Recensie —

Het Nederlandse van Dutch Design

Hélène Damen

Het werk van ruim dertig hoofdzakelijk Nederlandse ontwerpers is te zien op de tentoonstelling Connecting Concepts in het Designhuis Eindhoven. Wie echter denkt zich te kunnen vergapen aan allerlei prachtige objecten van bekende Nederlandse ontwerpers komt bedrogen uit. In tegenstelling tot wat de befaamde Knotted Chair van Marcel Wanders op het affiche doet vermoeden, is de nieuwste tentoonstelling over Dutch Design alles behalve een verzameling designklassiekers. Niet het eindresultaat maar het proces dat hieraan vooraf gaat, staat centraal.

Wereldwijd worden tentoonstellingen georganiseerd over het Nederlandse ontwerp en verschijnen publicaties over Nederlandse ontwerpers. Dutch Design is een begrip, een succesvol handelsmerk, populair bij een groot publiek voor wie Marcel Wanders en West 8 geen onbekende namen zijn. Dutch Design staat bekend als vernieuwend en verrassend, maar bijna niemand weet wat Het Nederlandse Ontwerp eigenlijk inhoudt en waarom het zo succesvol is. Om antwoord te geven op de vraag ‘over het Nederlandse van design’, zoals de ondertitel van de tentoonstelling luidt,  heeft curator Ed van Hinte met opzet een hoeveelheid ontwerpen samengebracht komend uit totaal verschillende disciplines waaronder mode, vliegtuigbouw, architectuur en typografie. Wat hebben een zandmotor, een appartementencomplex, het logo van een uitgeverij en een tray voor Coca- Colaflesjes met elkaar gemeen?

De overeenkomst zit volgens Van Hinte in de Nederlandse manier van ontwerpen en daarom zijn niet het object, gebouw of product – het eindresultaat – de leidraad voor de tentoonstelling, maar “het slimme denken wat hieraan vooraf gaat”. Juist de processen: de samenwerking tussen ontwerper en opdrachtgever; de toepassing van nieuwe of andere technologie; de bereidwilligheid om samen het wiel opnieuw uit te vinden, maken de Nederlandse manier van ontwerpen zo anders en uniek. Ook niet-Nederlanders kunnen volgens de samenstellers op een Nederlandse manier ontwerpen. “Zo gaat achter een handgemaakte fiets van koolstofvezels net zo’n prettige eigenwijsheid schuil als achter het starten van een letteruitgeverij in India met de ontwikkeling van een lettertype uit een reeks geschreven brieven.”

Connecting Concepts
is een reizende tentoonstelling. Na India, Japan en Eindhoven zal de tentoonstelling later dit jaar nog te zien zijn in Duitsland en Turkije. Bijzonder is het blijvend open karakter van de tentoonstelling. Door toevoeging van nieuwe ontwerpen die eenzelfde Nederlandse werkwijze representeren, hoopt Van Hinte een dialoog opgang te brengen tussen de diverse designculturen met als doel uitwisseling en wederzijdse inspiratie.
In tegenstelling tot eerdere opstellingen van Connecting Concepts waar alles in één ruimte stond, is de tentoonstelling in Eindhoven verdeeld over tien kamers. Aan de hand van een aantal kenmerken die de ontwerpen gemeenschappelijk hebben zoals ontwerpen met de natuur, radicaliteit en nieuw gebruik van oude materialen, is er een indeling gemaakt maar deze had even goed anders kunnen zijn. De bezoeker wordt uitgenodigd om zelf op ontdekkingstocht te gaan.

Gedurende de reis zijn er ook ontwerpen uit China en India aan de tentoonstelling toegevoegd. Zo wordt in één ruimte het oer-Hollandse ontwerp van een zandmotor voor de Hollandse kust bij Ter Heijde naast een appartementencomplex  van het Chinese architectenbureau Urbanus getoond. Beide ontwerpen kenmerken zich net als de modeontwerpen van Alexander van Slobbe door een ontwerpbenadering die Van Hinte samenvat onder de noemer Meegeven. Een slimme aanpak van het ontwerp waardoor verderop, bij de productie of in het gebruik, minder inspanning nodig is en alles vanzelf gaat. De zandmotor is een typisch voorbeeld van de natuur het werk laten doen. Door op strategische plekken voor de kust van Zuid Holland zand te storten dat vervolgens door stromingen wordt meegenomen, worden de dijken op natuurlijke wijze versterkt. Het idee, afkomstig uit de traditie van dijkbouw en afwateren van polders, is door hedendaagse kennis van design vernieuwd.
In een andere ruimte blijkt de overeenkomst te zitten in een nieuwe, ongebruikelijke toepassing van oud, bekend materiaal. Zo is de gluejeans van G + N niet zoals de traditionele spijkerbroek met stiksels en koperen klinknagels aan elkaar genaaid, maar gelijmd waardoor een heel nieuw eigentijds modebeeld ontstaat. En ook de afwijkende toepassing door Richard Hutten van piepschuim, doorgaans gebruikt als isolatiemateriaal, blijkt niet alleen voldoende stevigheid maar tevens een stoere tafel op te leveren.

Wat de Nederlandse manier van ontwerpen precies inhoudt, blijft abstract. Het is zelfs de vraag of het Dutch van Design bestaat. Dutch Design blijkt vooral een werkproces te zijn dat universeel wordt toegepast. Zo blijken Indiase en Chinese ontwerpers op een zelfde manier als hun Nederlandse collega’s te werk te gaan, de samenstellers noemen dit een verrassende ontdekking in plaats van zich af te vragen hoe legitiem het is om de manier van denken van Nederlandse ontwerpers als typisch Nederlands te bestempelen. De tentoonstelling vraagt wel het nodige doorzettingsvermogen van de bezoeker. Zo is een term als ’intelligente luiheid’  – het doel van ontwerpen – eerder verwarrend dan verhelderend. Wie ondanks het hoge conceptuele karakter van de tentoonstelling toch de moeite neemt om de objecten plus toelichting in alle rust te bekijken, zal  op een verrassende manier  meer inzicht krijgen in de uiteenlopende werkwijzen die aan de verschillende ontwerpen ten grondslag liggen. Alleen hierom is Connecting Concepts al een bezoek waard.