Recensie —

Mini Mall in de Hofbogen

Lotte Haagsma

Begin september opende de Mini Mall, iets tussen een klein winkelcentrum en een hedendaagse variant op de negentiende-eeuwse passage in, op een mooie stedelijke locatie, maar wel enigszins verstopt achter Hofplein en spoor. De Mini Mall is het eerste zichtbare resultaat van de herontwikkeling van het Hofpleinlijn-viaduct dat dwars door Rotterdam Noord loopt.

Door de komst van de Randstadrail is het viaduct in onbruik geraakt. Althans, het spoor en de stations, want onder de bogen van het viaduct, de Hofbogen genoemd, barst het nog altijd van de bedrijvigheid: van dansschool tot snackbar, architectenbureau, meubelmaker, zangvogeltjeshandelaar, oefenruimte voor bandjes, ateliers voor kunstenaars, fietsenmaker, drukkerij en taartenbakker. Een bijzonder prettig allegaartje.

Al jaren was bekend dat de Hofpleinlijn zou worden opgeheven. En al die jaren werd door architecten en andere liefhebbers gedroomd over, en getekend aan, een mooie toekomst voor het viaduct. Terugkerend idee was een langgerekt park, als een opgetilde groene wandelpromenade, naar voorbeeld van de Promenade Plantée in Parijs en de High Line in New York City. Nog steeds het meest ideale, maar voorlopig nog onhaalbare scenario. Niet alleen door het ontbreken van geld, maar ook van de nodige rechten en vergunningen. Omdat over het ‘dak’ van het viaduct tot voor kort treinen reden, heeft De Hofbogen nog geen beschikking over het gebruik ervan.

Het uitgestrekte spoorwegviaduct werd in 2006 aangekocht door Com.Wonen, PWS (nu samengevoegd in Havensteder) Stadswonen en Vestia (nu samengevoegd in Vestia), woningcorporaties met veel bezit in de stadswijken waar de lijn doorheen loopt. Zij wilden het viaduct met zijn karakteristieke bogen ontwikkelen tot een aantrekkelijk object en daarmee een positieve impuls aan de omgeving geven. Crimson werd ingehuurd om onderzoek te doen naar de historie en mogelijke toekomst van het viaduct. Net als eerder in Hoogvliet besloot Crimson het ook in Rotterdam Noord niet bij onderzoek en advies te laten, maar de handen vuil te maken in een langdurig en ingewikkeld ontwikkelingsproces. De Hofbogen BV werd opgericht en Crimson-lid Simone Rots werd directeur.

In een gesprek met Rots en architect Gabriel Raúl Peña vertellen zij dat de Mini Mall, behalve een charmant object op een bijzondere plek, ook een testcase is voor de verdere aanpak van de Hofbogen. Hier wordt uitgetest welke investeringen er nodig zijn en wordt uitgedokterd hoe technische problemen – die er onherroepelijk zijn bij een honderd jaar oud monument –  het beste kunnen worden opgelost. Zo heeft de ervaring geleerd dat de vloer maar beter niet al te rigoureus uitgegraven kan worden, in verband met vervuilde grondlagen. En dat het water soms op vreemde plaatsen uit een muur of pilaar stroomt. De bouwkosten kwamen uiteindelijk dan ook vele malen hoger uit dan begroot.

Aanvankelijk was het idee om de bogen aan de kop bij het Hofplein alleen provisorisch op te knappen en vervolgens tijdelijk in gebruik te geven aan culturele ondernemers. Maar toen bleek dat de constructie van het gebouw was verzwakt door het afbreken van het kopstation in de jaren tachtig, moest de boel meteen grondig worden aangepakt. Voor de eerste zeven bogen (gerekend vanaf het Hofplein) werd in 2008 onder architecten een pitch uitgeschreven voor een interieurontwerp.

Volgens het winnende team PEÑA architecture en AFARAI was een interieurontwerp alleen niet voldoende om de plek succesvol te exploiteren. Daarom presenteerden zij een concept voor een mini shopping mall. Rond een open binnenruimte schaarden zij verhuurbare ruimtes van verschillende grootte, voor verschillend gebruik (zowel horeca als retail). Het idee was om een publieke ruimte te maken in het midden van de diepe bogen. De ondernemers kunnen gebruik maken van deze ruimte door haar gedeeltelijk in beslag te nemen als een soort etalage, maar er kunnen ook activiteiten geprogrammeerd worden. De publieke binnenruimte opent tegelijk met de winkels haar deuren. Het concept van de Mini Mall vraagt van de ondernemers dat ze niet alleen voor hun eigen pandje zorgen, maar zich ook verantwoordelijk voelen voor het geheel. Daarom richt Hofbogen nu ook een winkeliersvereniging op.
Het zeer doordachte en uitgewerkte concept van de architecten (zij bedachten zelfs het logo van de Mini Mall) en de nadrukkelijke sturing door Hofbogen BV zorgen ervoor dat het project er nu krachtig staat, maar maken het tegelijkertijd kwetsbaar. Het blijft spannend hoe de Mini Mall gaat functioneren nu de ondernemers zich moeten bewijzen. Zullen nieuwe ondernemers gemakkelijk in kunnen stappen als pioniers het niet redden? En hoe duurzaam is het concept bij veranderend gebruik? De toekomst zal het uitwijzen…

Binnenkort wordt het dak van het voormalige Hofpleinstation afgewerkt tot evenementendak met plaats voor 1500 bezoekers. De afgelopen jaren kon een aantal keer worden ervaren wat een fantastische plek dat is. Zoals in 2007 tijdens Motel Mozaïque, toen Observatorium er een bouwwerk op plaatste, vanwaar je kon uitkijken over de stad en waarop je kon rondhangen, slapen en luisteren naar concerten. En in 2010 toen Conny Jansen Danst er speciaal voor de locatie een dansstuk ontwikkelde, met vooraf mogelijkheid tot het nuttigen van een maaltijd op het oude perron.
Met de ingebruikname van het dak start de tweede fase van de ontwikkeling van de Hofbogen. De overgebleven bogen naast de Mini Mall, waar nu nog kunstenaarsinitiatief Cucosa zijn ateliers kraakt, zijn nu aan de beurt voor renovatie en ontwikkeling. Over een bestemming wordt nog nagedacht. Verder zal er een tender worden uitgeschreven voor het voormalige Bergwegstation, waar een brasserie gecombineerd met een publieke functie moet komen.

En dan liggen er nog wat klusjes die de hele lengte van het viaduct aangaan. Hofbogen heeft namelijk een subsidie gekregen voor het restaureren van de schil, ofwel de gevels, van het viaduct. Dit als gevolg van de monumentenstatus die het in 2002 kreeg. En het lekt, het dak moet nodig gerepareerd. Maar om dat op te lossen moet eerst duidelijk zijn wie daar verantwoordelijk voor is. Kortom, er is nog een lange weg te gaan. Daarmee biedt het langste gebouw (1,9 km) van Rotterdam ook de mogelijkheid om een vorm van slow architecture te ontwikkelen, als tegenhanger van de bouwhaast die de afgelopen decennia kenmerkte.