Recensie —

Raad van State en de poëtica van het bestaande

Leo Oorschot

Achter de monumentale gevels van het Lange Voorhout en de Kneuterdijk transformeerde de afgelopen jaren bijna geruisloos het allegaartje aan gebouwen van de Raad van State tot een universum waar verfijning en voornaamheid een nieuwe betekenis kregen. Aan een lange traditie waarbij de aanscherping tussen ‘oud’ (het domein van Monumentenzorg en historische freaks) en ‘nieuw’ (hippe eigentijdse architecten) centraal stond kwam een einde. Merkx+Girod gaven niet alleen vorm aan de bebouwing maar vooral aan het denken over transformatieprocessen van oude gebouwen en stedelijke weefsels naar nieuwe bestemmingen.

Niet zomaar viel na de competitie de keus op Merkx+Girod architecten, immers bij de restauratie van het Concertgebouw en de Trêveszaal hadden de architecten van dit bureau al laten zien dat oude monumentale panden en interieurs smaakvol zijn te restaureren en vorm te geven en geschikt te maken voor een nieuwe functie. Niet volgens het principe contrast: er is iets ouds waar monumentenzorg over gaat en de architect doet er een nieuw kunstje naast. Nee, men doet het volgens het principe: er is iets ouds dat onderzocht wordt op zijn intrinsieke kwaliteiten en de architecten gebruiken deze kwaliteiten bij de ontwikkeling van het nieuwe plan, de mindere kwaliteiten worden min of meer gecorrigeerd. Dat leverde een nieuw onderkomen op voor de Raad van State met allure, een renovatie die volledig ontdaan is van het schreeuwerige nieuwe en de sfeer ademt van het onlangs door het Haagse Ingenieursbureau sjiek gerestaureerde openbare ruimte van het Lange Voorhout.

Het gaat hier niet zomaar om een allegaartje van willekeurige gebouwen. Er staan een aantal juweeltjes uit de architectuurhistorie tussen, gebouwen waar zich heel wat afspeelde in het verleden. Het oudste van allemaal is natuurlijk de Raad van State zelf, deze adviesraad werd in 1531 opgericht door keizer Karel de Vijfde, daarmee is het de oudste staatsinstelling van Nederland. Het Huis van Oldenbarnevelt op de Kneuterdijk 22 bouwde men vanaf 1611 naar een ontwerp van de architect Hendrick de Keyser. Hij bracht daarmee de nieuwe mode, om voorname woonhuizen dwars te plaatsen, uit de Zuidelijke Nederlanden naar Den Haag. Na de onthoofding van Van Oldenbarnevelt in 1619 streek drie jaar later het Hof van Bohemen neer in dit en het naburige huis. Een tweede meesterwerk is 'het witte paleisje' aan de Kneuterdijk 20 dat door de Frans Haagse architect Daniël Marot werd ontworpen voor de familie van Wassenaar-Obdam en vanaf 1717 werd gebouwd. Marot was ook al de architect van de Trêveszaal in 1698. Het paleis dat in de hoek ligt van de Keuterdijk en het Voorhout verknoopt verschillende stedelijke ruimten en interieurs op een ingenieuze manier aan elkaar. De Oranjes kochten het paleis en lieten er tussen 1816 en 1817 een prachtige neoclassicistische balzaal aan bouwen. Willem I schonk het paleis aan zijn zoon Willem II, die er woonde met zijn vrouw Anna Paulowna. Het paleis werd verbouwd en uitgebreid, in 1842 was de Gotische zaal gereed. Na Willem II en Anna raakte het gebouwencomplex in onbruik.

Na de tweede wereldoorlog betrok het Ministerie van Financiën het gebouwencomplex en toen die verhuisde naar een nieuw gebouw kwam de Raad van State er in. Tussen 1978 en 1983 liet men een deel van de oude bebouwing en paleizen slopen. De architect C. Wegner Sleeswijk kwam met zijn moderne ontwerp in aanvaring met monumentenzorg. Dat leidde tot een compromis, aan het Voorhout kwam iets 'ouds' en in de Parkstraat kon de architect zijn moderne droom realiseren. Het bouwwerk van Hendrick de Keyser werd ongeveer tien meter achter de gevel doorgezaagd en alles achter die lijn werd afgebroken voor de nieuwbouw. Het contrast tussen oud en nieuw was toen usance en een handige strategie voor een architect die zich wilde manifesteren. In de jaren negentig van de vorige eeuw werd er nog een rij woningen in de Parkstraat bijgekocht. In een van deze huizen woonde aan het einde van de negentiende eeuw Jhr. mr. Victor de Stuers de oprichter van Monumentenzorg.

Merkx+Girod architecten gaven dit merkwaardige gebouwencomplex een verrassende samenhang en eigen sfeer, deels door restauratie en deels door nieuwbouw, maar vooral door de aankleding van de interieurs. Het hele gebouwencomplex werd opgeruimd. De overdaad aan losse gebouwtjes en aanbouwtjes op het binnenterrein werd weggehaald en de infrastructuur binnen de gebouwen werd verbeterd. Oude behangmotieven, kleuren en decoraties vormden de inspiratiebron voor de afwerking van wanden en vloeren. Het gebouw is kleurrijk, maar alle kleuren zijn terughoudend, er zijn nauwelijks scherpe contrasten. Deze ton-sur-ton kleuren bepalen de sfeer door het hele gebouwencomplex en brengen rust en samenhang. Daarnaast zijn het vooral de speciaal ontworpen gordijnen, wandbespanningen en tapijten die het gebouwencomplex zijn eigen karakter geven. Een minpuntje is misschien wel het nieuwbouwgedeelte op het binnenterrein, daar werd een paar meter achter de gevel alles gesloopt om de nieuwbouw te realiseren. Wellicht was het beter geweest om de oude bouwstructuur van de huizen te gebruiken en de verbindingszone tussen de achtergevel van de Parkstraat-huizen en de nieuwbouw te leggen. De overdaad aan materialen bij de nieuwbouw doet onrustig en willekeurig aan. De vanzelfsprekendheid die aan de Kneuterdijk te vinden is lijkt bij de nieuwbouw ontglipt.

De Raad van State straalt uit wat het is. Een voornaam gebouw dat de oudste staatsinstelling van Nederland representeert, gelegen aan het Lange Voorhout nabij het episch centrum van de bestuurlijke macht.
Het belangrijkste is misschien wel dat de omgang met monumenten en oude stedelijke weefsels met dit gebouwencomplex een nieuwe wending kreeg en een mijlpaal is in de herwaardering van bestaande stedelijke structuren en bebouwing. Een Copernicaanse wending in Den Haag.