Feature —

’Take-away’ landschap voor de hedendaagse stedeling

Claire Oude Aarninkhof en Minke Mulder

Voedsel is overal: in de supermarkt en op je bord, en steeds vaker verschijnt het als onderwerp in de ruimtelijke ordening, kunst of wijkverbetering. De afgelopen jaren neemt stadslandbouw een ware vlucht. Velen vinden het telen en visueel maken van voedselproductie in de directe leefomgeving belangrijk. De door Stroom georganiseerde manifestatie DagHap in de Haagse wijk Erasmusveld, is hiervan een feestelijk voorbeeld. Voedselproductie als thema van tijdelijke initiatieven heeft een voet aan de grond in Nederland, maar hoe kunnen deze initiatieven een structurele plaats krijgen in de groene openbare ruimte?

Door initiatieven als ‘Farming the city’ (Amsterdam), ‘Foodprint’ (Den Haag) en recent de start van de Zuidermarkt in Amsterdam wordt stadslandbouw bij veel mensen onder de aandacht gebracht. Voedsel kan dienen als een metafoor voor het sluimerende ongenoegen dat mensen hebben over de wijze waarop de wereld op dit moment is georganiseerd: het onzorgvuldig omspringen met grondstoffen en globalisering die zorgt voor zowel connectie als verwijdering. Een reactie hierop is om lokaal te kijken hoe je zelf een duurzamer leven kan creëren. Immers, als iedereen zijn beste beentje voorzet, zal dit uiteindelijk leiden tot een duurzamere wereld, ook voor volgende generaties. Deze idealistische levenshouding past bij de individualisering, maar toont tegelijkertijd de behoefte naar kleinschaligheid en contact met gelijkgestemden. Het heeft haar weerslag in de Nederlandse steden; schooltuinen, nutstuinen, straatvergroening en buurtinitiatieven springen als paddenstoelen uit de grond.

Ook festival DagHap speelt in op deze trend. Aangekomen op het Erasmusveld, rijst als eerste de vraag: “wat is dit?!” Dwalend tussen omgebouwde containers, watertanks en een weitje met jonge stieren, wordt het voedselthema langzaam duidelijk. De Eetfabriek met voortuin, die Atelier Gras samen met De Stuurlui Stedenbouw ontwierp, tekent zich af tegen een blauwe lucht. Kratten vol verschillende soorten sla en kruiden op en om de fabrieksvormige-stellage-annex-keuken, geven het geheel een frisse aanblik. Wat helpt, is de gedekte tafel die er staat; hier kan ècht gegeten worden! Naast eten wordt onder andere ook bier uit slootwater en lokale honing verkocht. Het stedenbouwkundig plan voor het festivalterrein is van Refunc. Deze architecten/kunstenaars gebruiken alles wat ze maar kunnen vinden in een nieuwe context, dus worden wieken van een windmolen afgewisseld door containers en telefooncellen met bloeiende planten. Vers ingezaaid gras en een paar verdwaalde caravans voor de nachtbewaking van het terrein (prachtig verlicht met hergebruikte watertanks) maken de inrichting af.

Locatie van het festival is een braakliggend terrein waar de wijk Erasmusveld gebouwd zal worden. Erasmusveld wordt ontwikkeld tot de ‘meest duurzame wijk ter wereld’. Die ambitie klinkt duidelijk, maar wat betekent het precies? Duurzaam dient tegenwoordig vanzelfsprekend te zijn in planontwikkeling. Voor Erasmusveld is het begrip gedefinieerd als: het opwekken van eigen energie, het betrekken en herplaatsen van huidige sportvoorzieningen en volkstuinen, alle ruimte voor particulier opdrachtgeverschap en inspraak voor de inrichting van het gebied.
Hoe vindt voedselproductie hierin een plaats? Allereerst door het behouden en openbaar toegankelijk maken van de volkstuincomplexen in het gebied. Maar in de overige groene openbare ruimte is geen expliciete rol voor voedselproductie ingeruimd. Hier is nog winst te halen, één van de doelen van DagHap is dan ook om dit onder de aandacht te brengen.

De vertaling van kleine, tijdelijke initiatieven naar een visie voor het productiever inrichten van groene openbare ruimte en parken zou de volgende stap zijn. In dat geval is de eigenaar en beheerder van de grond, de gemeente, aan zet. Veel gemeenten stimuleren lokale initiatieven voor de aanleg van school- en nutstuinen en tijdelijk (productief) gebruik van braakliggende terreinen. Hoe komt het dan dat plekken voor productief groen nog niet structureel worden meegenomen in planvorming? Hier zijn verschillende redenen voor. Ten eerste speelt veiligheid een rol. Gemeenten zien het gevaar dat wanneer oogsten in de groenstrook wordt gestimuleerd, ook oneetbare en gevaarlijke bessen en bladeren bij mensen op het bord terecht komen. Uitleg aan bewoners en het niet planten van gevaarlijke sierplanten zijn dus nodig.

Vervolgens zijn budget en een verandering in denken over beheer cruciaal. Het onderhoud van productief groen vergt een ander regime. Voorbeeld, als niet alle appels geplukt zijn, zullen de rotte appels van de grond opgeruimd moeten worden. Educatie van omwonenden kan dit voorkomen en er wordt meer geoogst. Persoonlijk contact en dit soort onderhoud kosten natuurlijk wel extra geld. Echter, het biedt kansen om een andere, meer persoonlijke relatie te creëren tussen burgers en overheid.

Gemeenten houden het publieke belang op de lange termijn in de gaten. Dat uit zich in planontwikkeling op hoger schaalniveau en met een planhorizon van meer dan 10 jaar. Nu tijdelijke groene initiatieven meer en meer de ruimte krijgen, mede door de (bouw)crisis, is de vraag of juist deze initiatieven aanknopingspunt kunnen vormen voor het reserveren van productieve ruimte in de stad. Het reserveren van ruimte voor dergelijke initiatieven/plannen kan een structurele verandering in planontwikkeling teweeg brengen. Gemeenten kunnen zo een deel van de voedselproductie in de stad waarborgen en ruimte bieden aan mensen die dit willen doen, gecombineerd met een nuttige invulling voor braakliggende terreinen in de stad. Als de gemeente dit specifieke beheer niet ziet zitten, kan altijd op zoek worden gegaan naar een exploitant of zorgboerderij die het op zich wil nemen. Dergelijke instellingen hoeven immers niet alleen in de stadrand actief te zijn.

De (toekomstige) wijk Erasmusveld heeft met manifestatie DagHap een mooie illustratie gegeven van nieuwe planontwikkeling. Goed zou zijn als er in de wijk plek blijft voor tijdelijke groene initiatieven. Dit hoeft niet steeds dezelfde plek te zijn, zolang de productie an sich maar gewaarborgd wordt. Wisseling van beplanting en seizoen is immers karakteristiek voor gewassenteelt.
Noodzakelijk is het groeien van het besef dat vrijliggende- en vrijkomende kavels één of meerdere tijdelijke invullingen kunnen krijgen, voordat de definitieve bestemming voor de plek gerealiseerd wordt. Zie het als een roulerende ruimtereservering, een tijdelijk eetbaar landschap dat van locatie en verschijningsvorm verandert. Een ‘take-away’ landschap voor iedereen, wat de potentie heeft een structurele verankering voor groene productieve ruimte te garanderen.