Recensie —

Zaandam Inverdan: ongebreidelde ontwerpkracht

Allard Jolles

Een goed stedenbouwkundig ontwerp is pas echt goed als het op alle schaalniveaus deugt. De inbedding in de omgeving, de verhouding openbare ruimte – gebouwd volume, de helderheid, begrijpelijkheid en vormgeving van verkeersroutes, hoogteverschillen; alles moet kloppen. Het plan Inverdan, het nieuwe centrumgebied van Zaandam, ontworpen door Soeters Van Eldonk architecten, is zo’n plan. Hoe komt dat? En waarom juist daar?

DDR
Zaanstad, op 10 treinminuten van Amsterdam CS, is een middelgrote gemeente met zo’n 150.000 inwoners. De gemeente bestaat uit meerdere kernen, waarvan Zaandam de grootste is en waar verder nog onder andere Westzaan en Koog aan de Zaan deel van uitmaken. Ik woon in Zaandam, niet ver van het centrum, en ik maak zo’n 10 keer per week gebruik van het station. Dat gebied werd tot voor enkele jaren geleden gedomineerd door een bovengrondse betonnen parkeergarage en een stomerij, een ongebruikt plein, een voetgangersbrug over de provinciale weg naar het station en naar een hotel en, om het hoogteverschil te overbruggen, een trappenstelsel – netjes ingebouwd en verstopt achter een McDonald’s en de hakkenbar. ‘Het lijkt hier wel de DDR’, schijnt Sjoerd Soeters de eerste keer dat hij er kwam gezegd te hebben. Een rake typering.
De eerste fase van het plan Inverdan, dat in de toekomst tot over de sporen doorloopt in westelijke richting, is voor een belangrijk deel gekoppeld aan het station. Het nieuwe busstation met daarop het nieuwe stadhuis, beide ontworpen door Soeters Van Eldonk architecten, staat aan de centrumkant tegen de sporen aan gebouwd. Om bij het station te komen, moet ik dus ook 10 keer per week door Inverdan. Dat is in toenemende mate een genoegen aan het worden. De voetgangersbrug over de provinciale weg heeft bijvoorbeeld plaats gemaakt voor een goed bestraat loopvlak op een veel bredere betonnen brug, dat al in het winkelcentrum aan de overkant begint. Door de lichte, maar lange helling neemt de wandelaar het hoogteverschil moeiteloos. De route wordt begeleid door een cascade, die water tot diep in het centrum moet brengen, en door bebouwing op de nieuwe brug, als ware het een Zaanse Ponte Vecchio. Maar dat is natuurlijk niet alles.

Functiemix
Ten eerste zijn er woningen, een bioscoop en winkels bijgekomen, waardoor er ook andere redenen zijn dan station of stadhuis om in Inverdan te zijn. Daarnaast zijn er vele bruggetjes gemaakt, want de woningen en de winkels bevinden zich aan weerszijden van de waterloop. Aan beide zijden bevinden zich smalle kades, en daarboven zitten galerijen met nog meer winkels, net als in zo’n grote shoppingmall. Dat is handig, want zo is ten eerste het aantal winkels groter, maar wordt ook al gepreludeerd op het hoogteverschil met het stationsplein. Zie het als een mix tussen het Java-eiland met de kades en de grachtjes, en de ‘koopgoot’ zoals Soeters eerder in Nijmegen ontwierp. Tussen de winkels en het station staat, aan de stadskant van de Provinciale weg, het inmiddels al wereldberoemde Zaanse-huisjeshotel, waardoor het in het centrum van Zaandam ineens druk is, veel drukker dan in de ‘DDR-tijd’ in ieder geval, met mensen die er wonen, werken, verblijven of op vakantie zijn. En al die verschillende mensen zijn er niet zoals vroeger alleen om met de trein te gaan, ze verblijven er nu ook op verschillende tijden en om verschillende redenen – de basis van stedelijkheid. En daardoor is er ook ineens draagvlak om de winkels ook op zondag te openen. Het spreekt haast vanzelf dat parkeren – in een ondergrondse garage – en het expeditieverkeer mooi zijn opgelost en optisch zijn weggewerkt. Zie hier het lerend vermogen van Soeters Van Eldonk architecten, want deze elementen zijn veel logischer ingebed dan in bijvoorbeeld hun plan ‘De Parade’ in Nootdorp.

Genius Loci vs Theming
Tot zover het effect van de functies. Die zijn er per slot van rekening niet gekomen door Soeters Van Eldonk architecten, maar komen uit de gemeentelijke planologische koker. Toch is het succes wel degelijk voor een groot deel te danken aan de enorme ontwerpkracht van Soeters cs. Door Zaandam en de Zaanse bouwgeschiedenis als thema te nemen voor een paar grotere gebouwen, is het meteen duidelijk waar je bent. Het architectonische thema van Zaandam komt weer uit Zaandam in plaats van uit de DDR. Mag dat? Natuurlijk mag dat. Paul McCartney twijfelde op een moment in zijn carrière of hij het wel kon maken liedjes van de Beatles te zingen tijdens zijn optredens. Elvis Costello was het die zei:’Als jij ze niet mag zingen, wie dan wel?’ Zo is het ook met Zaandam: als Zaanse-huisjes architectuur ergens op zijn plek is, is het wel hier. En ja, daar hoort ook een trouwzaal bij met tulpen en ringen, en vier walvissen op het balkon, die refereren aan de walvisvaart van de 17de eeuw, toen de Zaanstreek het eerste en grootste industriegebied van Europa was. We hebben hier dus niet te maken met een platte Disney-achtige thematisering zoals weleens te beluisteren valt in de kritieken, maar met een juist met deze plek verbonden stedelijk ensemble – de theming voorbij.
Diezelfde ontwerpkracht zit bijvoorbeeld ook in de kades langs de grachtjes, die zo smal zijn gemaakt dat er geen ontkomen is aan ontmoetingen; het zijn plekken geworden waar mensen graag willen zijn – omdat er andere mensen zijn. De Nederlander loopt op zondag het liefst schouder aan schouder door een straat als de Kalverstraat in Amsterdam, ga maar kijken. Gebrek aan ruimte, de suggestie van congestie, werkt in Holland. Daar voelen wij ons prettig bij. De drukte wordt nog eens versterkt door de verschillende gevels in Inverdan: links een van Zaanse huisjes, rechts de horizontaliteit van het woon- winkelgebouw van DOK-architecten, dan weer de verticaliteit van de wolkenkrabber met acht trapgevels, of het stukje Lübeck met appartementen en de acht verschillende Zaanse bouwdelen van het stadhuis. In zo’n overdonderende omgeving slalommen we ons met genoegen langs de fotograferende Japanners, die die uitvergrote Zaanse identiteit herkennen als waar en als exotisch Hollands; Inverdan als ons eigen Bilbao-effect.

Zo er architecture parlante bestaat, architectuur die iets zegt over de eigen functie of betekenis, dan bestaat er ook urbanisme parlante, een stadsplan dat wat zegt over de eigen betekenis. Inverdan is bij mijn weten het eerste plan dat die benaming verdient in Nederland, gemaakt door een bureau in vorm, misschien wel op het voorlopige toppunt van zijn kunnen. Zien is geloven, en dit plan is geloofwaardig zonder dat er iets te geloven valt. Het is, en Zaandam leeft weer.