Opinie —

En de karavaan trekt verder

Marina van den Bergen

De stofwolken van de opening zijn nog maar net opgetrokken of de IABR karavaan is al weer verder getrokken, richting Istanbul en São Paulo. Al wat achterblijft in Rotterdam is een Test Site en de hoofdtentoonstelling Making City. Over de IABR die maar geen publieksmanifestatie wil worden en nu ook faalt als onderzoeksbiënnale.

De hoofdtentoonstelling van de IABR moet publieksvriendelijker worden, zo luidde het oordeel na evaluatie van de 4e editie van de IABR. De tentoonstelling van die editie was geheel in stijl met het thema Open City. In alle hoeken en gaten van het NAi waren presentaties van ontwerponderzoeken te zien die de onderzoekers geheel naar eigen inzicht hadden ingericht. Zo kwam het in ieder geval op de meeste bezoekers over. Het geheel was verrassend, de presentaties zelf vaak ondoorgrondelijk, en de verbanden tussen de verschillende onderzoeksprojecten en daarmee het overkoepelende thema waren soms moeilijk te leggen.
De hoofdtentoonstelling van de huidige editie bevindt zich, heel overzichtelijk, in de grote zaal van het NAi. De tentoonstellingsontwerpers Kossmann.dejong slaagden erin om de dertig ontwerponderzoeken die Making City presenteert, binnen een visueel frame te vangen en IABR curator Joachim Declerck wist alle projecten in een van de negen thema’s te persen. Maar krijgen de vraagstukken die de IABR wil adresseren en de mogelijke ontwerpoplossingen hiervoor door de presentatie en thematisering een urgentie, worden ze inzichtelijker? Het antwoord luidt helaas nee.

Net als de voorgaande edities, misschien de eerste twee uitgezonderd, is ook deze hoofdtentoonstelling slechts voor een zeer select gezelschap mogelijk interessant. Dat heeft een aantal oorzaken. Ten eerste is er de hoeveelheid aan projecten die in de vorm van tekst, beeld en niet te vergeten data wordt gepresenteerd. Voor een normaal mens is dit niet te consumeren, laat staan te verwerken. Tegelijkertijd zijn de gepresenteerde projecten dusdanig complex door de verschillende factoren en actoren die van invloed zijn op het geadresseerde vraagstuk en dus op de ontwerpoplossing(en), dat de onderzoeken niet goed tot hun recht komen binnen het strakke tentoonstellingsformat. Want paradoxaal genoeg is daarvoor per project weer te weinig informatie. Daar komt nog bij dat alle projecten successtories zijn, een kritische, of vergelijkende laag ontbreekt op de tentoonstelling. En tot slot is de IABR een onderzoeksbiënnale met als resultaat dat rijpere en hele groene plannen door elkaar staan. Zijn dit proefballonnen van een overheidsinstelling, zelf geformuleerde vingeroefeningen van een universiteit of een architectenbureau? Of gaat het echt gerealiseerd worden?

Wat kan je hiermee als bezoeker? Het zal diezelfde bezoeker in ieder geval niet ontgaan dat de stad geweldig is. One-liners als ‘Newcomers create more work and produce more wealth‘ en ‘Industry leaves but know-how stays‘ die rechtstreeks uit de pen van een copywriter lijken te zijn gevloeid, zijn niet te missen, evenals de in opdracht van het IABR gemaakte promotiefilm over de geneugten van de stad. Dit eenzijdige beeld staat in schril contrast met de realiteit zoals onder meer verwoord in het rapport dat de Verenigde Naties in 2011 publiceerde over de Millennium Doelen. Hierin staat te lezen dat de aanwas van informele nederzettingen in de zich ontwikkelende stedelijke regio’s zo groot is, dat de instrumenten die worden ingezet om de levensomstandigheden van mensen in krottenwijken te verbeteren, onvoldoende zijn om de Millennium Doelen te halen, waaronder een significante verbetering van de levens van minstens 100 miljoen mensen in sloppenwijk in 2020.

Hoezeer de IABR richting propagandabiënnale afdrijft, blijkt ook uit het gebrek aan tegengeluid. Door een samenloop van omstandigheden was ik niet bij de officiële opening in het NAi maar op enkele steenworpen afstand in het Berlage Instituut. Hier gaf Reinier de Graaf (OMA) een lezing getiteld Megalopoli(tic)s. Kern van zijn verhaal was dat de toenemende urbanisatie van de wereld gekenmerkt wordt door verschillende paradoxen – daarbij aantekenend dat hij geen wetenschappelijk onderzoek presenteerde, maar signalen die OMA opvangt tijdens haar werkzaamheden over de hele wereld.
Een van de paradoxen die hij signaleerde betrof het feit dat hoe groter de steden worden, hoe minder ontwerpers aan ‘kicking ass’ doen. Visies voor steden, als ze al geformuleerd worden, worden niet langer meer geproduceerd door stedenbouwkundigen, architecten en visionairen, maar door adviesbureaus als McKinsey, met als enige doel ervoor te zorgen dat de stad in kwestie zo hoog mogelijk op de wereldranglijst komt van meest aantrekkelijke steden om te wonen en te werken, want dat trekt buitenlandse investeerders. (Dit verklaart mogelijk ook de afwezigheid van werkelijk visionaire ontwerpen op de IABR.)
Een andere paradox betreft die van het BBP (bruto binnenlands product). Hoe meer een land urbaniseert, hoe hoger het BBP – zo fraai op de hoofdtentoonstelling verwoord met de slogan ‘The city is where we produce our wealth’. Tegelijkertijd groeit de verdeling van welvaart steeds schever: in 2010 bezat 10% van de wereldbevolking 88% van de welvaart. Meer urbanisatie betekent een hoger BBP, maar ook meer mensen die onder erbarmelijke omstandigheden in krottenwijken leven, letterlijke en figuurlijk aan de randen van de groeiende megasteden. 868 Miljoen stedelingen in 2011 volgens de Verenigde Naties, tegen 657 miljoen in 1990 en 767 miljoen in 2000. Op deze IABR wordt dit nergens invoelbaar gemaakt. Zou het niet interessant zijn geweest als de lezing van De Graaf tijdens de opening was uitgezonden? (Het Berlage streamt alle lezingen live en gratis).

Twee dagen later, tijdens de prijsuitreiking van Smart Cities – Parallel Cases 2, dat in het kader van de IABR is georganiseerd, stelde Alexandros Washburn, jurylid en hoofd stedenbouwkundige van New York City Department of City Planning dat “faith in design is the new religion”. Stad maken gaat om politiek, economie en ontwerp, waarbij ontwerp maar heel weinig invloed heeft op het proces van stadmaken, aldus Washburn, “the window of oppertunity is very short“. Een uitspraak waarop je graag een reactie van IABR directeur George Brugmans of IABR curator Henk Ovink zou willen krijgen. Deze IABR gaat immers over de vermeende kracht en betekenis van het ontwerp binnen complexe processen. Brugmans en Ovink zaten in de zaal. Mogelijk omdat het een feestelijke bijeenkomst betrof, werd hen niet om een reactie gevraagd. En zij voelden zich ook niet geroepen om te reageren. Tweede gemiste kans.
Tijdens de voorgaande edities werden gedurende de biënnale ter reflectie vele openbare lezingen en debatten georganiseerd met interessante sprekers uit binnen- en buitenland. Dit jaar is de agenda opvallend leeg. Derde kans gemist.

Een onderzoekersbiënnale is work in progress en dat benadrukt deze editie van de IABR met zijn Test Sites in Rotterdam, Istanbul en São Paulo. Testsite Rotterdam bruiste een aantal dagen voor de officiële opening. Bouwvakkers waren druk in de weer met het trekken van gele strepen op trottoirs, hoveniers legden in een zucht een ‘dakakker’ aan en weer anderen waren bezig het eerste stukje van de in Rotterdam veelbesproken Luchtsingel te bouwen. Na deze spurt is het opvallend rustig geworden en is de bouw aan de luchtsingel geheel stilgevallen. Wat de Rotterdamse Test Site voor nieuwe inzichten oplevert zal de tijd leren. De curator van de Test Site Istanbul was tijdens de persbijeenkomst, die een dag voor de opening plaats vond, oprecht enthousiast over de mogelijkheden en inzichten die de IABR haar hadden geboden. Ook curator Henk Ovink, tevens adjunct directeur op het Nederlandse ministerie van Infrastructuur en Milieu steekt zijn enthousiasme voor deze IABR niet onder stoelen of banken. En zonder een spoor van cynisme, ik ben er van overtuigd dat de gesprekken en werksessies tussen deze vakgenoten zinvol zijn geweest. Maar waarom wordt dit niet gedeeld met een groter vakpubliek?

De IABR, wederom niet geslaagd als publieksmanifestatie en deze editie overtuigt ook niet als onderzoeksbiënnale. Is het een idee om de publiekstentoonstelling te schrappen en de volgende IABR te organiseren in de vorm van een (gratis) openbare meerdaagse conferentie in De Doelen? Een conferentie waar de deelnemers hun projecten kunnen presenteren en toelichten op een manier die recht doet aan al de intellectuele arbeid die ze erin hebben gestopt. Waar de onderzoekers ondervraagd kunnen worden door kritische vakgenoten en discussies in de gangpaden kunnen opvlammen? Want het ontbreken van een open debat is het grootste gemis van deze IABR. Veilig gesteld door subsidie keert over twee jaar de IABR karavaan terug: nieuwe ronde, nieuwe kansen.