Feature —

Inspirerende businesscases van ontwerpers in Pakhuis De Zwijger

Andrea Prins

Hoe maak je van een programma over gewijzigde subsidieregelingen een aantrekkelijke bijeenkomst? Met deze vraag worstelde naar eigen zeggen de initiatiefneemster van de middag, Janny Rodermond, directeur van het Stimuleringsfonds voor Architectuur (SfA). Gezien de opkomst in een bomvol Pakhuis de Zwijger is haar opzet geslaagd. Het programma bestaat uit twee delen: informatie over subsidiestelsel en cultuurbeleid, en de presentatie van vijf businesscases.

De middag begon met een uitleg over de nieuwe subsidieregelingen en de aandachtspunten bij het indienen van een aanvraag. Wat dit concreet voor architecten betekent, is al eerder op deze plaats toegelicht. Instellingen opgelet: de deadline voor de deelregeling Meerjarige Programma’s is al op 1 maart aanstaande!

Hierna volgden korte interviews met de boegbeelden van organisaties die het actuele cultuurbeleid mede vormgeven en uitvoeren: BNO, Topteam Creatieve Industrie, Dutch DFA en Premsela. Als thematische zwaartepunten werden genoemd, in willekeurige volgorde: internationalisering, innovatie, cultureel ondernemerschap, aanhaken van ontwerpers aan evenementen zoals biënnales, cross-over samenwerkingen tussen verschillende disciplines en aantoonbare maatschappelijke betrokkenheid van ontwerpers.
De activiteiten en thematische accenten van deze organisaties zijn een goede graadmeter voor de stand van de discussie vanuit de positie van ‘het beleid’. Door te analyseren met welke thema’s de instellingen bezig zijn en daarop te anticiperen, vergroot een ontwerper de kans op een gehonoreerde subsidieaanvraag. Maar er bestaan ook andere financieringsmogelijkheden.

In het tweede gedeelte van het programma stonden vijf jonge ontwerpers centraal, allemaal excellente vormgevers met verfrissende ideeën. Door de mooie driezijdige projectieschermen in de grote zaal van Pakhuis De Zwijger komen hun ontwerpen extra goed tot hun recht. Maar er is meer. Alle ontwerpers hebben een uitgesproken idee over de zakelijke kant van hun bezigheden. En hiermee gaan ze net zo creatief om als met het ontwerpen. Ze denken na over diversificatie of juist marktniches en over buitengewone allianties en maken strategische keuzes.

Samen met twee collega’s ontwikkelde Ineke Heerkens het businessconcept ‘Op Vooraad’, om zelfgeproduceerde designsieraden te verkopen, maar ook ontwerpen van derden. De ontwerpers bedachten een mobiele winkel, bestaande uit eenvoudige geperforeerde houten platen, die overal te koop zijn. De sieraden zitten in een robuuste opake blisterverpakking en worden in stukgetallen van vijf per ontwerp op eenvoudige metalen beugels met prijslabels gepresenteerd, in de stijl van een bouwmarkt. De mobiele winkel wordt opgebouwd op beurzen of design-evenementen.
Door dit gelijktijdig geraffineerd haptische én eenvoudige verkoopconcept kunnen de sieraden voor een in de branche aantrekkelijke prijs verkocht worden en bereiken zo een wijder publiek. Met de ‘pop up store’ en de uiterst flexibele presentatiemethode hebben de ontwerpsters via Nederland, België en Duitsland ook het sieradenpubliek in Taipei (Taiwan) weten te bereiken. Ineke ziet zichzelf als een echte ondernemer; dit concept is dan ook zonder subsidies opgezet.

De game designer Richard Boeser heeft samen met een partner een gamestudio. Hij liet stills van de tijdens zijn afstuderen ontworpen game zien en vertelde van zijn langdurige zoektocht naar een game developer of uitgever, die zijn spel verder zou kunnen ontwikkelen voor spelconsoles en PC – zonder dat hij zijn auteursrecht zou hoeven afstaan. Dat is uiteindelijk gelukt. Het project is een goed voorbeeld van slimme cofinanciering: de ontwikkeling van het spel wordt voor 70% gefinancierd door fondsen, de rest bestaat uit eigen inbreng en een investering uit de familiekring. Richard kiest bewust voor een heel kleinschalige studio met flexibele samenwerkingen. Ontwerpvrijheid en authenticiteit hebben prioriteit.

Tsaiher Cheng, architect en stedenbouwkundige, presenteerde haar project over de stedelijke herontwikkeling in de Rosse Buurt. Het gaat om de opwaardering van een gebied met een zowel toeristisch als ook louche karakter, om slimme functiemenging en dubbel ruimtegebruik. De financiële haalbaarheid is uitdrukkelijk onderdeel van dit ontwerpend onderzoek. Onderzoek vindt plaats ‘in het veld’ door middel van interviews. De uitkomst bestaat niet alleen uit een intrigerend ontwerp, maar ook uit een openbaar debat en een expositie – die helaas binnen de specialistische omgeving van een architectuurcentrum worden gepresenteerd en niet voor een breder publiek.
Als vanzelfsprekend worden in haar ‘agency in cross-cultural urban planning, architecture and product development’ diverse activiteiten in één bureau verenigd, bijvoorbeeld het geven van lezingen en het organiseren van stedelijke evenementen – en dit allemaal in het teken van een dialoog tussen steden in Oost-Azië en West-Europa. Deze ontwerpster heeft haar subsidie doelbewust ingezet als een startpunt voor haar onderzoeksbedrijf, zowel voor het inhoudelijke werk, als ook voor het opbouwen van een netwerk.

De grafische designer Roel Wouters laat een verrassende muziekvideo zien, waarin trampoline- artiesten typische video-effecten simuleren, zoals ‘pulse’, ‘blur’ en ‘i/o error’. De video werd gemaakt tijdens de opening van een tentoonstelling, om direct daarna, zonder verdere bewerking, opgenomen te worden in diezelfde tentoonstelling.
Ook Roel heeft een studio samen met andere designers. Over zijn toekomstige strategische aanpak is hij gedecideerd: in artistieke, kleinschalige projecten wil hij experimenteren met nieuwe technologie, software en ideeën. De concepten die hieruit voortkomen, wil hij verkopen aan geïnteresseerden uit de marketing- en reclamewereld.

Product ontwerper Joris Laarman hield een pleidooi voor het – letterlijk en figuurlijk – vormgeven van de toekomst door biometrische, digitale fabricage. Zijn lezing was een oproep om mee te werken aan het professionaliseren van netwerken voor deze nieuwe, dure en daarom meestal nog erg kleinschalig toegepaste productiemethode. Joris wil een nieuw economisch model ontwikkelen voor het rendabel maken en certificeren van digitale fabricage – door samen te werken en kennis te delen.

Opvallend is dat geen van de ontwerpers aangeeft een ervaren ondernemer, marketeer, econoom of innovatiedeskundige om advies te hebben gevraagd, terwijl deze mensen vaak verrassende én creatieve bijdragen kunnen leveren vanuit hun desbetreffende vakgebied. Ontwerpers willen blijkbaar toch elke keer weer het wiel zelf uitvinden. Daar zijn dus nog werelden te winnen!