Feature —

Combineer verdichting met herstel stadsstructuur

Lotte Zaaijer

Steden willen verdichten en zoeken de oplossing in kleinschalige stedenbouw. In de studie ‘Klein & Fijn’ onderzocht Studio Hartzema hoe Rotterdam vanuit de kleine korrel flink verdicht kan worden. Met hun strategie slaan zij twee vliegen in één klap: hiermee verdichten zij niet alleen de stad maar herstellen tegelijkertijd de structuur. Op 12 oktober presenteerde Henk Hartzema de studie tijdens de bijeenkomst ‘Stedenbouw per kavel’, georganiseerd door AIR.

‘Forse bevolkingsgroei in Randstad tot 2025’ kopte het Planbureau voor de Leefomgeving op 12 oktober. De bevolking zal de komende jaren doorgroeien waardoor ook de vraag naar woningen toeneemt. Grote steden als Amsterdam, Den Haag en Rotterdam geven in hun structuurvisie aan te willen verdichten in de binnenstad, om niet alleen te voorzien in de woningbehoefte, maar ook hun ‘stedelijke kwaliteiten te versterken’. Amsterdam antwoordt hierop met hoogbouw langs infrastructurele knooppunten en een kaart met zelfbouwkavels, ook Den Haag kiest voor hoogbouw en wil inzetten op de 130 hectare vrijwel onbenut binnenstedelijk gebied in de Binckhorst. Het ‘waar en hoe’ is in Rotterdam nog niet helemaal duidelijk. Hoogbouw is een effectief stedenbouwkundig instrument, maar sinds de crisis lijkt dit niet de meest realistische strategie voor verdichting. Steden en stedenbouwers, zoals Studio Hartzema, kiezen daarom voor alternatieve strategieën met behapbare mootjes als uitgangspunt. Vele kleine stappen maken een grote stap.

Fascinatie voor de straat
Om te beginnen wil Hartzema twee illusies uit de weg ruimen. De eerste: de stad is dynamisch. Niet waar, meent Hartzema. Bewoners zoeken juist plekken in de stad die niet veranderen en rustige wereldjes op zichzelf zijn. Hij noemt de Graaf Florisstraat en de Oude Binnenweg in Rotterdam als voorbeelden. Nog een andere illusie: de oorlog en het bombardement zijn de schuld van van alles en nog wat. Ook niet waar. De naoorlogse stad heeft goede stedenbouw opgeleverd, met zorgvuldig ontworpen straatprofielen met daarlangs de gebouwen gepositioneerd. De plint vormt daarbij de scheiding tussen stedenbouw (straat) en architectuur (gebouw) en resulteert in straten die ruimte bieden voor het publieke leven.

Hartzema’s fascinatie voor de straat is groot. Aan de hand van foto’s en doorsneden laat hij zien dat de Rotterdamse architectuur zich tegenwoordig geen raad meer weet met de straat en noemt dit ‘de architectuur van de onthechting’. Hartzema stoort zich mateloos aan gebouwen die over de straat hangen, zich een stuk stoep toe-eigenen of de straat mee naar binnen nemen. De architectuur moet weer ingekaderd worden en de rooilijn in de hoogte volgen, zodat de straat weer tot zijn recht komt als democratische openbare ruimte. In een reeks plattegronden neemt Hartzema ons vervolgens mee in de gelaagde morfologie van Rotterdam. Hij laat breuklijnen zien die voortkomen uit de stadsvernieuwing, brandgrens, zeewering, wegen en het water. De gebieden tussen de breuklijnen vormen eilandjes binnen de stad. Daar waar breuklijnen over elkaar liggen is de structuur vaak flink aangetast en niet eenvoudig te herstellen.

Herstel van de stadsstructuur
In opdracht van de afdeling Stadsontwikkeling van de gemeente Rotterdam ontwikkelde Hartzema een strategie voor verdichting én structuurherstel in Rotterdam. In een kaart wees hij 442 kleine projecten op lege en reeds bebouwde kavels aan (in totaal 1,9 miljoen m2 extra woonruimte). Per kavel  verschillen de opgaven van gaten opvullen, transformatie, optoppen tot sloop-nieuwbouw. Ze liggen op plekken waar de stadsstructuur flink is aangetast en dus veelal op de breuklijnen. Bovendien zijn de locaties zodanig gekozen dat de ingrepen ook de secundaire infrastructuur kunnen verbeteren, zodat meer sluiproutes met de fiets ontstaan.

Uit die grote bulk kleine projecten wees Hartzema samen met de gemeente 34 kanshebbers (85.000 m2 extra ruimte) aan om mogelijk in de markt te zetten. Vier Rotterdamse architectenbureaus werden vervolgens uitgenodigd om plannen te maken voor acht bouwkavels. De kaders bestaan uit een vaste rooilijn en bouwhoogte, het programma is vrij. Tijdens de AIR-bijeenkomst presenteerden onder anderen Powerhouse Company en Atelier Kempe Thill hun plannen. Het is de vraag of met deze voorstellen, die weliswaar binnen de kaders ontworpen zijn, maar geheel losgekoppeld van hun context leken, de potentie van de plekken voldoende tot uiting komt en de structuur van de stad daadwerkelijk hersteld wordt, zoals Hartzema voor ogen heeft. Of is deze scheiding tussen stedenbouw en architectuur, zoals we die van de naoorlogse stedenbouw kennen, precies de bedoeling?

Helder kader voor verdichting
De kracht van Hartzema's strategie is dat het de verdichtingsopgave combineert met het herstel van de stadsstructuur. De strategie biedt een helder kader die de regie van de stedenbouw (rooilijn en hoogte) stevig in de hand houdt. Op het schaalniveau van de kavel is ruimte voor het spontane, het initiatief van onderop. De strategie voorkomt dat spontane groei wildgroei wordt. Het is daarbij puur op de fysieke stadsstructuur gericht en niet zozeer op de lokale behoeften van gebruikers of belanghebbenden, zoals bijvoorbeeld in de Spontane Stad van Gert Urhahn. De strategie zou uitstekend als gemeentelijk kader voor verdichting kunnen werken.

Arjan Knoester (gemeente Rotterdam) stelde (tevreden) vast dat het initiatief niet meer alleen bij de gemeente ligt, maar steeds meer bij ontwerpers en de markt. Met zijn initiatief heeft Hartzema laten zien hoe de stedenbouwer deze rol als initiatiefnemer kan vervullen. Het is nu aan de gemeente om dit op te pakken en door te voeren. Knoester was enthousiast over het initiatief ‘Klein & Fijn’, maar liet verder weinig meer los dan dat hij kansrijke plannen wil steunen en zorgt voor versnelde procedures binnen de organisatie. Gaat hij hier werkelijk werk van maken? Hoe denkt de gemeente de invulling van de projecten te stimuleren? Gemeente Amsterdam presenteerde onlangs haar nieuwe kaart met zelfbouwkavels, die collectieve en individuele zelfbouw in de stad stimuleert. Echter, de kavels zijn schijnbaar willekeurig over de kaart verdeeld. Door in Rotterdam werk te maken van Hartzema's strategie om de stad te verdichten en tegelijkertijd de stadsstructuur te herstellen, zou ‘Klein & Fijn’ de Amsterdamse kavelkaart met gemak kunnen overtreffen. En zo’n kans laat je als stad toch niet schieten?