Recensie —

Are you being served?

Oene Dijk

Als onderdeel van 5e Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam is tot nog en met 29 juli in de Citymall Almere de tentoonstelling Making Almere te zien. Making Almere wordt getoond in een “ongewone en tijdelijke winkel” en “brengt de ontwikkeling in beeld van een stad gemaakt door bestuurders en ontwerpers, naar een stad gemaakt door vele mensen”. De ondertitel luidt: Wie maakt de stad?

Making Almere gaat over de jongste stad van Nederland, ooit het prototype van de maakbare stad en samenleving; “nu is het opnieuw een stad die grenzen wil verleggen met een nieuwe, spannende en wat ongewisse manier van stadsontwikkeling”. De organisator en samensteller van de tentoonstelling, het eveneens in Almere gevestigde International New Town Institute, heeft gekozen voor een retail opzet. Hierdoor voegt de tentoonstelling zich naadloos in het winkelcentrum en wordt laagdrempeligheid gecreëerd. Gelijk een winkel vinden we een aantal afdelingen: Heren, Confectie, Voor Hem en Haar, en De Nieuwe Collectie; de bijbehorende tentoonstellingscatalogus noemt zich dan ook Shopwijzer. Verder zijn er op de begane grond pashokjes, de klantenservice, een kassa/informatiebalie, Sample Sale, en de Aanbieding van de Week. Op de eerste verdieping vervolgt Making Almere met Naaiatelier, Viewing, en koffiecorner Playing Oosterwold. Daarnaast is er ruimte voor deeltentoonstellingen, zoals de invullingen van Oosterwold – het volgende nieuw te bebouwen gebied ten oosten van Almere – ontworpen door de studenten van de afdeling Architectonische Vormgeving van de Gerrit Rietveld Academie.

De onderdelen houden zich consequent aan de retailcode; (lege) dozen van verschillende grootte illustreren het thema van top-down versus bottom-up stedenbouw. Hoe groter de doos hoe meer top-down. Aan kledingrekken hangen jasjes, jurken en kostuums waarop data staat afgedrukt als het inwonertal in een bepaald jaar, de woningvoorraad in 1983, et cetera.
In de display ruimtes zien we gestileerde afbeeldingen van hoofden. Ze behoren toe aan hen die betrokken waren in de verschillende ontwikkelfasen van Almere. De officiële makers van de stad, zoals bestuurders en ontwerpers krijgen zo een gezicht. Een deel van de pioniers en de bewoners van daarna – evenals de onmisbare landdrost Han Lammers – worden zichtbaar gemaakt op grote foto’s aan de winkelwanden.
Een aantal hoofden, waaronder wethouder Adri Duivesteijn, mag ook in tekst antwoord geven op de vraag: wie maakt de stad? Hij krijgt zo alle ruimte het succesverhaal van Almere aan de bezoeker te verduidelijken. Almere is vanaf het begin door mensen gemaakt die alle ruimte kregen hun eigen woonwensen te realiseren. Almere zal in de toekomst aan nog meer mensen ”maximale ruimte geven” om zo nog meer “organische ontwikkelingen” op het gebied van particulier initiatief in gang te zetten.

De afdeling De Nieuwe Collectie volgt de actuele trend van flexibiliteit, particulier opdrachtgeverschap, et cetera, kortom meer vrijheid aan de bewoners. Dat het bouwen van een eigen huis sinds 2006 al mogelijk was voor alle Almeerders (m/v) wordt getoond op de afdeling Voor Hem en Haar. Er was toen zelfs een Eigen Kavelwinkel in het stadhuis. “Met behulp van een catalogus of een architect hebben vele bewoners al hun huis gebouwd naar eigen smaak”. Op de Confectieafdeling gaan we verder terug in de tijd, namelijk de periode 1984-2006. Almere is in 1984 een gemeente geworden en “raakt bedreven in het uitrollen (…) van vele nieuwbouwwijken”. Dit deden ze overigens samen met woningcorporaties en ontwikkelaars. Nog verder terug in de tijd, op de Herenafdeling, zien we dat in de periode 1976-1983 het vooral heren zijn, werkzaam bij de Rijksdienst voor IJsselmeerpolders en het Projectburo Almere, die de “beslissingen over de maat en de schaal van de toekomstige stad” nemen.
In de Sample Sale vinden we 36 pronkstukken uit de collecties – Almere viert dit jaar haar 36 jarig bestaan. Making Almere, “een winkel waar je niets koopt, maar wel iets krijgt” verwordt door de inhoudelijke keuzes en de vorm tot een ongegeneerd verkooppraatje voor new town Almere. Alsof het hoofdmotto van de IABR niet Making City luidt, maar Selling City.

Tussen al het verkoopgeweld door staan enkele maquettes in al hun oprechtheid als ondubbelzinnige producten. Ze tonen hoe ontwerpers hun verbeelding over het maken van een stad hebben gematerialiseerd. Zonder tekst lees je daar de verschillende stedenbouwkundige modes van de afgelopen decennia in al hun directheid eenvoudig af. In een oogopslag wordt het maken van een stad zichtbaar.
Na het shoppen op de begane grond is er op de eerste verdieping nog meer ontspanning. Het spel Play Oosterwold “geeft je een actieve rol in de ontwikkeling van de oostkant van Almere. Zie hoe je de stad kunt veranderen en naar eigen inzichten kunt vormen”. Nog niet uitgespeeld? Laat dan in het Naaiatelier een foto van jezelf maken in de Making Almere Mobiel, die elke zaterdag op een bijzondere plek in Almere staat en waar de vraag gesteld wordt: “ben jij ook een stadmaker?”.

Het personeel, gehuld in de kleuren van de tentoonstelling, is overigens de vriendelijkheid zelve, een klantenservice die je in bijvoorbeeld de Amsterdamse retail zelden ziet. Ze illustreren, mogelijk onbedoeld, zo de lijn “van voorbedachte stad naar meedenkende stad”. Wie hier in Almere geen passend maatpak – ‘een eigen huis, een plek onder de zon’ – wil aanschaffen, bevindt zich simpelweg in de verkeerde winkel.