Feature —

Afgestudeerd, en dan?

Myrthe Buijs

Verspreid over de maand mei vonden in het hele land regionale bijeenkomsten plaats over de Beroepservaringperiode (BEP), een onderdeel van de Wet op de Architectentitel (WAT). Op 14 mei 2012 was Eindhoven aan de beurt. De opkomst was niet overweldigend, maar er waren wel relatief veel vers of bijna afgestudeerden. Zij zullen nog niet onder het nieuwe regime vallen, maar ze verwoordden wel vragen van de nieuwe generatie studenten voor wie de BEP wel gaat gelden. Geheel overtuigd van de invulling waren ze aan het einde avond niet.

BEP bijeenkomst op 14 mei in Eindhoven
BEP bijeenkomst op 14 mei in Eindhoven

Bureau Architectenregister organiseert de BEP bijeenkomsten om (toekomstige) ingeschrevenen van het register te informeren en aan het woord te laten over de nieuwe regeling. De avond begon met een presentatie waarin wollige juridische termen gelukkig achterwege bleven. Belangrijk feit  is dat iedereen die na 31 december 2014 afstudeert en zich architect, interieur architect, stedenbouwkundige, tuin-, of landschapsarchitect wil gaan noemen, eerst twee jaar werkervaring op moet doen onder toezicht van een mentor. Dat kan als werknemer bij een bureau, of bij een zelf opgericht bureau of eenmanszaakje.
Over de invulling van de regeling kon tijdens de bijeenkomst worden gediscussieerd.

Het is goed dat Bureau Architectenregister de mogelijk biedt en zelfs de indruk wekt te willen luisteren naar het geleverde commentaar. De discussie werd geopend door een vierkoppig panel van regionale professionals, dat vervolgens vooral het publiek aan het woord liet. Daarbij ontstond er bij het bestuur van Bureau Architectenregister soms een lichte frustratie, met name wanneer de invoering van de BEP ter discussie werd gesteld. De BEP komt er namelijk sowieso, dat is bij wetswijziging van de Wet op de architectentitel (Wat) in 2010 bepaald. Ertegen zijn heeft niet meer zoveel zin.
Het merendeel van de aanwezigen zag het nut van de BEP wel in. Toch leefde onder de afgestudeerden het gevoel dat het prettig is dat de verplichte beroepservaring ‘voor ons nog niet geldt’. Die schuchterheid ten aanzien van de regeling is waarschijnlijk te wijten aan de vele onzekerheden die de regeling nu nog omgeven. Wat zijn precies de voorwaarden die gesteld worden aan de BEP? Hoe worden die getoetst? Zullen er voldoende mentoren zijn? En aan welke eisen moeten zij voldoen? Vragen die in veel gevallen slechts vaag beantwoord konden worden, omdat een aantal zaken eerst nog moet worden uitgewerkt. Daardoor bleven de twijfels over de BEP bij het publiek voelbaar.

Er heerste onder andere onrust over mogelijke vrijstellingen. Enige maanden geleden deed een artikel op ArchiNed over de gevolgen van de nieuwe EU-richtlijn voor beroepskwalificaties voor academiestudenten al wat stof opwaaien. Inmiddels is in de regeling voor de BEP de mogelijkheid opgenomen om voor (een deel van) de BEP vrijstellingen te krijgen. Studenten van de academies zouden dan hun beroepservaring vóór het afronden van hun studie kunnen opdoen en zich wellicht al sneller architect mogen noemen.
Hoe die vrijstellingen precies geregeld zullen worden, is echter onduidelijk. Toezeggingen kon het Bureau Architectenregister nog niet doen. En is zo’n vrijstelling ook mogelijk voor een stage tijdens een studie aan de TU? In principe niet, was de eerste reactie. Een stage zit niet in het programma van de TU Eindhoven en beroepservaring doe je daarna pas op. De vraag is of er in de toekomst dan nog wel studenten zullen zijn die stage willen lopen. De universiteit moedigt het niet aan, de overheid dreigt met langstudeerboetes, en échte beroepservaring telt pas na de studie. Het lijkt tegenstrijdig dat de regeling voor de BEP eraan bijdraagt dat studenten pas na hun opleiding voor het eerst met de praktijk in aanraking komen. Hoewel de discussie over de invulling van de opleidingen weer een geheel andere is, zou het zonde zijn als opleiding en BEP twee geheel gescheiden werelden blijven.

Er zitten nog wat haken en ogen aan de voorlopige voorzichtige invulling van de beroepservaringperiode. Om daadwerkelijk tot invoering over te gaan – de regeling zal uiterlijk 31 december 2012 moeten zijn vastgesteld en gepubliceerd – moeten uiteraard nog de nodige onduidelijkheden en obstakels worden overwonnen. En dan is er nu nog nauwelijks gesproken over de gevolgen van de crisis. Het wordt steeds duidelijker dat het vak van de architect sterk aan het veranderen is. Wat is de rol van de architect tegen de tijd dat de BEP wordt ingevoerd? Is er in de regeling voldoende ruimte voor creativiteit in het uitvoeren van het vak? Of ontstaat er een nieuw soort architecten, met eigenzinnige figuren die hun eigen koers volgen en de titel niet meer dragen?

De bijeenkomsten over de beroepservaringperiode zijn zinvol. Hoewel er vragen voorlopig onbeantwoord moesten blijven is het goed dat, tweeënhalf jaar nadat bekend werd gemaakt dat de BEP ingevoerd zou worden, duidelijker wordt wat die vragen zijn. Bureau Architectenregister lijkt de opmerkingen mee te willen nemen in de verdere uitwerking van de BEP. De vraag is nu nog of die goede voornemens ook waar zullen worden gemaakt, aangezien er veel verschillende standpunten zijn. Wat precies het resultaat van de regionale bijeenkomsten is geweest, zal hopelijk blijken tijdens de nationale bijeenkomst in Rotterdam op 4 juli. Waarschijnlijk zal Bureau Architectenregister er nog een flinke kluif aan hebben om daar alle neuzen dezelfde kant op te krijgen.