ArchiNed

De kritische, onafhankelijke website van de Lage Landen over architectuur en meer

Zoeken
Feature — 12.01.12

Schokkende beelden

Bart Witteman

De Bakema Foundation reikt ieder jaar een Fellowship uit voor onderzoek ‘dat een nieuw perspectief kan werpen op ontwerp, gebruik en perceptie van de gebouwde omgeving’. Op 15 december jongstleden presenteerde Elena Cabrera Vacas (de vijfde fellow) het resultaat van haar studie ‘Beni-YORK versus Marbella-BEACH’ naar de ontwikkeling van twee Spaanse badplaatsen.

Kun je in de stedenbouw wel spreken van ‘schokkende beelden’? In Nederland ken ik er in ieder geval nauwelijks voorbeelden van. Bij het verhaal over de gevolgen van gemeentelijke corruptie in Marbella, die voorbij kwamen bij de presentatie van ‘BeNI-YORK versus Marbella-BEACH’, viel mijn mond wel even open.

Elena Cabrera Vacas analyseerde twee bekende Spaanse badplaatsen, Benidorm en Marbella, en onderzocht de specifieke politieke en economische factoren die leidden tot twee totaal verschillende steden. Benidorm en Marbella zijn ook in Nederland bekend: de eerste als een overwinteringsoort voor Noord-Europese ‘snowbirds’, de tweede als een oord van overdreven pracht en praal voor sjeiks, voetballers en penoze. Stedenbouwkundig staat Benidorm daarnaast bekend als de hoogbouwhoofdstad van Spanje, met torens tot 200 meter hoog. De naam van Marbella is verbonden aan die van de corrupte ex-burgemeester Gil y Gil, die in 2006 werd veroordeeld voor ongekende vastgoedzwendel.

Wat de beide plaatsen gemeen hebben, is dat het tot ongeveer 1950 niet meer dan kleine kustplaatsjes waren. Ligging en klimaat bleken echter een perfecte troef om toeristen te trekken. De openstelling van Spanje voor toerisme door Franco leidde tot de opkomst van de Spaanse kust als zonnig alternatief voor de verregende stranden van Engeland en de Benelux. Aan de Costa’s vormde dat de aanleiding van een explosieve groei van hotels, pensions en appartementen. De manier waarop die sinds de jaren zestig in Benidorm en Marbella haar beslag vond, verschilt echter als dag en nacht. De aanleiding en gevolgen daarvan voor de stedenbouw en architectuur van deze plaatsen waren het onderwerp van studie in het onderzoek.

Cabrera Vacas beschouwt Benidorm als de stedelijke variant (BeNI-YORK) en Marbella als de suburbane (Marbella-BEACH). De gemeente Benidorm nam al vroeg het initiatief om een ‘Future Plan’ voor de kustlijn te ontwikkelen. Dat ging uit van stedelijke bouwblokken langs het strand. Al snel bleek dat echter niet te werken voor een bebouwing met pensions en hotels, zeker toen Engelse touroperators in de jaren zestig op zoek gingen naar goedkope accommodatie. Zo ontstond de hoogbouwtypologie waar de stad nu om bekend staat: compacte torens, met ruimte voor een zwembad en parkeren op de rest van het kavel. Later, toen de aanvankelijk vrije zone langs de straat werd ingevuld met winkeltjes en restaurants, groeide er toch een stedelijk beeld. Uiteindelijk ontstond het imago van de ‘wolkenkrabber-badplaats’ dat de inwoners tegenwoordig koesteren.

In Marbella vind je nauwelijks hoogbouw. Toerisme was hier oorspronkelijk gericht op exclusiviteit. Een ambitieuze visie op massatoerisme, zoals in Benidorm, werd nooit gemaakt. De achterstand op Benidorm werd echter ruimschoots ingehaald nadat in 1991 burgemeester Gil y Gil werd gekozen. Onder hem verzesvoudigde het bebouwd gebied van de gemeente Marbella. Het merendeel daarvan bestaat uit een sprawl van villa’s in resorts, maar er zijn ook maar liefst 15 golfbanen aangelegd. Deze enorme groei kon plaatsvinden doordat gemeente en ontwikkelaars een kliek vormde. De macht van de gemeente om zelf de bestemming van grond te bepalen werd misbruikt door zoveel mogelijk plekken als ‘bebouwbaar gebied’ te bestemmen. In ruil daarvoor ontving het gemeentebestuur een deel van de winst. Om zoveel mogelijk te verdienen kon overal worden gebouwd: landbouwgrond, natuurgebied maar ook plekken op bedrijventerreinen of locaties in de stad die waren voorzien als park.

De analyse van het ontstane stadsbeeld levert dus een schokkende kaart op. Het stratenpatroon ziet eruit als een uiteengerafelde trui, die nog met maar één draadje aan elkaar hangt. De stad bestaat namelijk uit een chaotische verzameling doodlopende wegen naar villaparkjes en golfterreinen. Doordat er geen overkoepelende visie was is de oude route langs de kust nu de enige oost-westverbinding. Daarop komen dus alle ontsluitingswegen uit, wat leidt tot een bizarre spaghetti op- en afritten langs de kustweg. Behalve ondoordacht is dat ook onhandig: een route door de stad van de ene naar de andere plek betekent altijd een omweg.

In 2006 werd de zwendel ontdekt en Gil-y-Gil veroordeeld. In de stedenbouw nemen gedane zaken echter geen keer. Marbella zat met een erfenis van 1000 illegaal verleende vergunningen. Er was nauwelijks een andere keus dan deze te legaliseren en de situatie te accepteren. Een pragmatische oplossing, die duidelijk maakt dat vastgoedfraude niet alleen een strafbaar feit is, maar ook een aantasting van leefkwaliteit: eenmaal gebouwd, is de stad niet meer opnieuw te plannen.

In de presentatie spreekt Cabrera Vacas duidelijk een voorkeur uit voor het ontwikkelingsmodel van Benidorm. Want hoewel het esthetisch misschien minder aanspreekt, levert het wel een badplaats op die de beschikbare grond relatief efficiënt gebruikt en ook buiten het ‘seizoen’ aantrekkelijk blijft. De plattegrond en het programma van de badplaats blijken aanpasbaar en geschikt voor verbreding van het aanbod. Of dat voor het monofunctionele en gesegregeerde Marbella ook geldt, valt nog te bezien. De presentatie ging echter niet verder in op de aanpasbaarheid of toekomstwaarde van deze bijzondere stedelijke condities.

Jammer was ook dat Cabrera Vacas de ‘shockfactor’ van haar analyse – zeker voor een Nederlands publiek – nauwelijks uitbuitte. Met zoveel ‘vuurkracht’ in de beelden hadden zowel de presentatie als de daaropvolgende discussie wel wat meer drama kunnen gebruiken. Benidorm en Marbella zijn hier bekende voorbeelden en ook in Nederland zijn corruptie en fraude in vastgoed een belangrijk thema. De avond bleef helaas veilig binnen de hekken van ruimtelijke analyse en beleving. Dat is voor een stichting die zich nadrukkelijk richt op de link tussen gebouwde omgeving en samenleving natuurlijk een gemiste kans.

Tags
  • stedenbouw
Info

Het onderzoek van Elena Cabrera Vacas voor de Bakema Fellowship verschijnt in het januarinummer van A10.

Samen met Sander Laheij vormt Cabrera Vacas het bureau AMMA architecten.

Jessica Bridger zal met haar onderzoek ‘Purchasing Power and Spatial Consequences: A 21st Century Mashup’ de zesde fellow zijn.

 

Print