Feature —

Ongevraagd architecturaal advies at your service!

Matthias Pauwels

Op dinsdag 17 januari liep het NAi vol voor een showcase van de eerste lichting projecten uit de koker van de Studio for Unsolicited Architecture. Tegen de achtergrond van de aanhoudende crisis in architectenland, trokken drie ontwerpteams alle registers open om partijen te verleiden met hen in zee te gaan en hun voorstellen te realiseren.

De Studio for Unsolicited Architecture vormt de nationale tegenhanger van het befaamde Matchmaking project, waarbij het NAi rond concrete, urgente architecturale opgaven Nederlandse ontwerptalenten koppelt aan ontwerptalenten in opkomende economische grootmachten (China, India, Brazilië). Gezien het aanhoudende economische zware weer is een dergelijk programma ook op Nederlandse bodem meer dan welkom. De koudwatervrees van private en publieke partijen in deze onzekere tijden noodzaakt een meer pro-actieve en assertieve aanpak van architecten. Met de Studio for Unsolicited Architecture wil het NAi partijen tot investeren verleiden door ontwerpers concrete architecturale voorstellen te laten doen voor specifieke, ruimtelijke opgaven. Men spreekt hierbij ook wel van het leveren van ongevraagd advies: architecten die, zonder daarvoor ingehuurd te zijn, een advies of aanbod doen aan partijen.

Deze strategie past uiteraard binnen de meer projectieve aanpak van het NAi om niet enkel ruimtelijke vraagstukken op de agenda plaatsen, maar vooral ook om te demonstreren hoe concrete architecturale interventies verschil kunnen maken in de echte wereld. Directeur Ole Bouman spreekt in dit verband van een dienst die het NAi verleent: het voorrekenen van de baten van een bepaalde architecturale interventie aan publieke en andere partijen als potentiële opdrachtgevers. In het geval van de Studio for Unsollicited Architecture worden deze voorrijkosten afgedekt door het NAi, het nu niet meer bestaande Fonds BKVB en het Ministerie van Infrastructuur & Milieu.

De dienstbare, constructieve houding van het NAi is verfrissend, zeker tegen de achtergrond van bijvoorbeeld de Occupybeweging of Indignados, die elke samenwerking met de gevestigde orde pertinent afwijzen. Bij de Studio for Unsollicited Architecture komt het er juist op aan om de krachten te bundelen met de traditionele partijen (de politiek, markt, middenstand, bewonersgroepen) en samen tot innovatieve oplossingen te komen. Het doel van de avond in het NAi was dus niet alleen om drie uitgewerkte projecten te showcasen aan het publiek, maar vooral om een aantal uitgenodigde actoren (wethouders, projectontwikkelaars, buurtverenigingen, et cetera) te verleiden om tot realisatie over te gaan, onder andere door het plechtig overhandigen van bidbooks.

Het eerste ontwerpteam, een samenwerking van temp.architecture en BNN, pitchte een nieuw operationeel model voor gebiedsontwikkeling. In een steeds onvoorspelbaar wordende wereld, zowel met betrekking tot maatschappelijke behoeftes als financieringsstromen, ontwikkelde dit team een planmodel dat vertrekt van een startbeeld of startsituatie, dat vervolgens voortdurend bijgesteld kan worden binnen een bandbreedte van mogelijke scenario’s. Zij plaatsten dit tegenover het dominante model van de eindbeeldplanning, dat een grote voorinvestering vergt alsook grote risico’s inhoudt. Voor het Zeeburgereiland in Amsterdam toonden zij hoe in dergelijke situaties met een onzeker draagvlak, tijdelijke projecten – zoals een circus, voetbalplein of camping – een effectief instrument zijn voor bijvoorbeeld place making. Dergelijke lichte projecten vergen slechts een kleine investering en tijdelijke bouwvergunning en, indien succesvol, kunnen zij de benodigde voorinvestering genereren voor een eerste fase van woningen. Bovendien kan hiermee uitgetest worden wat rendabel is op een plek. Dergelijke menging van experimentele, tijdelijke en meer doorsnee, permanente projectontwikkelingen accommodeert flexibele cashflows en nieuwe verdienmodellen met minder risico’s, aldus het team van temp.architecture en BNN.

Het tweede project, door Lilith Ronner van Hooijdonk en Conditonal design, richt zich op het activeren van de publieke ruimte in onze steden. Tegenover de erosie van de publieke ruimte, plaatsen zij het concept van de performatieve ruimte: een publieke ruimte die actie, beweging, betrokkenheid en spel uitlokt, alsook een relatie aangaat met de context. Dit is niet alleen belangrijk om de publieke ruimte opnieuw een plek te laten zijn waar een uitwisseling plaatsvindt tussen verschillende groepen, maar ook voor het trekken van bedrijven en vermogende burgers. Een eerste business case werd ontwikkeld voor de Strijp-S in Eindhoven op de voormalige Philipsterreinen. Deze voorziet in een pleinlandschap met een grid van hangende klokken waar gebruikers een compositie mee kunnen maken en zo als individu of groep met elkaar en de omgeving kunnen interageren. De tweede business case werd ontwikkeld voor het Schouwburgplein en Museumpark in Rotterdam. Op beide plekken wil men een soort gigantische krullen installeren die uit- en opgerold kunnen worden en hierdoor op allerhande manieren te gebruiken zijn.

De bureaus Shift en Paul Zuidgeest gingen aan de slag met het gebrek aan openbare sportparken in het centrum van Rotterdam, wat in schril contrast staat met Rotterdamse ambitie om naam te maken als sportstad van Nederland of zelfs Europa. Het concrete voorstel is om de Binnenrotte om te turnen van een typische on/off locatie  – die een groot deel van de week niet gebruikt wordt – in een metropolitaanse hotspot voor sport. Een mix van bewegende dakvelden, verborgen sportvloeren, sportgordijnen, flexibele LED sportbelijning, plug-in sportattributen, tribunes, clubhuizen en een 800 meter atletiekbaan rondom het plein, moeten het mogelijk maken dat het plein, naast de marktactiviteiten, ook geprogrammeerd kan worden met sport en cultuur. Met dit project speelt het team ook handig in op de plannen van de gemeente om het plein in 2014 te herinrichten, alsook het gezamenlijk bid van Amsterdam en Rotterdam voor de Olympische spelen in 2028.

Alhoewel alle uitgenodigde partijen enthousiast waren over de ongevraagde adviezen, vielen ze nu ook niet bepaald achterover van de voorstellen. Integendeel zelfs, nagenoeg alle genodigde gasten verkondigden dat zij zelf reeds met gelijksoortige ideeën en plannen bezig waren en zich vooral gesterkt voelden in de door hun reeds ingeslagen weg. In hoeverre dit strookt met de werkelijkheid of een poging was om het eigen gezicht te redden, was niet geheel duidelijk.

Een enkele keer werd een project handig gebruikt door partijen om een oude vete uit te vechten. Zo chargeerde een manager van het Bouwfonds een gebiedsmanager van de gemeente Amsterdam door deze laatste aan te duiden als belangrijkste obstakel voor het alternatieve model van gebiedsontwikkeling van temp.architecture en BNN. De overheid zou alles nog teveel willen vastleggen en zo de bevrediging van de woonwensen van zijn klanten in de weg staan. Terwijl het juist erop aankomt, aldus de Bouwfondsmanager, om mensen zover te krijgen dat zij in de rij gaan staan om geld uit te geven voor een buitengewoon huis – hij verwees hierbij naar de mensen die massaal in de rij gingen staan voor de iPhone. De gebiedsmanager van de gemeente Amsterdam verklaarde daarop zonder te verpinken dat de gemeente juist op dezelfde lijn zit als de ontwerpers en van het Zeeburgereiland een showcase wil maken van conventionele en experimentele ontwikkelingen. De gemeente zou ontwerpers ook juist uitdagen, in plaats van inperken. De waarheid zal wel ergens in het midden liggen.

Sommige projecten werden ook meteen aan een realiteitstoets onderworpen door de potentiële partners. Over het project aan de Binnenrotte, vroeg wethouder Van Huffelen (duurzaamheid, binnenstad en buitenruimte) zich af of de ontwerpers behalve met de aanwezige bewonersorganisatie Pro Groen ook met de minder veranderingsgezinde marktkramers gesproken hadden, en plaatsten twee betrokkenen bij de Strijp-S ontwikkeling ernstige vraagtekens bij het performatieve gebruik van klokken in de publieke ruimte met het oog op geluidsoverlast. Zelf zagen zij het project meer als een metafoor voor de vraagstelling hoe opnieuw politieke boodschappen te delen. Daar sta je dan mooi als jonge ontwerper. Van de andere kant vormt dit een essentieel onderdeel van elke businesstransactie: het is altijd een kwestie van geven en nemen.

Het is voorlopig nog koffiedik kijken of de ongevraagde adviezen ook tot concrete realisaties of samenwerkingen zullen leiden. En misschien mag je tijdens een publiekevenement ook niet meteen keiharde samenwerkingscommitments verwachten. Eén ding bleek wel duidelijk uit de hele avond: de adviezen van de ontwerpteams zijn misschien wel ongevraagd maar allerminst onwelkom. Of tenminste, niet ongevraagd op de manier van de Occupybeweging of Indignados, die de publieke ruimte bezetten of politieke vergaderingen overnemen. Integendeel, alle projecten hebben een hoog knuffelgehalte en de ontwerpers werden door alle genodigde partijen omarmd als cruciale partners in tijden van een systeemcrisis omwille van hun enthousiasme, creativiteit en authenticiteit. Of het nu gaat om het creëren van nieuwe, onconventionele woonproducten op het Zeeburgereiland, het scheppen van de benodigde publieke ontmoetingsruimten voor de creatieve stad in Strijp-S, of het enthousiasmeren van de mensen rond de heraanleg van een stedelijk plein aan de Binnenrotte.