Recensie —

Enschede in ontwikkeling tot ‘stad van nu’

Saskia Boom

“Als Twente een binnenstad heeft dan is het die van Enschede”, met dit trotse statement begint de afdeling Ontwerp van de gemeente Enschede de introductie op de tentoonstelling Bouwplaats Enschede, die nog tot en met 4 maart te zien is in het museum TwentseWelle. De expositie schetst een panorama van de stad, zoals deze er in 2025 uit kan zien en biedt op die manier een inzicht in de stedenbouwkundige plannen en projecten die op stapel staan.

Met Bouwplaats Enschede doet de gemeente een open oproep aan haar bewoners om mee te discussiëren over het huidige transformatieproces van de stad. Het panorama – opgebouwd uit een lange wand met panelen – toont negentien projecten waarvan een deel momenteel gerealiseerd wordt, een deel zich in planfase bevindt en een deel nog geen bestuurlijk-juridische status heeft en wellicht nooit gerealiseerd zal worden. De bezoeker wordt de vraag gesteld, “of deze projecten genoeg zullen zijn om Enschede op dezelfde kaart te zetten waar die andere succesvolle steden staan. De steden waar de mensen voor hun plezier naar toe trekken?”.

Deze laatste vraag verraadt in zekere mate de identiteitscrisis waar Enschede al enkele decennia mee worstelt. De stad die haar indrukwekkend snelle ontwikkeling te danken heeft aan de opkomst en bloei van de textielindustrie aan het begin van de 20e eeuw, maar die door de ondergang van diezelfde textielindustrie in de jaren 60 een economische ramp te verteren kreeg. Hoge verwachtingen ten aanzien van het aantrekken van nieuwe bedrijvigheid resulteerden in de massale sloop van de immense fabriekscomplexen. Toen echter de te verwachten nieuwe economische pijlers zich niet vestigden, bleef Enschede zitten met de erfenis van deze sloopwoede. Enorme gaten in het stedelijke weefsel markeerden een rigoureuze breuk met haar stedelijke identiteit. In de jaren 80 werden enkele grootschalige projecten gerealiseerd, waaronder het ziekenhuis, het politiebureau en enkele woningbouwcomplexen, waardoor een aantal gaten zijn opgevuld. De stad bleef echter worstelen met een onsamenhangende stedelijke structuur en een grootschalige verpaupering.

Het duurde tot eind jaren 90 voordat de gemeente over de financiële middelen bezat om plannen te ontwikkelen voor de vernieuwing van het centrum, waarvan de heraanleg van het H.J. Van Heekplein het sleutelstuk vormde. Met het masterplan van West 8 werd de brede Boulevard 1945 – in 1960 aangelegd als een Champs d’Élysées, maar feitelijk een stedenbouwkundige catastrofe – doorbroken en is het zuidelijke stadsdeel weer bij de binnenstad getrokken. Met deze grootschalige operatie trok Enschede haar stedenplanning naar een hoger niveau. Een ware katalysator voor de stedenbouwkundige ambities van de stad was echter de wederopbouw van de door de vuurwerkramp verwoestte wijk Roombeek. Het hoge architectuurniveau dat onder leiding van architect Pi de Bruijn werd geïntroduceerd, is vanaf die tijd maatstaf voor alle ontwikkelingen.

Het afgelopen decennium schoten ambitieuze bouwprojecten als paddenstoelen uit de grond, 2008 was het jaar van de grote opleveringen: Nieuw Roombeek met cultuurcluster Het Rozendaal van SeARCH, het Nationaal Muziekkwartier van Jan Hoogstad, de Scholingsboulevard, IJsbaan Twente en uitbreiding van de Grolsch Veste van IAA Architecten en niet te vergeten de Alphatoren van KOW Architecten, met meer dan honderd meter de hoogste toren van Oost-Nederland. Ook op cultuureconomisch vlak werden grote stappen gezet. De Cultuurmijl verbindt nu een brede diversiteit aan culturele instellingen, van de Oude Markt tot in Roombeek. Ton Schaap werd aangetrokken als stadsstedenbouwer, om de transformatie van Enschede tot 'Stad van Nu' – de nieuwe slagzin van Enschede – verder vorm te geven.

Hengelosestraat
Hengelosestraat

Onder zijn leiding staan nog enkele belangrijke sleutelprojecten op stapel, die uiteraard een belangrijk deel vormen van het panorama zoals op tentoonstelling gepresenteerd wordt. Een belangrijk project dat momenteel gerealiseerd wordt, is de verbreding van de Hengelosestraat. Deze 'boulevard' moet de visuele verbinding tussen de Universiteit Twente (UT) en het Business & Sciencepark versterken en zal de entree vormen aan de westzijde van de stad.
Het merendeel van de plannen concentreert zich echter in het zogenaamde binnensingelgebied. Rond Enschede ligt een brede verkeersas die tussen 1916 en 1929 werd aangelegd. De aanleg van deze grootschalige infrastructuur was voor die tijd een stedenbouwkundig unicum en bepaalt nog altijd de stedelijke structuur van de stad. Het merendeel van de textielfabrieken concentreerde zich binnen deze singel en het gebied biedt nog volop ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. Hierbij is het versterken van de samenhang in het stedelijke weefsel het uitgangspunt.

Een belangrijk lopend project is de aanleg van het Wilminkplein. Dit plein zal de entree vormen vanaf de stationszijde en vormt een derde stadsplein, naast het H.J. Van Heekplein en de Oude Markt. Buiten het reeds gerealiseerde Muziekkwartier wordt er momenteel gebouwd aan twee imposante complexen ontworpen door Dick van Gameren en Onix Architecten die de grootstedelijkheid van Enschede verder opvoeren. Daarnaast ligt er een ontwerp dat voorziet in een voetgangerstunnel onder het station en de aanleg van een groen plein aan de noordzijde om de verbinding tussen het noordelijke stadsdeel en het centrum te bevorderen. Een ander binnensingel-project dat nog in planfase is, is de ontwikkeling van het Janninkskwartier. Dit gebied rond de voormalige Janninkfabriek moet een plek worden waar ontmoeting en kennisuitwisseling tussen jonge en ondernemende mensen centraal staat. Verder wordt met de projecten Boddenkamp, Kop Boulevard, Spoorzone en Lipperkerkstraat gewerkt aan het herstellen van het gefragmenteerde stedelijke weefsel en het tegengaan van verpaupering van enkele specifieke gebieden.

Met deze brede waaier van plannen richt de Gemeente Enschede zich op het versterken van de aantrekkelijkheid en economische kracht van haar binnenstad. Er is echter ook aandacht voor de verbetering van het leefklimaat voor haar bewoners. Zo wordt de groenstructuur – een van Enschede’s belangrijkste kwaliteiten – verder ontwikkeld en liggen er plannen voor de introductie van water in de stad. Hiervoor zal de Roombeek aan de noordzijde van de stad verder worden doorgetrokken en ook wordt er door de afdeling Ontwerp gedacht aan het aanleggen van een Stadsbeek. Ook aan de zuidelijke stadsrand gebeurt het een en ander. Grote delen van het Woonlandschap Het Brunink zijn gerealiseerd en ook wordt recreatie in het buitengebied vergemakkelijkt, met de projecten Ronde Enschede en Stroinksbos.

Een ambitieus – maar eveneens fel bekritiseerd – project waaraan de gemeente al jaren werkt, is de ontwikkeling van ’t Vaneker. Voor dit fraaie landelijke gebied ten noorden van de stad liggen plannen klaar om er een woonlandschap te creëren, gericht op kapitaalkrachtigen. Door de huidige recessie verliep de kavelverkoop teleurstellend en het lijkt erop dat dit project is bevroren, gezien het niet op de tentoonstelling wordt gepresenteerd. De huidige sociaal-economische context biedt echter ook kansen. Binnen de afdeling Ontwerp is er aandacht ontstaan voor kleine initiatieven, die normaal geen aandacht zouden krijgen. Met het project Tussentijds zijn al verschillende kleinschalige projecten gerealiseerd, zoals tijdelijke speelterreinen, door de buurt ingerichte parkachtige ontmoetingsplekken en tussenoplossingen zoals een camping, strand, galerie en theehuis. Tussentijd onderstreept de daadkracht waarmee Enschede haar stedenbouwkundige problematiek aanpakt. Of de stad er in slaagt om zich te ontplooien tot een “succesvolle en plezierige” stad, zal de toekomst moeten uitwijzen, maar aan een gebrek aan professionaliteit, ambitie en enthousiasme zal het in ieder geval niet liggen.