De gevel was op de set aan de onderzijde voorzien van een scharnier en zo stijf en zwaar uitgevoerd dat hij volkomen vlak zou vallen. De positie van Keaton en de plaats en afmeting van het reddende raam waren tot op de centimeter nauwkeurig uitgerekend. De opname moest ook in een keer goed zijn, anders kon de hoofdrolspeler afgevoerd worden naar het ziekenhuis, of erger.

Keaton was ook een voorloper in het toepassen van camera- en montagetrucs, maar zijn grote liefde lag toch bij de perfect ontworpen en uitgevoerde technische stunt. Het wemelt in de vele films die hij als regisseur en hoofdrolspeler maakte van klappende, draaiende, vallende, wippende en scharnierende constructies. Daarvoor is een goed ruimtelijk inzicht en een mechanisch vernuft noodzakelijk, maar vooral een ontwerpende geest. Daarom alleen al kan Buster Keaton de architect onder de filmmakers worden genoemd.
Een aantal van zijn films zijn ook wat betreft het onderwerp puur architectonisch. Het mooiste voorbeeld is wellicht de korte film One Week. Een pas getrouwd stel krijgt een zelfbouwhuis cadeau. Maar een rivaal van de bruidegom gooit de bouwinstructies in de war. Opgewekt begint het  bruidspaar  aan de montage. Dat gaat natuurlijk hopeloos mis en dat geeft Keaton de mogelijkheid een aantal technische slapstickstunts met het huis en zijn bouwers uit te halen, waaronder een vroege versie van het de klassieke gered-door-het-raam stunt.  Desondanks weet het bruidspaar de bouw te voltooien, zij het dat alles schots en scheef zit. Het is een deconstructivistische compositie waar Frank Gehry trots op zou zijn. De ellende is echter nog niet voorbij. Tijdens de housewarming begint het complete huis in een storm steeds sneller om zijn as te roteren. Het is een van Keatons meest bewonderenswaardige technische stunts. Om de tegenslag compleet te maken blijkt het huis ook nog eens op het verkeerde kavel te zijn gebouwd en moet het verplaatst worden naar de overkant van de spoorbaan. Slapstickkenners weten dan al genoeg. Het is duidelijk dat One Week op geen enkele voorlichtingsavond voor particuliere opdrachtgevers en zelfbouwers mag ontbreken.

In One Week snijdt Keaton maar liefst drie klassieke architectonische thema’s aan: het zelfbouwhuis, het roterende huis en het verplaatsbare huis. Zijn mechanische vernuft weet Keaton echter het meest uit te buiten in een vierde thema: het automatische huis.  De titel The Electric House spreekt wat dat betreft voor zich. Een bioloog krijgt per ongeluk een diploma als elektricien en wordt gevraagd een huis in te ‘elektrificeren’. Een scala aan automatiseringsmogelijkheden passeren vervolgens de revue, waaronder een roltrap, een automatische boekenkast, een elektrische afwasmachine, een bad op rails, een volautomatische pooltafel, en een geautomatiseerde eettafel met  zelfaanschuivende stoelen en een elektrische serveertrein.  Natuurlijk worden de draden verwisselt er gaat er van alles mis, maar als voorbeeld van een van alle gemakken voorzien elektrisch huis steekt het de villa van Jaques Tati's Mon Oncle gemakkelijk naar de kroon.

Elektriciteit is trouwens geen voorwaarde voor modern comfort. De film The Scarecrow begint met een lange scene waarin twee broers het zichzelf in hun plattelands eenkamerwoning uiterst gemakkelijk hebben gemaakt. Vrijwel elk meubelstuk kan worden getransformeerd tot een ander door middel van scharnier-, katrol- en hefboomconstructies en de maaltijd is inclusief de afwas volledig mechanisch geautomatiseerd.
Buster Keaton verdient postuum een prijs voor  ‘outstanding architectural design excellence’ en mag daarom op geen enkel architectuurfilmfestival ontbreken.