Feature —

Op zoek naar de Koningsas

Kees de Graaf

Op de as van Groningen naar Assen bevindt zich een infrastructuurbundel met drie onderdelen: trein, weg (A28) en water (Noord Willemskanaal); door geograaf Hans Elerie in 1996 betiteld als de Koningsas. Een gebied dat destijds dreigde te verrommelen en waarvan de kwaliteiten te weinig voor het voetlicht werden gebracht. Vijftien jaar later heeft gebiedsintendant Hans Venhuizen van de Regio Groningen Assen de opdracht gekregen daar verandering in te brengen.

Op 1 december presenteerde Hans Venhuizen zijn eerste bevindingen. Van tien uur ‘s ochtends tot tien uur ’s avonds. De liefhebbers konden zich een half etmaal onderdompelen in de gebied tussen Groningen en Assen, met een programma dat meerdere zintuigen streelde. Oren en ogen werden bediend met inhoudelijke bijdragen van Marinke Steenhuis (Urban Fabric) en vier multidisciplinaire ontwerpteams, die respectievelijk verleden en toekomst van het Koningas-gebied belichtten. Geograaf Rik Herngreen voegde daar een kritische beschouwing aan toe en sprak over het gevaar om een zelfbedacht concept over een gebied heen te leggen – ‘in godsnaam geen eindbeeldplanning’. Venhuizen zelf zette zijn plannen voor de komende twee jaar uiteen, met het culturele programma ‘Een zomer aan de Koningas’. Het moet zich voltrekken aan de boorden van het Noord Willemskanaal, een kanaal dat al lang in onbruik is geraakt bij de scheepvaart en waar kansen liggen voor meer levendigheid. ‘Deze slapende reus ligt er, klaar om wakker gekust te worden’, aldus Venhuizen.
De smaakpapillen werden door vakkundig geraakt met een lunch en diner dat grotendeels bestond uit streekproducten. En de geur en de tast dan? Die kwamen aan bod tijdens een wandeling in het gebied met filosoof/publicist Bram Esser. Hij heeft zich als bermtoerist enkele dagen en nachten in het gebied opgehouden, slapend bij bewoners die meedoen in het mondiale CouchSurfing-programma. Esser nam ons onder meer mee langs het monument van het meisje van Yde; op 16-jarige leeftijd gewurgd en in het veen begraven om daar eeuwen later goed geconserveerd uit te worden gevist. Het zal mogelijk toen net zo pregnant geroken hebben als de olie-gestookte warmtekanonnen in de voormalige Rijksluchtvaartschool van architect Pierre Cuypers, waar het middagprogramma plaatsvond. Net op tijd behouden voor de sloop en wachtend op een nieuwe bestemming (en adequate verwarming).

Keuning 2.0
Een complete ervaring dus, zo mag het Koningsassymposium gerust genoemd worden. De inhoudelijke winst van de dag zat hem in de eerste plaats in de historische analyse van Marinke Steenhuis. Zij liet zien hoe er in de jaren dertig van de vorige eeuw onder aanvoering van de Groningse sociaal geograaf en latere RUG-hoogleraar Hendrik Jacob Keuning, ook al indringend over de toekomst van dit gebied is nagedacht. Keuning maakte in opdracht van elf gemeenten (ook toen was er dus al een vrijwillig samenwerkingsverband Regio Groningen Assen) een conceptstreekplan Noord Drenthe. Een plan dat bij toeval door Steenhuis in de Groninger Archieven werd ontdekt en nooit de conceptstatus voorbij is gekomen. Ten onrechte, omdat het plan, in de traditie van de Duitse Landesplanung en Engelse countryplanning een uitgebreid onderzoek bevat naar de kwaliteiten van dit gebied bevat. Kwaliteiten die toentertijd onder de voet dreigden te worden gelopen door ontwikkelingen die ons anno 2011 nog net zo bekend voorkomen: oprukkende en ongebreidelde bebouwing in het buitengebied, veranderingen in de landbouw, enzovoorts. Keuning waarschuwde dat ‘het landschap het kapitaal is van Noord Drenthe’, een zinsnede die zo uit de ambities van de huidige Regio Groningen Assen zou kunnen komen. Bijzonder aan de werkwijze van Keuning en zijn onderzoekers was het vermogen om de identiteit van een gebied als een genre de vie – een levensstijl – te portretteren, met bijpassend vocabulaire. Het is een werkwijze die ook nu nog van pas kan komen, zeker in een gebied als de Koningsas dat volgens Hans Venhuizen op zoek is naar een eigen narratief. Steenhuis besloot met een oproep: wie maakt een Keuning 2.0 voor dit gebied? ‘In deze tijd waarin de groei-reflex niet meer werkt – een planologisch vacuüm dreigt te ontstaan – is het goed om het gedachtegoed van Keuning af te stoffen. Terug naar maatwerk en vakmanschap, gebruikmakend van de kennis die in dit gebied ruim voorhanden is. Daarmee kan de balans tussen economische duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit worden gevonden.’

Een zomer aan de Koningsas
Een zomer aan de Koningsas

Koningsasateliers
Op dat snijvlak van ruimtelijke kwaliteit, economie – ‘dit gebied moet ook gewoon gebruikt en geconsumeerd kunnen worden’, aldus een van de aanwezige – en de nieuwe planningsrealiteit, bevonden zich vier bijdragen van de Koningsasateliers. Op uitnodiging van Venhuizen hebben vier multidisciplinaire teams zich gebogen over vier locaties, die volgens Venhuizen exemplarisch zijn voor de kansen en mogelijkheden van het Koningsasgebied. Bureau Ritsema (Atelier Zames Energielandschappen) liet zien hoe een energielandschap nabij Vries vorm kan krijgen door gebruik te maken van de karakteristieken van de plek. Door bijvoorbeeld de waterkracht van het Noord Willemskanaal te gebruiken kan zowel duurzame energie worden gewonnen, als de ruimtelijke kwaliteit worden verbeterd.
ONIX (Atelier Kansrijk Koningsas) gaf bij monde van Haiko Meijer een ‘persoonlijke observatie’ op het vliegveld Eelde (officieel Groningen Airport Eelde). De landgoederenzone die langs het vliegveld loopt, kan doorgezet worden op het voorterrein van het vliegveld. Door boomaanplant en het toevoegen van bebouwing, uitkijktorens à la die van het Regionalpark RheinMain, worden de ‘langzame’ wereld van het landschap en de ‘snelle’ wereld van de infrastructuur beter verbonden. ‘Na een heerlijke wandeling op het landgoed loop je als vanzelf het vliegveld op, om daar in een goed restaurant naar de vliegtuigen te kijken. En omgekeerd kom je na de vliegreis aan in het landschap. Daarmee onderscheidt Eelde zich van andere luchthavens.’ Het is dit verschil in snelheden dat volgens stedenbouwkundige Enno Zuidema – momenteel werkend aan een herinrichtingsplan voor het vliegveld – een van de essenties van het Koningsasgebied vormt.
Van een heel ander karakter waren de twee andere Koningsateliers. MD Landschapsarchitecten (Atelier Sensorisch Landschap) presenteerde een aanpak waarmee van de A28 een ‘sensorische snelweg’ kan worden gemaakt. Door allerlei sensortechnieken in te zetten (bijvoorbeeld inductiesystemen in het asfalt om elektrische auto’s al rijdend mee op te laden) kan deze snelweg worden omgebouwd tot een plek waar van de landschappelijke kwaliteiten van de Koningsas kan worden genoten. Geen betonnen vangrails en felle verlichting meer, maar een weg die veel meer opgaat in het landschap.
Tenslotte gaf De Zwarte Hond (Koningsas Zuiver Landgoed) aan hoe de herinrichting van het rioolwaterzuiveringsterrein in Assen kan worden aangegrepen om de stedelijke kwaliteit op een hoger plan te krijgen. Niet door één grote tabula rasa-ingreep, maar door een opeenvolging van kleinere impulsen, waardoor het gebied langzaam maar zeker van kleur kan verschieten. Interessant als een nieuwe manier om in deze tijd naar gebiedsontwikkelingen te kijken.

Aan de bestuurders en planners van de Regio Groningen Assen is het nu de opgave om het retrospectief van Steenhuis en het toekomstbeeld van de vier ontwerpteams een plek te geven. Dirk Sijmons, voorzitter van het kwaliteitsteam van de regio, gaf aan dat hij een aantal bouwstenen heeft ontdekt waarmee de herijking van de Regiovisie gestalte kan krijgen. Die herijking is nodig omdat de wereld er anders uitziet dan vijf jaar geleden, toen de visie werd opgesteld. Harm Assies, wethouder van de gemeente Tynaarlo waar het grootste deel van de Koningsas zich in bevindt, kon dat beamen. ‘De voorstellen die we vandaag gehoord hebben bevatten genoeg ideeën om morgen mee aan de gang te gaan. Mijn voorstel: laten we klein beginnen, met impulsen waardoor mensen in het gebied gevoel krijgen waar de Koningsas voor staat.’