Feature —

Usual Suspects

Bart Witteman

Van sommige projecten krijg je het idee dat ze al eeuwen actueel zijn. Op 3 november ging het in het NAi over twee van die plannen. EVA Lanxmeer in Culemborg en Hammarby Sjöstad in Stockholm zijn twee totaal verschillende wijken, maar al sinds eind jaren negentig gelden ze als voorbeelden van duurzame stedenbouw in de praktijk. Inmiddels zijn de wijken voor een belangrijk deel af en kunnen ze ook op prestaties worden beoordeeld. Maar wat betekent het feit dat we nu plannen van twintig jaar geleden presenteren: dat écht duurzame stedenbouw tijd kost of dat er een gebrek is aan meer actuele voorbeelden?

Waarschijnlijk ligt de waarheid in het midden. De gasten op deze avond, Stellan Fryxell van het Zweedse Tengbom en Joachim Eble van het gelijknamige Duitse bureau, zijn veelgevraagde sprekers en adviseurs geworden dankzij hun betrokkenheid bij respectievelijk Hammarby Sjöstad en Lanxmeer. Aan de andere kant zijn we in Nederland de voorsprong in duurzaamheid die we ten tijde van de eerste plannen in Culemborg hadden hard aan het kwijtraken. Dat juist deze plannen nu naast elkaar werden gezet, was dan ook bedoeld als nieuwe inspiratie voor duurzame stedenbouw in 2011.
De eerste ideeën voor beide plannen dateren uit de vroege jaren negentig en liepen dus ver vooruit op Al Gore en de huidige groene hype. Anno 2011 zijn ze goeddeels gerealiseerd. En geliefd, niet alleen bij bewoners maar ook bij milieubewuste vakgenoten.

Behalve wat betreft periode en groene ambitie zijn de projecten totaal verschillend. Hammarby in Stockholm is een project dat startte vanuit een nationale ambitie. De locatie, een vervuild havengebied aan de rand van de binnenstad, was bedoeld als het Olympisch Dorp voor de Spelen van 2004. Stockholm zette daarbij (toen al) in op de ‘meest groene Spelen ooit’. Uiteindelijk gingen de Spelen naar Athene, maar de hoge doelstellingen op het gebied van duurzaamheid bleven overeind in een nieuw plan voor Hammarby. Een integraal ontwerp voor de wijk was de basis van de ontwikkeling. Daarin werden niet alleen, zeg, dichtheid en parkeernorm vastgelegd, maar ook de ambitieniveaus op het gebied van bijvoorbeeld energie en hergebruik. Veel van de doelen zijn door intensieve samenwerking tussen partijen inmiddels behaald. Het resultaat is een geliefde stadswijk, die hoog scoort op het gebied van zowel leefbaarheid als energiebesparing. Bijvoorbeeld doordat hoogwaardig openbaar vervoer al in het begin is aangelegd, wordt de lage parkeernorm geaccepteerd. Slimme koppelingen tussen bijvoorbeeld de afvalverbranding en het stadswarmte net zorgen dat de energie in de wijk volledig groen is.  En doordat de wijk al vanaf het begin een nationaal prestigeproject is zetten ook ontwikkelaars en architecten hun beste beentje voor.

EVA Lanxmeer in Culemborg daarentegen is het idee van een particulier. In eerste instantie was bouwen op de locatie volgens de gemeente onmogelijk. De plek ligt dan wel gunstig aan het station van Culemborg, maar is een waterwingebied met strenge milieubeperkingen. Halverwege de jaren negentig wist de stichting EVA de gemeente te overtuigen dat het gebied wél te ontwikkelen was door zeer hoge milieuambities te stellen. Met dat idee tekende Joachim Eble in overleg met bewoners, architecten en gemeente een flexibel plan dat zowel de milieudoelstellingen als woonwensen faciliteerde. Doordat veel van de deelnemers aan de planvorming uiteindelijk ook in de wijk kwamen te wonen kon de wijk daadwerkelijk worden bebouwd met bijzondere woningen en voorzieningen als woningen in hofjes, een gemeenschappelijke groentetuin en een veld voor experimentele ‘pionierwoningen’. De gerealiseerde bebouwing is zo energiezuinig, dat deelgebieden die tien jaar geleden zijn opgeleverd nog steeds voldoen aan de huidige verhoogde EPC-norm. De waterbalans van de wijk is nagenoeg neutraal en in de wijk wordt in de toekomst meer energie opgewekt dan er wordt verbruikt.

Voor de auteurs vormden de wijken belangrijke leerprocessen. Zowel Stellan Fryxell als Joachim Eble gebruiken de processen die ze voor Lanxmeer en Hammarby ontwikkelden inmiddels voor studies wereldwijd. De resultaten die in Culemborg en Stockholm met veel ambitie en overleg werden geboekt, gelden nu als inspiratie voor hoe je duurzame doelstellingen ook in de praktijk kunt realiseren.

Toch zijn er ook kanttekeningen te maken. Hammarby is een prachtige wijk, zonder straatvuil of graffiti en met blije bewoners van alle leeftijden. In de wijk komen echter geen sociale woningen voor: Stockholm is een gesegregeerde stad. Zouden de resultaten die nu zijn behaald ook kunnen worden bereikt in de arme buitenwijken van de stad, waar leefbaarheidproblemen zich opstapelen? En hoe kwetsbaar is de wijk in Culemborg als de huidige pioniers vertrekken en er minder geëngageerde bewoners naar de wijk komen, die bijvoorbeeld geen genoegen nemen met het boemeltreintje naar Utrecht dat nu de belangrijkste ontsluiting vormt?

Jammer genoeg bleef de discussie die van tevoren was beloofd uit. Hoe moet het nu verder met duurzame stedenbouw? Wat is de volgende stap? Hoe kunnen we, op basis van de lessen uit Lanxmeer en Stockholm aan de slag met de duurzame voorbeeldwijk van 2030? Veel van de randvoorwaarden zijn immers veranderd: groen is nu ‘hot’, het broeikaseffect een fait accompli, duurzame energie bijna betaalbaar. Dat moet toch leiden tot nieuwe technieken en inzichten?
Zoals terecht werd opgemerkt vormt duurzaamheid in nieuwe plannen een steeds grotere opgave. De vraag naar nieuwe groene oplossingen komt, in tegenstelling tot de vroege jaren negentig, allang niet meer alleen van gedreven individuen of een ambitieuze overheid.
Een visie van de oude meesters op de toekomst kwam helaas niet uit de verf doordat er weinig ruimte was voor vragen uit het publiek. In plaats daarvan bleef het bij een matte sessie met veilige constateringen: we moeten minder auto rijden, we leven op te grote voet, de olie raakt op. Dat moet voor het aanwezige publiek geen nieuws zijn geweest.