Recensie —

Wild Woensel West: ontwerpen aan een nieuwe start

Martijn Kruijf

De wijk Woensel West heeft in Eindhoven en ook daarbuiten geen al te beste reputatie. Om het tij te keren heeft woningcorporatie Trudo grootste plannen met bijbehoorde ambities. Onlangs schreef ze een ontwerpprijsvraag uit.

In de jaren twintig van de vorige eeuw ontwierp G.C. Kools de wijk Woensel West voor de vele arbeiders die naar Eindhoven trokken om te werken bij Philips en DAF. Wat toen de afspiegeling was van technologische vooruitgang, hoop en welvaartsstijging, verwerd in de loop van de vorige eeuw het maatschappelijke afvoerputje van de stad en raakte volledig vervallen. De wijk trok als een magneet de minder bedeelden, werklozen, allochtonen, studenten, drugsdealers en prostituees naar zich toe. Het was tien jaar geleden dat ik zelf ook in deze beruchte wijk intrek nam in mijn eerste studentenkamer grenzend aan de stoep waar straatprostituees en hun pooiers de dienst uit maakten. Een uniek stukje Wild Westen in Nederland, dunkte mij: een intens levend stuk van de lichtstad. De situatie werd echter onhoudbaar en sloop en gentrificatie konden niet uitblijven. Het werd tijd voor een nieuwe start in een nieuw Woensel West, met een sleutelrol voor de architectuur.

Woningcorporatie Trudo, die een groot deel van de gronden en niet gesloopte woningen in bezit heeft, maakte in 2011 een strategisch plan voor de wijk met als doel de focus te leggen op emancipatie van bewoners. Bewoners moeten kansen en mogelijkheden tot ontwikkeling worden aangeboden, het decor (de gebouwen en publieke ruimte) dient te veranderen ten behoeve van een betere leefomgeving, en het imago van de wijk moet verbeteren. In het plan speelt de Edisonstraat als stedenbouwkundige as en maatschappelijke spil van de wijk op alle fronten een hoofdrol. In hetzelfde jaar schreef de corporatie een ontwerpwedstrijd uit om de eerste twee van totaal zestien strategische hoeken in de Edisonstraat architectonisch uit te werken: de hoek Baekelandplein en de hoek 1e Franklinstraat/Franklinplein. En dit alles met de ambitie om de winnende plannen daadwerkelijk te realiseren. De wedstrijd is inmiddels afgelopen, 112 inzendingen kwamen binnen en 20 april werden twee winnaars bekendgemaakt.

De inzenders van de Woensel West Wedstrijd kregen geen carte blanche. Het Eindhovens architectenbureau DiederenDirrix bedacht vooraf voor de zestien hoeken een programmatisch en architectonisch concept: een ontkoppeling van plint en opbouw. Het bureau nam zelf de plint voor haar rekening en ontwierp een neutrale en generieke sokkel die op alle zestien hoeken moet gaan landen. Aan de prijsvraagdeelnemers de vraag om hier een expressieve opbouw op te ontwerpen, als een sculptuur, van maximaal drie lagen hoog. DiederenDirrix noemt de contrasterende splitsing van basement en top: ‘neutraal en robuust versus eigenzinnig en expliciet’. Programmatisch is de ontkoppeling ook herkenbaar, de plint zal voornamelijk kleinschalige publieke, culturele en commerciële buurtfuncties herbergen en de opbouw juist verblijfsgelegenheden als startersappartementen, short stays, pied-à-terres of hotelkamers.

De inventiviteit en originaliteit van de inzendingen bleek groot en de jury, onder andere bestaande uit opdrachtgever, architect, bewoners en gemeente, roemde de hoge kwaliteit van de verschillende inzendingen. Alvorens de winnaars te kiezen maakte ze een selectie bekend van tien genomineerden: zeven voor de hoek Baekelandplein en drie voor de hoek 1e Franklinstraat. Bij de genomineerde ontwerpen voor de eerste locatie sprongen er wat mij betreft drie ontwerpen uit.
Het ontwerp Planmuur van architect Maurits Cobben markeert letterlijk het begin en einde van de Edisonstraat als volume dat met betrekking tot hoogte en overstek de maximale bouwenveloppe benut. Het ontwerp verwijst naar een poortwachtershuis, de toegang markerend van de wijk en het aangrenzende plein van lichte zeden. Door het simpele gebaar evenaart het de symboliek van een blauw plaatsnaambord dat leest ‘Woensel West. Welkom’.
Een zeer ongewoon maar bijzonder plan werd ingezonden door het Rotterdamse bureau FOAM Architecten dat een ‘one bedroom hotel’ op deze locatie voorstelt: een sober en utilitair stalen frame waar een enkele houten doos in hangt die een luxe hotelsuite herbergt. Bovenop de staalconstructie is op haast Venturiaanse wijze het woord ‘HOTEL’ geplaatst. Het geheel heeft een zeer sterke symboliek die letterlijk verwijst naar de wijk die in ontwikkeling is. De jury twijfelde echter “of de buurt een eenvoudige houten doos waar een hotelkamer in past op waarde weet te schatten”. Een terechte kanttekening denk ik, het ontwerp spreekt tot de verbeelding maar staat ver van het karakter van de wijk en haar bewoners af.
Het winnende ontwerp voor de hoek Baekelandplein werd gemaakt door Bas Termeer, getiteld BAEKEN MMXII. Het ontwerp bestaat uit een bewoonbare rode sculptuur met balkon, uitbouw, erker en schoorsteen, die omgeven wordt door een stalen constructie die de geabstraheerde contour van een huis met zadeldak vormt – een type dat veel in de wijk voorkomt. Het stalen kader is ingevuld met een kant geweven ‘voile’ die een fysieke tussenruimte creëert met een bijzondere en spannende belichting en sfeer. De jury roemt dit ontwerp omdat het een: “goed voorbeeld van locatiespecifiek en toch autonoom ontwerp [is], niet alleen vanwege de verwijzing (rood) naar het Baekelandplein. Het kantwerk verwijst naar alle mogelijkheden en innovaties die in Eindhovens design aan de orde zijn.” Ik zou hier toch wel bij aan durven vullen dat het op zijn minst ook de dialoog probeert aan te gaan met het uniform van het metier van de buren op het Baekelandplein. Prikkelend en grappig, maar vooral verankerd in de vorm en het karakter van de wijk.

Op de hoek met de 1e Franklinstraat zijn de volgende twee ontwerpen zonder meer noemenswaardig. Het ontwerp Architect in Residence van Stereo Architects voorziet in een met hout bekleed archetypisch huis een locatie van waaruit de overige veertien hoeken van de Edisonstraat ín en mét de buurt ontworpen kunnen worden. Een volgens de jury “letterlijke architectonische en programmatische vertaling van het prijsvraagprogramma met betrekking tot de emancipatie van de buurt.” Opvallend aan dit ontwerp is dat het bureau er als enige van de genomineerden voor heeft gekozen om de scherpe hoek van de plint niet te benutten en de opbouw naar achter te plaatsen. Hierdoor onstaat op de hoekplint tussen de Edison- en 1e Franklinstraat een prachtig terras onder de volle bomenkransen die een bijzondere bijdrage aan de wijk levert.
Het winnende ontwerp voor deze locatie was van de hand van de Slovaakse architecten Fusioon.sk architects, getiteld PLUG IN. Een conceptueel zeer sterk doorgevoerd ontwerp dat zijn titel waarmaakt: drie hightech poly-ogende doosjes met een duidelijke oriëntatie die gestapeld zijn rondom de as voor het verticaal transport. Een landmark in het hart van de wijk. De eerste en tweede laag vormen pied-à-terres en het bovenste volume met schitterend uitzicht op de wijk is een gezamenlijke ruimte. De doosjes kunnen onafhankelijk van elkaar om de as draaien en worden met LED verlichting in verschillende kleuren aangelicht. Al met al een ware kermisattractie dus. Het feit dat het gebouw de locatie wel optimaal benut maar qua vorm en als type hier los van staat en dus relatief plaatsongebonden is speelde in het oordeel van de jury geen rol. Dit was de overtuigende winnaar omdat het ontwerp “het in zich [heeft] om per direct een structurele imagoverandering tot stand te brengen.”

De inzet van Trudo is ambitieus en de keuze voor de inhoudelijke samenwerking met het gerenommeerde bureau van DiederenDirrix kan hierbij alleen maar geprezen worden. Echter wil ik toch mijn vraagtekens zetten bij de motivatie van de jury voor de uiteindelijke winnaars. Het experiment en het expressieve zijn overduidelijk beloond en de individuele ontwerpen hebben – de een wellicht wat meer dan de ander – kwaliteiten in zich. Maar bieden deze karakteristieken wel het juiste antwoord op de vraag? Kan een Edisonstraat als kralenketting van het onbeproefde en extravagante een bijdrage leveren aan het aanpakken van de sociale problematiek van de wijk en de emancipatie van zijn bewoners? De jury zegt van wel: “De wijk heeft impulsen nodig om op een hoger plan te komen”. De winnende ontwerpen moeten in dit licht de opmaat vormen voor verdere ontwikkelingen: “Het gaat om zeggingskracht, verrassing, verwondering. Het winnende plan moet de wijk méétrekken”. De jury koos daarom voor plannen die op korte termijn “instant-esthetiek en feel good” kunnen bewerkstelligen. Goedbedoelde ideeën met een positieve weerklank, maar tegelijkertijd vaag en weinig concreet. Overigens, zo stelt de jury “hoeft [de keuze van deze ontwerpen] niet te leiden tot een bonte kakofonie, ook met zestien totaal verschillende hoeken kan eenheid en harmonie in het straatbeeld ontstaan”. Er wordt met de keuze van deze winnaars een risico genomen waar het een kwetsbare groep van de maatschappij aangaat. Desalniettemin bestaat het waarmaken van ambitie vaak bij de gratie van risico nemen. De ambitie van Trudo en dus het risico dat genomen gaat worden vraagt om waardering. Maar de geuzennaam Wild Woensel West zal de wijk, ook na de realisatie van de twee winnende projecten, niet snel kwijtraken.