Recensie —

Tomás Saraceno in Berlijn

Andrea Prins

In de voormalige ontvangsthal van het enige nog bestaande maar tot museum omgebouwde kopstation in Berlijn, de Hamburger Bahnhof, is sinds september een tentoonstelling te zien met de inspirerende objecten van de in Argentinië geboren kunstenaar Tomás Saraceno. Hier wordt ruimte geschapen en verbeeld, bespeurd en geleefd.

Een wereld van stoom, roet en krijsende remmen is veranderd in een rustige hal. Dit is tentoonstellingsarchitectuur op zijn best. Witte wanden en plafonds contrasteren met de licht gebogen, stalen draagconstructie. Sober licht komt uit de deels matglazen boven- en zijlichten. Deze terughoudende ruimte, gerestaureerd naar een ontwerp van Josef Paul Kleihues, vormt de achtergrond voor geheel andere werelden: de Cloud Cities van Tomás Saraceno.

Biosferen noemt hij zijn ballonachtige ontwerpen. Deze biosferen, letterlijk vertaalt ‘ruimten mét leven’, verbeelden een universeel en actueel onderwerp: het speurwerk naar de condities die leven mogelijk maken. Als kunstenaar is Tomás Saraceno bezig met thema’s rond de betekenis van territorium, grens en verandering in de huidige urbane samenleving. Zijn verbeelding gaat, geheel overeenkomstig het begrip ‘biosfeer’, verder dan het bedenken van op de vaste aarde gegrondveste ruimten. Saraceno ontwikkelt architectonische ruimtes als celachtige, zwevende steden. In zijn voorstelling kunnen deze stadsmodulen, net als wolken (clouds), van vorm veranderen, zich met elkaar verbinden en weer delen.

Net zo breed en rijk aan facetten als zijn onderwerp zijn de interesses van deze kunstenaar. Hij laat zich inspireren door andermans én eigen wetenschappelijk onderzoek naar onder andere de karakteristieken van spinnenwebben, de opbouw van wolken en de geometrie van zeepbellen. Legendarische architectuurfantasieën komen tot leven, zoals Buckminster Fullers concept voor Cloud Nine. Dit ontwerp, een vrij zwevende geodesic sphere met een diameter van meer dan anderhalf kilometer, biedt autonome levensruimte voor duizenden bewoners – een utopische, op basis van natuurkundige wetten ontwikkelde Siedlung.

Bij binnenkomst in de tentoonstelling, direct achter de kassa, biedt zich een wonderbaarlijk beeld. Gebruikmakend van de gehele hoogte van de hal, vanaf het verlaagde niveau van de voormalige rails tot aan de ruimte tussen de bogen van de constructie, hangen de twintig verschillende biosferen in de ruimte. De in grote variërende Siedlungen zijn degelijk met touwen in de grond en aan het plafond vastgemaakt, alsof ze anders op elk moment weg zouden zweven. Sommige sferen worden enkel door met water gevulde plastic ballonnen op hun plek gehouden, een subtiele verwijzing naar tijdelijkheid en verandering.

Enkele treden leiden, na het genieten van dit overzicht, naar de eigenlijke tentoonstellingsruimte waar men zich tussen, onder en zelfs in sommige van de sferen kan bewegen. Het ontdekken van de verschillende ‘soorten’ sferen en hun details is puur plezier. Ze zijn gemaakt van een stevig, doorzichtig plastic, een enkele keer voorzien van gekleurde segmenten. Tussen deze plastic bollen bevinden zich ook andere, uit gespannen netten geknoopte objecten, waarbij de biosfeer alleen in verbeelding van de bezoeker ontstaat. Enkele bollen zijn bewoont door planten. De speciale door Saraceno gekozen plantensoort heeft geen wortels en haalt de voor haar overleven noodzakelijke stoffen direct uit de lucht.

De beide grootste bollen zijn te betreden. Op een in het midden aangebrachte membraan experimenteren mensen met de ruimte. De tussenlaag is transparant en beweegt naar alle kanten, zodat het lopen snel veranderd in kruipen, rollen of liggen. Vanuit de onderkant gezien lijken hun bewegingen op een iets aarzelende en trage, maar erg poëtische balletvoorstelling.

Van binnenuit vervagen grenzen door het breken van het licht door de plastic membranen, de spiegelingen en de netten. Een extra dimensie ontstaat door het visueel overlappen van de netstructuur met de elegante boogconstructie van het voormalige station. In letterlijke en figuurlijke zin wordt hier de vraag naar begin en einde van ruimte gesteld. Elke verandering in perspectief biedt nieuwe mogelijkheden voor verbeelding en nieuwsgierigheid. En dit zou wel eens precies de intentie van de kunstenaar kunnen zijn.

Voor diegenen, die na deze belevenis met de ‘ruimten mét leven’ het thema ook theoretisch verder willen uitdiepen, liggen in de museumwinkel de Sphären I – III van Peter Sloterdijk. In deze trilogie met de titels Blasen, Globen en Schäume belicht hij de geschiedenis van de mensheid vanuit de vraag wáár en op welke manier mensen (samen)leven. De tentoonstelling van Tomás Saraceno alleen is al een reis naar Berlijn waard!