Opinie —

So you think you can practice architecture in China?

Matthias Pauwels

Op 27 oktober jongstleden presenteerde het NAi officieel haar Matchmaking-programma. Dit was niets te vroeg, want het initiatief is een excellent voorbeeld van de nieuwe koopmansgeest die Nederlandse culturele actoren vandaag broodnodig hebben voor het succesvol uitrijden van het economische zware weer.

NAi en VANKE ondertekenen overeenkomst. Foto: Xun Huang
NAi en VANKE ondertekenen overeenkomst. Foto: Xun Huang

Het zal je maar gebeuren als Nederlands staatssecretaris van kunst en cultuur. In eigen land word je uitgespuugd en verguisd door de culturele sector en stuit je voortdurend op weerstand in het stimuleren van een meer marktgerichte mentaliteit onder culturele actoren. En dan stoot je tijdens een handelsmissie in China per toeval op een groep Nederlandse architecten, bezig met het ondertekenen van contracten met China’s grootste projectontwikkelaar voor het ontwerpen van een project van 26.000 wooneenheden! Staatssecretaris Zijlstra kon het niet zo mooi gedroomd hebben.

De deal in kwestie is het eerste schot in de roos van het recent gelanceerde Matchmaking-programma van het Nederlands Architectuurinstituut. Het NAi treedt op als koppelaar bij het opzetten van bouwprojecten in een aantal toekomstige economische succeslanden zoals China, India en Brazilië. Het idee is om Nederlandse en lokale architecten te laten samenwerken rond grootschalige, urgente architecturale en stedenbouwkundige opgaven.

Het koppelaardijprogramma van het NAi is ongetwijfeld op weg om uit te groeien tot één van de best practices van het nieuwe Nederlandse cultuurbeleid. Het wijst niet alleen architecten maar ook andere culturele actoren de juiste weg: niet langer zeuren en bij de pakken neerzitten, maar een vlucht vooruit nemen en in eigen land, maar vooral in opkomende markten, economische kansen opzoeken en uitbuiten. Het NAi vervult hier een voorhoederol en mag daar best meer mee uitpakken. Dus, tip voor de public relations sectie van het NAi: de volgende keer Zijlstra vroeger bij het project betrekken! Dat de telefoon van het NAi roodgloeiend stond na het mediaevent met Zijlstra, door architecten die massaal belangstelling toonden voor het project, bewijst verder de onverstoorde koopmansgeest van de Nederlandse architectenpopulatie, een toonbeeld voor andere culturele actoren in Nederland.

Het bovengenoemde project in Beijing past binnen het Chinese overheidsprogramma om de komende dertig jaar zo’n 180 miljard dollar te investeren in de productie van zestig miljoen goedkope wooneenheden (zo’n twintig procent van het huidige bestand). Deze eenheden worden gebouwd en beheerd door projectontwikkelaars, maar de overheid neemt veertig procent van de kosten voor eigen rekening. Het programma moet vooral het chronische tekort aan starterswoningen verhelpen. Met name jonge, hoogopgeleide jongeren moeten door het tekort lang bij hun ouders inwonen, met allerlei nefaste gevolgen van dien, zoals het vinden van een partner.

De wereldwijde reputatie van Nederland op het vlak van sociale huisvesting bleek goud waard toen de grootste projectontwikkelaar van China (VANKE) een delegatie naar Nederland stuurde om sociale woonprojecten te komen bekijken en architecten in te huren. Het NAi speelde hierbij een sleutelrol als gastheer en koppelaar. De missie leidde uiteindelijk tot het binnenrijven van een opdracht voor het ontwerpen van een gemengd project met goedkope wooneenheden en commerciële voorzieningen, op een nauwe strip tussen een drukke weg en een reeks van gated communities in het noorden van Beijing. Hiervoor werden vijf Nederlandse architecten en vijf plaatselijke architecten geselecteerd, die samen in amper vier dagen een masterplan in elkaar boksten. Vervolgens kreeg elk bureau door middel van een loterij een bouwblok toegewezen om te ontwerpen. Het masterplan bestaat uit tien compacte bouwblokken, met appartementen van 14 tot 21 vierkante meter (26,000 in totaal) dicht aan elkaar geschakeld rond een voetgangersroute met verschillende publieke ruimten. In de huidige fase is het conceptuele ontwerp van alle bouwblokken klaar en zit het project in de rechte lijn naar realisatie.

Het programma is dus goed op dreef. Het NAi probeert momenteel ook een gelijksoortig project op te zetten in India. Directeur Ole Bouman zit hiervoor binnenkort aan tafel met het Indiase miljardenbedrijf TATA (bekend van hun auto’s, maar nu ook bezig met plannen voor goedkope woningen). Ondertussen is het vooral zaak de geesten en harten in India te veroveren door middel van debatten en diplomatieke missies.

Niettemin kent het koppelaardijprogramma ook wat kinderziekten. Waarom bijvoorbeeld die enge focus op ‘dringende sociale architecturale en stedelijke opgaven’? Waarom niet meteen ook commerciële gebouwen, overheidsgebouwen en dergelijke meenemen in het program? Deze zelfbeperking wordt ongetwijfeld gedreven door de reflex van het NAi om haar traditioneel kritische, sociale en politiek-correcte imago te behouden. Het moet echter oppassen hiermee het economisch potentieel van het programma niet al te sterk in te perken en zo zichzelf uit de markt te werken. Het is voor het NAi uit strategisch oogpunt weliswaar noodzakelijk om haar kritische imago te onderhouden als onderscheidend kenmerk op de wereldmarkt. Het komt er echter op aan om de juiste verhouding te vinden tussen ideologische flexibiliteit en ideologisch opportunisme.
 
Maar ook op een ander vlak kan het programma nog verbeterd worden. Een belangrijke verwezenlijking van het programma is zonder twijfel het faciliteren van de mentale omslag die Nederlandse architecten moeten maken als zij succesvol willen zijn in landen als China. Hierbij moeten een aantal typisch Nederlandse ideeën aan de kant geschoven worden. Als deel van haar koppelaardijproject zou het NAi hiertoe nog gerichter een crash course kunnen aanbieden om Nederlandse architecten klaar te stomen om, zonder al te veel gewetenskwesties, efficiënt te kunnen draaien in dergelijke boomende landen.

Tijdens de presentatie in het NAi kwamen alvast de volgende aanbevelingen naar voren uit de getuigenissen van de betrokken Nederlandse architecten:

In China is de markt of het financiële allesbepalend.
De minimale oppervlakte van de wooneenheden van het Beijing-project, bijvoorbeeld, werd door ontwikkelaar VANKE gerechtvaardigd in termen van het motiveren van haar klanten om, zodra ze de financiële slagkracht hebben, te verkassen naar een nieuwe, grotere VANKE woning.

Niet verder denken dan het perceel waarop je bouwt.
Eén van deelnemers vertelde hoe zijn uitgekiende argument om ook de invulling van de omliggende percelen te veranderen, door de projectontwikkelaar vakkundig ter zijde geschoven werd met de woorden: ‘heel juist, maar het perceel dat je ter jouw beschikking hebt biedt toch ook veel mogelijkheden?’

Niet mengen van verschillende bevolkingsgroepen in grootschalige woonprojecten.
Het argument van leefbaarheid of duurzaamheid op lange termijn gaat hier niet op. Binnen de overheersende marktvisie gaat men ervan uit dat als starters hun minimale woning ontgroeien (door huwelijk of kinderen) zij wooncarrière moeten maken en verhuizen naar een ruimere woonstee (idealiter van dezelfde ontwikkelaar).

Duurzaamheid van de gebouwde omgeving niet op al te fundamenteel vlak doordenken.
De levensduur van gebouwen in China is in principe onzeker, maar is in feite gekoppeld aan de sterk stijgende marktwaarde van het perceel waarop het gebouwd is, waardoor nieuwbouw naar schatting niet langer dan vijftien tot twintig jaar zal bestaan.

Niet inmengen in structurele problemen c.q. overheidskwesties.
Het feit bijvoorbeeld dat je een vergunning nodig hebt om een huis te kopen, houd je best buiten je werkzaamheden als architect.

Niet teveel discussiëren over mogelijke opties maar gewoon doen.
In China is er geen tijd om de beste optie uit te redeneren, men beslist zo snel mogelijk op één ontwerp, bouwt het en als het niet werkt, dan wordt het afgebroken en probeert men iets anders.

Je neerleggen bij de hiërarchische manier van werken.
Zo selecteerde in het Bejing-project een of andere directeur tijdens de lunchpauze unilateraal twee concepten voor het masterplan, waarover de groep dan zonder al teveel discussie diende te stemmen.

Een dikke huid ontwikkelen.
In China is het een deugd om ontwerpen/gebouwen te kopiëren.

Leren ontwerpen in korte tijdstermijnen zonder enige specifieke informatie over programma of contact met de cliënt.

Aanvaarden van de rol van misverstanden in het proces.
Het masterplan van het Beijing-project was blijkbaar het resultaat van de verkeerde interpretatie van de projectontwikkelaar die een groenstrook ter compensatie voor bebouwing las als evenzeer bebouwing.

Niet proberen om vooraf een strategie te bepalen.
Een bescheiden en pragmatisch opstelling is cruciaal. Dit betekent niet dat je alle idealen moet laten varen. Het gaat erom een grote agenda te hebben maar deze stap voor stap uit te voeren.

China biedt Nederlandse architecten dus niet zomaar een uitweg voor de crisis in eigen land. Zij moeten zich aanpassen aan het Chinese model en een aantal Nederlandse ideeën, normen en waarden laten varen. Dit kan uiteraard gezien worden als een verlies, want wat is dan immers nog de specifieke meerwaarde die de Nederlandse architectuurexpertise er kan bieden? Maar, zoals één van de deelnemers terecht opmerkte, Chinese opdrachtgevers huren Nederlandse architecten niet in de eerste plaats in voor de architectuur zelf, maar als statussymbool. Uiteindelijk gaat het dus vooral om snel en efficiënt zaken doen en bouwen. De interculturele ervaring is in de eerste plaats instrumenteel voor het maximaliseren van deze efficiëntie, met de bonus van een verrijkende ervaring.